Nieuw zaad past niet in oude wetten

Bij nieuwe veredelingstechnieken in de landbouw wordt soms genetische manipulatie gebruikt, maar is het zaaizaad dat eruit voortkomt (en de plant) niet of niet aantoonbaar genetisch gemanipuleerd.

Tijdens een drukbezochte workshop ‘Nieuwe veredelingstechnieken en genetische modificatie’ gisteren in Utrecht uitten gewasveredelaars hun zorgen over hoe de wetgever omgaat met nieuwe technieken in de gewasveredeling. Het ministerie van VROM organiseerde de bijeenkomst om te leren van de telerspraktijk.

De grote vraag is of deze technieken moeten vallen onder de wetgeving die geldt voor genetisch gemanipuleerde organismen (ggo). Europese wetgeving daarover stamt uit 2001. De wet houdt geen rekening met nieuwe technische mogelijkheden, waardoor een grijs gebied is ontstaan.

Sommige nieuwe technieken gebruiken wel genetische manipulatie, maar het eindproduct bevat dit niet meer, of is praktisch identiek aan producten van traditionele veredeling. Veel veredelaars willen om die reden een ontheffing van de ggo-wetgeving. De nieuwe technieken, zoals reverse breeding en cisgenese, bieden mogelijkheden voor snelle veredeling en zijn daarom zeer aantrekkelijk.

Volgens Ruben Dekker, beleidsmedewerker van VROM, is het echter niet makkelijk om de Europese wetgeving hierop aan te passen, aangezien momenteel heel wat lidstaten van de Europese Unie tegen genetische manipulatie zijn. „Daarom zou het niet handig zijn nu te proberen de regels te veranderen, want de kans is groot dat ze dan strenger worden in plaats van soepeler”, hield hij zijn gehoor voor.

Nederland heeft ook maar beperkte speelruimte om ontheffingen te verlenen in het grijze gebied. En dan nog zouden producten later in Europa problemen kunnen krijgen met de markttoelating. Daarom geeft Dekker „hooguit garantie tot de grens”.