Geef me een kluif en een neut en ik ben gelukkig

Ik was al dagen geobsedeerd aan het lezen in de nieuwste editie van Lekker, en toen kwam daar gisteren ook nog de allereerste Nederlandse Michelingids bij. Nu klink ik als een enorme bourgondiër, van geef me een kluif en een neut en ik ben gelukkig, maar daar heeft mijn belangstelling voor gezaghebbende eetgidsen niets mee te maken.

Dit soort eetgidsen, met hun ranglijsten, sterren, vorkjes, pictogrammen en plattegrondjes, appelleren ook aan mensen met een licht autistische inslag, en tot dat soort mensen reken ik mij. Urenlang kan ik zo’n gids bestuderen – kijk, dat restaurant staat in de top-100, heeft een rood vogeltje (‘rustige omgeving’) en ligt op een straal van vijftig kilometer van een grote stad. O, dat hotel heeft een blauw Michelinmannetje, dus een goede kamer voor een schappelijke prijs, en drie streepjes, dus ‘interessant uitzicht’. En dat restaurant waar ik laatst at heeft geen ster, maar wel vijf vorkjes en een parasol, dus goed eten op het terras.

Bij de persconferentie van Michelin zaten meer van mijn soort mensen – mannen, dus – en ook zij namen de gids erg serieus. Toen de Franse baas van Michelin de sterrenrestaurants voorlas, viel er een gespannen stilte over de zaal. „Odslus,” zei meneer Michelin plechtig. (Dat is Frans voor Oud Sluis.) „Delli Braai.” (Dat is Frans voor De Librije.)

Ook vertelde meneer Michelin over zijn rapporteurs, die in het grootste geheim hun werk doen. Ze bezoeken tweehonderdveertig restaurants per jaar, en mogen op feestjes niet vertellen dat ze voor meneer Michelin werken. Ik zag ineens een toekomst als voedsel-James Bond voor me, waarbij ik belangrijke mededelingen over foie gras zou doorbellen via een telefoon in mijn schoen.

Ik stak mijn vinger op en vroeg aan meneer Michelin of ze al Nederlandse rapporteurs hadden. Nou, die bleek hij net te zoeken. „Dus als je heel onopvallend bent en in het geheim kan opereren, of een heel mooie vrouw die van eten houdt, meld je dan bij mij”, zei hij met glimmende oogjes tegen me. Verward noteerde ik zijn antwoord. Bedoelde hij dat ik zo intens kleurloos was dat ik als geheim agent aan de slag kon? Of viel ik onder de mooie vrouwen die van lekker eten hielden? Ik kwam er niet uit. Dat soort zwierige statements – niks voor een Michelin-autist als ik.