Moraal

Toevallig kwam ik gisteravond langs een donkere Amsterdamse gracht een vroegere buurman tegen. Wij hebben nooit naast elkaar gewoond, maar wel lange tijd gezéten, namelijk op de tribune van Ajax. Sinds ik daar geen vaste plaats meer heb, ontmoeten wij elkaar alleen nog als God het per se wil. Dat was op deze avond kennelijk het geval – en terecht. Per slot van rekening is er weer heel wat aan de hand bij Ajax.

Wij namen de draad dan ook onmiddellijk op waar wij hem destijds hadden laten liggen: bij de ondoorgrondelijkheid van de club. Nooit weet je precies wie er aan de touwtjes trekt, steeds weer smeult er onder een ogenschijnlijk strakke regie een chaotische situatie waar de leiding weinig greep op heeft.

Wat er nu gebeurt, voelde hij alweer een poosje geleden aankomen, vertelde mijn ex-buurman. De verkramping op het veld, de agressie, de zwakker wordende prestaties, de plotselinge stagnatie bij een groot talent als Huntelaar, het waren allemaal tekenen van een naderende crisis.

Ajax is een club die zóveel van zichzelf verwacht, dat spelers en leiding bij de geringste tegenslag al snel onder een te grote druk komen te staan. Een collectieve zenuwcrisis ligt daardoor voortdurend op de loer.

Bedroefd gingen wij na deze diagnose uiteen. Kwam het nog ooit goed, of moest Ajax zich voor de rest van deze eeuw neerleggen bij nota bene een Eindhovense suprematie?

Later op de avond werd ik er niet vrolijker op. Ga maar na. Wesley Sneijder scheldt een speler of een scheidsrechter uit. Zelf vindt hij dat hij vrijuit mag gaan, omdat hij alleen een speler zou hebben uitgemaakt voor ‘witte tyfushond’. Nee, zegt scheidsrechter Bossen, hij bedoelde mij en hij zei ‘blinde tyfushond’. Maakt het wat uit? Nou en of, vinden allerlei (oud-) spelers, want wij noemen elkaar voortdurend ‘tyfushond’, dat hoort bij ‘het spelletje’.

Leuk spelletje. Wat doet Sneijder dus? Hij gaat in beroep tegen het schikkingsvoorstel van de aanklager betaald voetbal: twee wedstrijden schorsing. Geen Ajax-baas die hem daarvan probeert te weerhouden door bijvoorbeeld te zeggen: „Twee wedstrijden, Wesley? Wees blij. Als jij in beroep gaat, krijg je er van ons nog twee wedstrijden bij. Want wij willen dat onze spelers zich goed gedragen. Niet voor niets hebben wij onlangs onder het publiek een tekst verspreid met regels als: ‘Want een Ajacied treedt iedereen altijd met respect tegemoet’. Als jij dat niet wilt, dan donder je maar op.”

Het tegendeel gebeurt. Voorzitter Jaakke laat weten dat Ajax ‘geen koorknapenvereniging’ is (wat we al hadden begrepen), en coach Henk ten Cate gaat óók in beroep. Hij kreeg 500 euro boete omdat hij ‘moraalridder’ naar scheidsrechter Bossen had geroepen. Die maatregel stuitte ook in sportjournalistieke kringen op het nodige misprijzen. Je mag iemand toch nog wel een ‘moraalridder’ noemen?

Wat mij betreft mogen alle coaches die zich opzichtig met de leiding bemoeien en schuimbekkend aan de zijlijn amok maken – een op de Nederlandse velden steeds gebruikelijker tafereel – voortaan gekneveld naar het dak van de tribune worden gesleept, waar zij gezeten achter een tafeltje tijdens de rest van de wedstrijd de strafregel ‘Voortaan houd ik mijn grote bek dicht’ schrijven. Daarna volgt een onderhoud met de moraalrijdende bovenmeester zelf, premier Balkenende.