Nee, het is echt geen grap

Leonard Orban, de kandidaat- eurocommissaris voor Meertaligheid, werd gisteren gehoord in het Europees Parlement.

Wat gaat hij eigenlijk doen?

Menigeen dacht dat het een grap was, toen onlangs werd aangekondigd dat er een Europese Commissaris voor Meertaligheid komt. Wat is de volgende stap, werd er gevraagd. Een commissaris voor zoetwatervissen én een voor zoutwatervissen? Maar in het Europees Parlement werd er gisteren wel serieus gepraat over de functie van Leonard Orban, de 45-jarige Roemeen die de nieuwe baan naar verwachting krijgt.

Naast Orban werd ook de Bulgaarse Meglena Koeneva door parlementariërs ondervraagd. Zij mag waarschijnlijk Europees Commissaris voor Consumentenzaken worden per 1 januari. Op die datum treden Bulgarije en Roemenië toe tot de Unie. Beide landen hebben dan ook recht op een vertegenwoordiger in de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie. Die telde al 25 leden. Daarom was het even zoeken naar twee nieuwe portefeuilles.

Volgens Thomas Wise, europarlementariër voor de Britse Indepence Party, is meertaligheid vooral een kostenpost. „In 2004 werden 2,5 miljoen pagina’s vertaald. Dat kostte 800 miljoen euro.” En dan is het Iers ook nog gepromoveerd tot officiële taal, zei hij. „Voor één Ierse parlementariër van wie het de moederstaal is.”

Leonard Orban, die staatssecretaris Europese Zaken was voor zijn land, wordt de baas van de Europese tolken en vertalers. Maar wat gaat hij verder doen? Meertaligheid heeft met van alles te maken, zei hij. Met integratie, met democratie, met economie. „Op het eerste gezicht lijkt het gemakkelijk als bedrijven allemaal dezelfde taal gebruiken. Maar meertaligheid kan concurrentievoordelen bieden, het kan bedrijven toegang geven tot lokale markten.”

Wat hij concreet moet gaan doen? Parlementariërs droegen tal van mogelijkheden aan. Europa heeft straks 23 officiële talen. Tientallen minderheden zouden hun taal óók graag erkend zien. Kan Orban daar misschien voor zorgen? „Miljoenen kunnen in dit parlement niet in hun moederstaal spreken”, zei Ignasi Guardans Cambó, een Catalaanse liberaal.

En wat te denken van de minderheden in Orbans eigen land, de Hongaren en de Roma. Aan de Babes-Bolyai Universiteit mocht niet eens een bordje ‘verboden te roken’ in het Hongaars worden opgehangen, wist een van de ondervragers.

„De Roma zijn een belangrijk probleem waar aandacht aan moet worden geschonken”, antwoordde Orban. Hij was voorzichtig met het doen van beloften aan minderheden. Maar hij deed zijn best het zo veel mogelijk eens te zijn met de parlementariërs. Toen Lissy Gröner, een Duitse socialiste, er op wees dat ‘meertaligheid’ ook gaat over gelijkheid, tussen mannen en vrouwen, zei Orban: „Dat klopt, u heeft gelijk. Ik had dat woord nog niet in de mond genomen, maar ik kan u verzekeren dat ik er voor zal zorgen dat mijn kabinet een gelijk aantal mannen en vrouwen zal tellen. Verder hebben we het bij de commissie tegenwoordig niet meer over ‘chairman’ en ‘chairwomen’, maar ‘chairperson’, als we de voorzitter bedoelen. Dat is nieuw beleid waarvan we zien dat het zich uitbreidt.”

Over de rest van zijn beleid bleef Orban vaag. Eind 2007 komt er een ministersconferentie over meertaligheid. Voor het jaar daarop belooft hij een ‘actieplan’. Maar hij weet nu al dat hij veel wil gaan doen met best practises en met ‘multimedia’.

En de ‘dialoog met de godsdiensten’, hoort die ook bij het werkgebied van Orban, wilde de Oostenrijkse socialiste Christa Prest weten. Ook dat wist hij nog niet, zei Orban, „maar in de toekomst zal dat allemaal veel duidelijker worden omschreven.”

In december moet het Europees Parlement formeel instemmen met de benoeming van de twee nieuwe commissarissen.