Een moord te veel

De gruwelmoord op Alexander Litvinenko was er een te veel. Wie ook direct verantwoordelijk is voor de nucleaire vergiftiging van de Russische ex-spion, ieder weldenkend mens zou opheldering moeten eisen – om te beginnen van president Poetin van Rusland. Want hij draagt politieke verantwoordelijkheid. Bij kritiek alleen mag het niet blijven, zoals die van de Britse minister Peter Hain, afgelopen weekeinde. Deze merkte terecht op dat „duistere moorden” de betekenis van Poetin sinds diens aantreden overschaduwen, maar verbond daar nog geen consequenties aan, bijvoorbeeld het verhogen van de diplomatieke druk. Landen die de mensenrechten serieus nemen, dienen Moskou in zulke gevallen kritischer en vasthoudender te bejegenen. Dat kan – en moet wellicht – tot een principieel andere verstandhouding met de Russen leiden.

Litvinenko was criticus van Poetins bewind. De oud-kolonel in de Russische federale veiligheidsdienst FSB – voortgekomen uit de KGB – beschuldigde in een verklaring zijn president van medeplichtigheid aan de vergiftiging. Aanwijzingen daarvoor ontbreken. Zoals ook het geval was bij de moord op journaliste en Poetin-critica Anna Politkovskaya, liggen de daders op het kerkhof. Misschien wel letterlijk, want in deze schemerwereld is alles mogelijk. Een gulden regel luidt dat sporen en bewijzen moeten worden uitgewist. Zo kan het moorden doorgaan. En als het bij krachteloze protesten blijft, zal dat zeker gebeuren.

Het past in de traditie van het Kremlin om eerst Litvinenko’s dood te bagatelliseren en later via derden onwaarschijnlijke verklaringen over zijn verscheiden naar buiten te brengen. Dit zijn rookgordijnen. Waar het om gaat, is dat de Russische autoriteiten dergelijke moordzaken moeten uitzoeken. Of aan een onderzoek moeten meewerken, dan wel het initiatief ertoe zouden moeten nemen. Gebeurt dat niet – wat tot nu toe meestal de praktijk is – dan ligt criminalisering van het bewind voor de hand.

Poetin is er nog niet in geslaagd de twijfels over betrokkenheid van zijn regime bij politieke moorden weg te nemen. Het gaat niet aan een staatshoofd van een grote mogendheid met fluwelen handschoenen aan te pakken omdat hij sleutelbewaarder is van de Europese energievoorziening. Het buitenland is in dezen meer dan een toevallige passant. Litvinenko ontvluchtte Rusland en kreeg in 2001 politiek asiel van Groot-Brittannië. Hij werd in Londen vergiftigd. Het is een Brits justitieel belang dat de moord op hem wordt opgelost – met Moskous medewerking graag.

Litvinenko en co-auteur Yuri Felshtinsky beschuldigen in hun boek Blowing up Russia: terror from within (New York, 2002) de Russische geheime diensten ervan dat zij de Tsjetsjeense oorlogen hielpen ontketenen en de democratisering in Rusland hieraan ondergeschikt maakten. Met medeweten van Poetin. In het klimaat dat de diensten hebben geschapen, gaan geweld, nationalisme en een toenemende neiging tot dictatuur hand in hand.

Dit is Poetins Rusland, naast alles waar het land ook voor staat. In het belang van Alexander Litvinenko en de dissidenten die hem voorgingen in een gewelddadige dood: hun zaak is te belangrijk om te negeren.