Chinese diefstal sloopt Duitse export

Vervalsers in China worden creatiever, ingenieuzer en agressiever.

Kosten voor de Duitse economie: 25 miljard. Duitsland is het zat.

Kortgeleden was het in Hamburg weer prijs. De Duitse douane nam 117 containers met vervalste producten in beslag. Horloges, kleding, speelgoed en bijna een miljoen paar sportschoenen van Nike. Goederen met een marktwaarde van 383 miljoen euro, verdeeld over verschillende schepen van verschillende rederijen, afkomstig uit Azië. Nog diezelfde avond verdwenen de plagiaten in de vernietiger. De Duitse douane vindt nu tien keer zo vaak illegale kopieën als acht jaar geleden.

De vervalsers in Azië beperken zich allang niet meer tot bekende merkartikelen als Gucci-tassen en Rolex-horloges. Tegenwoordig wordt álles nagemaakt. Auto’s, helikopters, liften, medicijnen, elektronica. De vervalsers stelen ook gepatenteerde productieprocessen en complete winkelformules. Vooral de Chinese expertise op dit terrein is berucht.

„Het probleem is immens en het wordt steeds groter”, zegt Hans Joachim Fuchs, een consultant uit München, die Duitse ondernemingen adviseert over China. „Het aanbod reikt van grof nagemaakte merkartikelen tot kopieën van gecompliceerde besturingssystemen voor machines”, zegt de jurist Ulrich Jürgensen, hoofd van de Chinadesk bij de Aktionskreis Produkt- und Markenpiraterie, een bureau tegen productvervalsing van het Duitse bedrijfsleven.

Vervalsingen vormen een grote schadepost voor de Duitse economie. Duitse bedrijven lopen door piraterij, aldus schattingen van de Duitse Kamers van Koophandel, jaarlijks 25 miljard euro aan omzet mis, het equivalent van 70.000 arbeidsplaatsen. De gebrekkige bescherming van intellectueel eigendom in China behoort dan ook tot het vaste lijstje onaangename gespreksonderwerpen tijdens Duits-Chinese topontmoetingen. Bondskanselier Merkel bracht het ter sprake tijdens haar reis naar China, dit voorjaar, en een lid van de regering verzekerde onlangs dat het onderwerp op de agenda blijft.

Kennisdiefstal trok in Duitsland extra aandacht toen de suggestie werd gewekt dat Chinezen technologie van de magneetzweeftrein Transrapid hadden gestolen. De trein is door Siemens en ThyssenKrupp in Duitsland ontwikkeld, maar rijdt alleen in China op een commercieel traject. De Duitsers werden achterdochtig toen China een eigen ontwerp aankondigde en het Duitse consortium filmde hoe Chinezen bij een Duitse vestiging een inbraak pleegden. Duitse politici schreeuwden moord en brand omdat de Transrapid met Duits belastinggeld is ontwikkeld. Volgens het consortium hebben de Chinezen echter geen inbreuk gemaakt op Duitse patenten. Ook China-deskundige Fuchs gelooft niet dat Chinezen iets gestolen hebben. „De Chinese trein is niet zo geavanceerd als de Transrapid, ik denk dat die kwestie enorm is opgeblazen.”

Consultant Fuchs verkoopt, met achttien Chinese medewerkers, verdeeld over kantoren in München en Shanghai, strategieën waarmee Europese bedrijven zich tegen plagiaat en diefstal van kennis kunnen wapenen. De gekopieerde westerse producten worden niet alleen in China zelf verkocht, maar ook op de wereldmarkt. „Ze maken onze export kapot.”

Naarmate de Chinese economie zich verder ontwikkelt, worden de vervalsers creatiever, ingenieuzer én agressiever. Middelgrote Duitse ondernemingen melden de ene diefstal na de andere. Vooral de Duitse machine-industrie klaagt. Volgens de branchevereniging vecht de helft van haar leden tegen productpiraterij, een schadepost van 400 tot 500 miljoen euro per jaar. „Soms”, zegt Fuchs, „nemen productpiraten geen genoegen met het kopiëren van producten. Soms enteren de piraten de complete onderneming.”

Voorbeeld. De firma Microtol AG produceerde jarenlang besturingssystemen voor liften. Een belangrijke klant was het bedrijf Deng Feng in Foshan. Eerst leverden de Duitsers de complete besturingseenheid, later kochten de Chinezen alleen nog maar het hightech ‘hart’ van de installatie. Deng Feng bouwde de Duitse producten na, en bracht ze onder de naam Micocontrol op de markt. Het logo van het product was nauwelijks te onderscheiden van het Duitse logo. Later doopte de Chinese firma zichzelf ook om tot Micocontrol en presenteerde zich als exclusieve vertegenwoordiger van het Duitse bedrijf. Uiteindelijk moesten de Duitsers surseance aanvragen.

Politieke druk uit het westen heeft er volgens jurist Jürgensen inmiddels toe geleid dat de Chinezen intellectueel eigendom met deugdelijke wetgeving beschermen. „Maar het is wel nog een enorm probleem om je gelijk te halen.” Rechtszaken over octrooiinbreuk kunnen een lijdensweg zijn.

Familiebedrijf Obermann & Baumgartner (Obe) uit het Zwarte Woud – omzet 30 miljoen euro – produceert per jaar 50 miljoen scharnieren voor brilmonturen. Bijzonder trots is de onderneming op een scharnier met een veer. Product en productietechniek zijn gepatenteerd. In 2001 kwam Obe erachter dat het Chinese Kanghua een identiek veerscharnier op de markt bracht. Dat kost Obe naar eigen zeggen 15 miljoen euro omzet. De Chinese scharnieren doken ook op in brillen die door detailhandelsketen Wal-Mart in de VS werden verkocht. Na vijf jaar procederen kreeg het bedrijf 5.000 euro schadevergoeding.

Het Duitse bedrijfsleven was, zegt Fuchs, jarenlang te goedgelovig. „Men ging in China met een zekere naïviteit te werk, maar daar komt snel verandering in.” Bedrijven zijn niet machteloos tegen piraterij, zegt hij. Producten kunnen in de ontwerpfase al extra beveiligd worden. Soms kan het verstandig zijn om niet met de allernieuwste vinding naar China te gaan.

Fuchs adviseert om in de onderneming één persoon aan te wijzen die verantwoordelijk is voor strategieën tegen piraterij. Hij voorspelt dat anticounterfeiting een vast onderdeel zal worden van de Duitse opleiding tot ingenieur.