Duitsland geraakt door verwijten NAVO

Duitse soldaten moeten leren doden, kreeg een Duitse politicus in Washington te horen. In Afghanistan verschanst Duitsland zich in het veilige noorden, is het verwijt aan Berlijn, terwijl andere landen van de NAVO vechten.

Duitsland is al jaren in Afghanistan present. Met ongeveer 3.000 man, bijna tien procent van de troepen die daar onder leiding van de NAVO het land proberen te stabiliseren (de International Security Assistance Force, of ISAF). Duitsland is troepenleverancier van het eerste uur en regionaal aanvoerder.

Duitsland vindt daarom dat het een substantiële bijdrage levert aan de pacificatie en wederopbouw van het door decennialange bloedige conflicten geschonden land. Dat is mooi, maar het is niet genoeg, zeggen steeds meer NAVO-partners. Duitsland kreeg de afgelopen weken het verwijt zich te verschansen in het verhoudingsgewijs veilige noorden, terwijl andere landen in het gevaarlijke zuiden felle gevechten moeten leveren. In het zuiden vallen meer doden dan in het noorden. NAVO-doden.

Duitsers, zeggen sommige NAVO-partners, zijn niet flexibel genoeg. Nu de situatie in Afghanistan uit de hand loopt moeten ook de Duitsers overal inzetbaar zijn. Dat zijn ze niet. De Bondsdag heeft beschikt dat de Duitse troepen alleen in het noorden gestationeerd mogen worden en slechts bij wijze van uitzondering, in gevallen van nood, hand en span diensten in andere regio’s mogen verlenen.

Het debat kreeg snel een harde ondertoon. Terwijl Amerikanen, Britten en Canadezen sneuvelen, suggereerde een Britse parlementariër, leiden de Duitse soldaten een genoeglijk leven. „Terwijl sommigen thee en bier drinken, zetten anderen hun leven op het spel.” Duitsland kreeg ook het verwijt dat twaalf Canadese soldaten zouden zijn gesneuveld omdat Duitse troepen niet te hulp mochten komen. De Duitse regering wees het verwijt met klem van de hand. Een Duitse politicus kreeg in Washington te horen: „De Duitsers moeten het doden leren.”

Duitse soldaten zijn bewapende sociaalwerkers, vatte weekblad Der Spiegel het imago van het Duitse leger in het buitenland samen. Duitse soldaten hebben een licentie voor een dorpspolitie. De Duitsers zijn de Bromsnorren van Kabul.

Het is een pijnlijk verwijt. Veel Duitsers vonden na de Tweede Wereldoorlog dat er maar één antwoord kon zijn op de ontsporing van het Derde Rijk: pacifisme. Pas na decennia, en onder druk van het buitenland, ging Duitsland er schoorvoetend toe over om ook met soldaten buiten het eigen grondgebied actief te worden. Sindsdien ziet Duitsland zich als volwaardig, betrouwbaar én vechtend lid van het bondgenootschap.

Toch is het pacifisme nooit helemaal verdwenen, ook niet uit de officiële militaire strategie. Duitse politici, ongeacht politieke kleur, onderstrepen bij elke gelegenheid dat militair ingrijpen alléén nooit zaligmakend is. Militaire acties moeten geflankeerd worden door politieke en sociale maatregelen. Anders zijn ze zinloos. De Bundeswehr heeft in eigen land een zeer goede reputatie. Volgens Der Spiegel is die goede naam alleen te danken aan het feit dat niemand zich realiseert dat Duitse soldaten worden opgeleid om te doden. Als Duitse soldaten daadwerkelijk in een ‘Kampfeinsatz’ worden gestuurd, is het met die populariteit vermoedelijk snel gedaan.

De verbale gifpijl uit de gelederen van het bondgenootschap miste zijn uitwerking in elk geval niet. „Schandalig”, gispte Minister van Defensie Franz Josef Jung (CDU). Ik zal me „energiek verweren tegen pogingen de missie in Afghanistan te splitsen in belangrijke want gevaarlijke [delen], en onbelangrijke want ongevaarlijke [delen]”, zei kanselier Merkel.

Secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer schoot de Duitsers gisteren te hulp. In boulevardkrant Bild loofde hij de Duitse bijdrage aan de strijd in Afghanistan, evenals de houding van het Duitse leger: „De Bundeswehr doet wat betreft moed en professionaliteit voor niemand onder.”

Eckart von Klaeden, buitenlandwoordvoerder van de CDU/CSU-fractie in de Bondsdag vindt de kritiek „onbeschoft”en adviseert de Duitsers om zich niet elke aanval aan te trekken: „Duitsland moet eens leren niet elke handschoen die in de NAVO geworpen wordt meteen op te nemen”, zei hij gisteren in de marge van een CDU-partijcongres in Dresden. „Duitsland hoeft zich helemaal nergens voor te schamen. We waren de grootste troepenleverancier, we zijn nu nummer drie. We waren de eersten die buiten Kabul actief werden. Duitsland is wél bereid om te vechten.”

De buitenlandse roep om wijziging van het Duitse mandaat snijdt geen hout, vindt hij. In het kader van ISAF kunnen Duitse troepen anderen in geval van nood te hulp schieten. „En dat zal Duitsland ook doen.” Verschuiving van troepen is niet logisch, omdat Duitsland dan in het noorden wel eens in problemen zou kunnen raken. En een nieuwe troepenmacht ten behoeve van het zuiden is voor hem evenmin bespreekbaar. Duitsland doet al genoeg.

De parlementariër is ervan overtuigd dat de Duitse strategie juist is. „Ik wil me niet mengen in een spelletje zwartepieten over de vraag wiens aanpak beter is. Maar je moet zowel militair als civiel te werk gaan. Een probleem in Afghanistan is juist dat civiele maatregelen niet genoeg van de grond komen. Denk aan bestrijding van drugsteelt en aan de gebrekkige opbouw van de Afghaanse politiemacht. Als Afghaanse agenten zij aan zij met NAVO-soldaten zouden optrekken, had de bevolking niet zo snel het gevoel met een bezettingsmacht geconfronteerd te zijn. Dáár moet het bondgenootschap zich op richten.”