NAVO moet de wereld in

In plaats van kleiner en regionaler moet de NAVO juist groter en mondialer denken, vinden Ivo Daalder en James Goldgeier.

Kunnen de leiders van het succesvolste militaire bondgenootschap uit de geschiedenis vergaderen zonder dat iemand daar oog voor heeft? Je zou het niet denken, gezien de geschiedenis van vroegere topconferenties van de NAVO. In 1991 kwamen de NAVO-leiders in Rome bijeen ter aanvaarding van een nieuw Strategisch Concept om hun alliantie de wereld van na de Koude Oorlog binnen te loodsen. In 1997 gingen ze naar Madrid en nodigden ze drie voormalige Warschaupactlanden uit zich aan te sluiten bij een organisatie die aanvankelijk werd opgericht om haar leden te beschermen tegen een sovjetaanval vanuit precies diezelfde landen. Twee jaar later vergaderden de NAVO-leiders in Washington om de vijftigste verjaardag van de organisatie te vieren en haar duurzame belang te onderstrepen op een moment dat de NAVO in Kosovo verwikkeld was in haar grootste militaire operatie ooit.

Vandaag ontmoeten de NAVO-leiders elkaar weer. De meesten lijken vastbesloten de Letse hoofdstad Riga in en uit te gaan zonder veel sporen achter te laten, laat staan een blijvend resultaat. Veel van hen hebben het vertrouwen van hun kiezers verloren, waardoor het moeilijker wordt een ambitieuze agenda na te streven. De door Blair een jaar of tien geleden gereanimeerde Labourpartij heeft zich tegen hem gekeerd. De Franse president Chirac is vleugellam, en een groot deel van de Franse publieke opinie heeft haar aandacht verlegd naar de strijd tussen de vertegenwoordigers van de volgende generatie ambitieuze leiders. En president Bush is vorige maand getrakteerd op het grootste politieke pak slaag uit zijn carrière, door een Amerikaans electoraat dat duidelijk genoeg heeft van de onmacht van zijn regering in Irak, New Orleans en elders. De Duitse bondskanselier Merkel zal zich wel afvragen of er nog iemand over is met wie ze kan samenwerken.

De politieke verlamming aan het thuisfront heeft ook haar weerslag op de mogelijkheden van de NAVO in het buitenland. De leiders zullen worden geconfronteerd met het spookbeeld van de mislukking van de grootste en belangrijkste militaire operatie van het bondgenootschap in Afghanistan. De NAVO heeft zich een hoog doel gesteld – het stabiliseren van een land dat een kwart eeuw door een burgeroorlog is geteisterd en dat de op tien na laagste levensstandaard van de wereld kent. Zijn economie leunt zwaar op de opiumproductie, zijn politiek blijft verlamd door verdeeldheid en zijn veiligheid wordt steeds vaker op de proef gesteld door de heropleving van de Talibaan en Al-Qaeda.

De NAVO heeft deze missie op zich genomen in de wetenschap dat zij moeilijk zou zijn en buitengewone inspanningen zou vergen. Helaas heeft de verdragsorganisatie niet de middelen ter beschikking gesteld die nodig zijn om te slagen. Sommige landen hebben niet eens de troepen geleverd die zij hadden beloofd, terwijl andere landen zulke zware beperkingen hebben opgelegd aan wat hun strijdkrachten mogen doen en waar ze mogen worden ingezet, dat hun aanwezigheid vrijwel zinloos is. Maar zelfs als alle toegezegde troepen worden geleverd en er geen ‘voorbehouden’ meer zijn, zal de operatie waarschijnlijk mislukken zonder een veel grotere inspanning van de lidstaten. Nu de VS zijn vastgelopen in Irak en de Europese strijdkrachten onder druk staan, heeft de NAVO zich wellicht in de operatie verslikt.

De verleiding is groot te stellen dat de NAVO haar blikveld moet vernauwen en zich moet richten op haar kerntaak van de verdediging van Europa. Afgezien van Afghanistan zullen de voornaamste gespreksonderwerpen in Riga vermoedelijk zaken betreffen die dichter bij huis liggen – de stabilisatie van de Balkan, handreikingen naar belangrijke buurstaten als Oekraïne en Georgië, en de onderlinge verhouding tussen de NAVO en de EU.

Dat zijn belangrijke kwesties, maar zij gaan voorbij aan datgene wat het bondgenootschap werkelijk kwelt. Te veel lidstaten zien de NAVO nog steeds primair als een regionale – Europese – verdedigingsorganisatie. Maar de dreigingen waarmee de lidstaten nu worden geconfronteerd zijn van mondiale en niet van regionale aard. Of het nu om terrorisme, de verspreiding van wapens of uiteenvallende staten gaat, de voornaamste uitdagingen waarvoor Europa en de VS zich gesteld zien, vinden hun oorsprong buiten het Noord-Atlantisch verdragsgebied. Dat is tenslotte ook de reden dat de NAVO in Afghanistan actief is.

In plaats van kleiner en regionaler moet de NAVO juist groter en mondialer denken. De organisatie moet een strategie ontwikkelen die deze mondiale uitdagingen bij de kop neemt. Zij moet het vermogen verwerven om militaire middelen over grote afstanden en met grote snelheid in te zetten. En zij moet haar mogelijkheden om wereldwijd te opereren uitbreiden door het voorstel van president Bush te aanvaarden om een wereldwijd bondgenootschap op te zetten met andere democratische landen als Japan, Australië en Zuid-Korea. Deze niet-Europese democratieën moeten uiteindelijk worden uitgenodigd om als volwaardige leden toe te treden.

Deze top biedt de NAVO-leiders de gelegenheid een nieuwe koers uit te zetten, die een succesvol optreden in Afghanistan tot de eerste stap maakt voor het omvormen van de NAVO tot een steeds relevantere factor op het wereldtoneel. Het voltooien van deze transformatie zal tijd vergen – en vermoedelijk ook een nieuwe groep leiders – maar alle pogingen daartoe moeten beginnen met een nieuwe kijk op de wereld, die haar neemt zoals zij is en niet zoals zij ooit was of zoals sommigen haar nog steeds graag zouden willen zien.

Ivo Daalder is verbonden aan het Brookings Institution in Washington en is gasthoogleraar op het Robert Schuman Center in Florence. James Goldgeier is hoogleraar politicologie op George Washington University en is William Shepardson Fellow bij de Council on Foreign Relations.