Spectaculair door leegte en anonimiteit

Bangkok 2003 (Foto Francesco Jodice) What we want, Bangkok, 2003

Tentoonstelling: The Spectacular City. Foto’s van de toekomst. In: Nederlands Architectuurmuseum, Museumpark 25. Geopend: di-za 10-17 u, zo 11-17u. (25-12 en 1-1 gesloten). Prijs catalogus 39,50.

Door Bernard Hulsman

Het opvallendste aan de grote foto-tentoonstelling The Spectacular City is dat de ‘spektakelstad’ overal voorkomt, behalve op de plekken waar je het als eerste verwachten. Sociologen mogen al jarenlang beweren dat veel traditionele Amerikaanse en Europese stadscentra de afgelopen decennia zijn veranderd in ‘fantasy cities’ die worden gedomineerd door de vermaaks- en vrijetijdsindustrie, in de grote zaal van het Nederlands Architectuurinstituut zijn ze nergens te bekennen. Wel Amerikaanse suburbs (Todd Hido), sloppenwijken in Caïro en Lagos (Edgar Cleijne), Russische buitenwijken (Stéphane Couturier) en heel veel Aziatische steden (Francesco Jodice, Sze Tsung Leong en anderen).

De titel The Spectacular City heeft dan ook niets te maken met het spektakel dat bijvoorbeeld het met Disney-geld gerenoveerde Times Square in New York biedt, maar is ontleend aan het bijna veertig jaar oude boek ‘La Société du Spectacle’ van de Franse socioloog Guy Debord. In het tijdperk van de spektakelmaatschappij, zo legt Emiliano Gandolfi in het eerst essay van de catalogus uit, „is het wezen van de dingen een verre echo van hun uiterlijke verschijning.” Niet langer ervaart de moderne mens de stad als een sociaal verschijnsel, maar als een serie beelden die hij vanuit zijn auto waarneemt. Hij geeft daarom de voorkeur aan afbeeldingen boven de dingen zelf, schrijft Gandolfi in navolging van Debord. Vandaar ook de foto-tentoonstelling The Spectacular City: foto’s zijn tegenwoordig het medium bij uitstek in de architectuur.

Dat tweedimensionale afbeeldingen van gebouwen voor de moderne mens het wezen van de architectuur zijn, is natuurlijk een treurige conclusie voor architecten. De meesten van hen beschouwen architectuur immers in de eerste plaats als ruimtekunst, waaraan ze niet zelden nog een sociale invulling willen geven. Maar deze sombere conclusie verklaart wel goed waarom er op The Spectacular City geen grootse architectuur van sterarchitecten is te zien: in de spectaculaire stad zijn architecten overbodig. Niet opzienbarende gebouwen als Frank Gehry’s Guggenheim Museum in Bilboa maken de stad spectaculair, maar anonieme bouwsels zoals de spaghetti’s van snelwegen, desolate loodsen en vooral opeenstapelingen van woon- en kantoortorens.

De spectaculaire stad in het NAi is dan ook niet mooi in gebruikelijke zin, zoals grootse architectuur kan zijn, maar ‘subliem’, een van oorsprong 18de-eeuws filosofisch begrip. Bijna alle foto’s op The Spectacular City zijn, ook door het enorme formaat waarop ze zijn afgedrukt, ontzagwekkend. Zo is de foto van Francesco Jodice van een gigantische nieuwe woontoren die in Bangkok bovenop rommelige, oude gebouwtjes is neergezet, mooi van verschrikkelijkheid. Hetzelfde geldt voor de eindeloze rij woontorens achter een soort Berlijnse muur die Sze Tsung Leong in Shanghai heeft gefotografeerd.

Zo leidt The Spectacular City tot een grappige omkering. Terwijl 18de-eeuwse filosofen als Edmund Burke ongerepte natuurlandschappen als de Zwitserse Alpen zagen als bron voor sublieme ervaringen, zijn nu juist door mensenhanden vervaardigde steden ontzagwekkend. Maar net zomin als de 18de-eeuwse natuur blijkt de spektakelstad nu een goede verblijfplaats voor mensen: op de foto’s zijn maar weinig stadsbewoners te zien. De spectaculaire stad in het Nederlands Architectuurinstituut is woest en ledig.