Dierenleed leeft onder elite

Marianne Thieme zal in de Tweede Kamer opkomen voor de dieren.

Boeren vinden haar ideeën naïef en haar oplossingen onrealistisch.

De meest gehoorde kwalificatie van Marianne Thieme is: kordaat. Vier jaar geleden had zij samen met een groep medestanders besloten de Partij voor de Dieren op te richten. Die moest dan wel vóór een bepaald tijdstip worden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Tien minuten voor het verstrijken van de deadline komt Thieme het gebouw van de Kamer van Koophandel binnen. De wachtkamer zit vol. Ze neemt het woord: ‘Jongens, is er iemand anders die nog tien minuten heeft om een politieke partij op te richten?’ Ze laten haar voorgaan.

Marianne Thieme is de leidsvrouw van de Partij voor de Dieren, die uit het niets met twee zetels in de Tweede Kamer is gekozen. Samen met Esther Ouwehand wil zij de dieren een stem geven in de politiek. „Wij zullen het geheugensteuntje zijn voor de partijen die vooral de afgelopen vier jaar een weinig diervriendelijk beleid hebben gevoerd”, zegt ze.

„Je kunt ons gerust een one issue-partij noemen, zoals vroeger de ouderenpartijen en de Boerenpartij. Hun thema’s zijn door andere partijen overgenomen. Wij willen diezelfde invloed hebben, al hebben wij geen persoonlijke belangen. Het gaat om de dieren.” Het doel is „diervriendelijke meerderheden” behalen, zegt Thieme.

Marianne Thieme (34) heeft haar hele leven al iets voor dieren willen doen, zegt ze. Niet zozeer omdat ze van dieren houdt. „Ik ga niet voor iedere duif een truitje breien”, zei ze laatst in een interview. Maar vooral omdat dieren weerloos zijn tegenover de mens, en ze daarom rechten moeten hebben.

Thieme maakte de stap naar de dierenbeweging vijf jaar geleden, na het zien van een thema-avond over de koe op televisie, waarin onder meer een van de magen van een koe was opengewerkt. „De koe werd gezien als ding.” Ze werkte destijds als beleidsmedewerker bij het adviesbureau B&A in Den Haag, waar ze een „bescheiden, gewaardeerde medewerker” was, zegt oprichter en directeur Peter Schouten. „Ze stelde zich destijds voor als Marianneke. Het heeft ons verbaasd dat ze zo’n enorme persoonlijke ontwikkeling heeft doorgemaakt.”

Ze werd beleidsmedewerker bij Bont voor Dieren, richtte de Partij voor de Dieren op, deed mee aan de Tweede-Kamerverkiezingen in 2003 en een jaar later aan de Europese Verkiezingen, waarbij ze steeds nét geen zetel haalde, en werd directeur van Stichting Wakker Dier.

Thieme is niet iemand die centra voor vivisectie bestormt. De medewerkers van Wakker Dier herinneren zich de onlangs vertrokken directeur als vrolijk en ondernemend. „Wij wilden niet blijven inhakken op wat vreselijk is, maar resultaatgericht actie voeren, bijvoorbeeld door erop te wijzen dat het cool is om vegetariër te zijn”, vertellen beleidsmedewerkers Sjoerd van de Wouw en Arthur Wiltink, haar opvolger.

Kennissen grinniken over hoe zij sponsors weet binnen te halen. De zakenman Nicolaas Pierson vertelde in de oudejaarskrant van de Telegraaf vorig jaar vanuit Thailand hoe hij rijk was geworden met de verkoop van klamboes die de levens van vele kinderen tegen de malaria hebben beschermd. Pierson vertelt dat hij boeddhist is geworden en een uitgesproken opvatting over het leven heeft ontwikkeld, in het bijzonder over de relatie tussen mens en dier.

Marianne Thieme zoekt contact en krijgt Pierson op een vrijdagmiddag aan de lijn. Hij suggereert dat Thieme langs moet komen, als zij ooit toevallig in Bangkok is. Antwoord van Thieme: ‘O, toevallig ben ik maandag in Bangkok’. Na het gesprek boekt ze onmiddellijk een vliegticket naar Thailand. Nicolaas Pierson heeft vervolgens de partij „enkele tonnen” geschonken om campagne te voeren.

Andere sponsors zijn zakenman Jan-Peter Cruiming uit Groningen, oprichter van de banensite Nationale Vacaturebank, die onlangs zijn bedrijf verkocht aan VNU. Een sponsor van het eerste uur is de Amsterdamse hotelondernemer Irene Visser. Zij heeft naar eigen zeggen ongeveer drie ton bijgedragen aan de partij. Visser: „Ik liep zelf al lang met het idee om iets te doen tegen het afschuwelijke leed van de bio-industrie. Ik wist niet hoe ik dat zou moeten aanpakken. Vier jaar geleden zag ik bij Goedemorgen Nederland Marianne Thieme vertellen dat ze een partij wilde oprichten. Ze kwam zó sympathiek over, dat ik meteen contact opnam.”

Het pad naar de roem is niet over rozen gegaan. „Als je weet wat ze op internet allemaal over zich heen krijgt, dan is het knap dat ze overeind blijft”, zegt schrijfster en lijstduwer Mensje van Keulen van de Partij voor de Dieren.

Vooral de agrarische sector heeft zich niet onbetuigd gelaten. Hoofdredacteur Marcel Henst van het vakblad Boerderij schreef in een commentaar over Wakker Dier: „Met sensatiezucht wordt de achterban opgezweept, met een lastercampagne het bedrijfsleven besmeurd en met leugenachtigheid de democratie misbruikt.” Over Thieme: „Ze hoort niet meer thuis bij inspraakbijeenkomsten of toekomstverkenningen van de intensieve veehouderij. Zo’n rellerige tante pak je bij kop en kont en zet je buiten de deur.”

Kort geleden reageerde het vakblad ontsteld op uitspraken van Thieme dat zij in vijf jaar tijd de varkenshouderij zou willen omvormen tot een kleinschalige tak van sport, met enkele tientallen varkens per bedrijf, en dat het rijk de boeren zou moeten compenseren. Een totale ommekeer naar een biologische varkenshouderij zou betekenen dat burgers aanzienlijk meer voor vlees moeten betalen. „Zeg dat eens tegen een bijstandsmoeder! Dat ze 50 euro per maand meer moet betalen voor dezelfde hoeveelheid voeding, of een fabrieksarbeider dat hij 100 euro meer moet betalen!”, aldus Boerderij.

Adjunct-hoofdredacteur Rochus Kingmans: „Je kunt mensen niet kwalijk nemen dat ze tegen intensieve veehouderij zijn. Maar realiseren deze mensen zich de consequenties als wij stoppen? We hebben laten uitrekenen dat het weghalen van zeugen en vleesvarkens eenmalig 3,9 miljard euro zou kosten. Plus een economische schade van 15 miljard euro per jaar voor de economie als geheel.”

Ook het CDA heeft weinig op met de Partij voor de Dieren. Annie Schreijer-Pierik is behalve varkenshouder in Overijssel ook prominent Tweede-Kamerlid en voorzitter van de Kamercommissie voor Landbouw voor het CDA. Zij zegt dat mensen als Thieme vaak niet weten waarover ze spreken. „Mensen als Marianne Thieme doen alsof zij de eerste zijn die op het idee komen het welzijn van dieren te verhogen. Alsof wij daar zelf niet voortdurend mee bezig zijn.

De kritiek op de boeren komt volgens Annie Schreijer vaak van een „bepaald soort mensen” uit Amsterdam. „Opkomen voor het milieu maar intussen wel drie keer per jaar met het vliegtuig op vakantie gaan. Mensen met een dubbele moraal.”

Marianne Thieme relativeert de kritiek. „Iedere sociale beweging wordt aanvankelijk genegeerd, vervolgens bespot en tenslotte erkend, dat heeft Gandhi al eens uitgelegd.”

De opkomst van de Partij voor de Dieren tekent een sociale beweging die niet te stuiten is, zeggen haar medestanders. Zoals Bernd Timmerman, directeur van de Vegetariërsbond. „Marianne Thieme is een uitstekende aanvoerder, en heeft een talent om idealen te verwoorden, maar zij is geen Pim Fortuyn”, zegt hij. „De Partij voor de Dieren is niet uit de lucht komen vallen. Er is de laatste vijftien jaar een maatschappelijke beweging gegroeid voor een andere omgang met dieren. Mensen verlangen naar een nieuw sociaal contract, waardoor beschaafder met dieren wordt omgegaan volgens wat de socioloog Norbert Elias het civilisatieproces heeft genoemd: je kunnen inleven in een ander, gevolgd door zelfdwang.”