Camera legt blauwalg vast

Stefan Simis promoveert morgen op een zomers probleem. Hoe kunnen we de blauwalg voor zijn? Blauwalgen signaleren gaat het best vanaf een paal.

Blauwalgen verpesten vaak het zwemplezier in binnenmeren. Stefan Simis, die morgen promoveert aan de Vrije Universtiteit in Amsterdam, ontwikkelde voor het Nederlands Instituut voor Ecologie een methode om blauwalgverontreiniging vroeg vast te stellen met een spectrometer – een soort camera. Die lijkt effectiever te werken op een houten paal dan aan boord van een satelliet.

Blauwalgen zijn geen algen, maar cyanobacteriën. Sommige soorten hebben gifstoffen in hun celwand. Die toxines kunnen bij mensen leverschade veroorzaken. Ook niet-giftige cyanobacteriën produceren irriterende stoffen.

Wanneer de blauwalgen op warme, zonovergoten dagen het water in een vieze soep met schuim veranderen, wordt de populatie vatbaar voor een virusaanval. Die kan de hele populatie binnen een paar uur uitroeien. Daar wordt het water niet opeens schoon van, want juist bij het openbreken van de celwanden komen de toxines vrij.

Zo’n verontreiniging is haast niet te voorkomen. Maar, dacht Stefan Simis, het zou al winst zijn om die te zien aankomen. Nu worden de bordjes ‘pas op: blauwalg’ alleen achteraf geplaatst.

Simis’ idee is simpel. Blauwalgen hebben een karakteristieke blauwe kleur, die ze danken aan het pigment fycocyanide. Voor een spectrometer die naar het water kijkt en de weerkaatste kleuren analyseert, is fycocyanide de handtekening van de blauwalg.

In zijn proefschrift spelen satellieten de belangrijke rol van waarnemer. Aan de telefoon geeft Simis toe dat er nog wat obstakels overwonnen moeten worden voordat dat betrouwbaar kan. De gebruikte sensor (Meris) op de satelliet (Envisat) werkt bijvoorbeeld alleen bij een wolkenloze hemel.

Een ander probleem treedt op bij grote meren, zoals het IJsselmeer. De spectrometer neemt een bepaalde concentratie blauwalg waar, maar bij een volgende overkomst van de satelliet (dat kan dagen daarna zijn) is die weg. Waar zijn de blauwalgen? Naar de bodem gedaald? Met de stroom mee naar de andere kant van het meer? Vernietigd door een virusaanval? De satelliet ziet alleen maar dat de blauwe kleur is verdwenen.

Kleine, ondiepe meren, werpen een ander obstakel op: landinterferentie. Doordat de spectrometer op de satelliet naar een vierkant van ruim 75 duizend vierkante meter kijkt, zal er bij kleine meren altijd een stuk land bijzitten. De handtekening laat zich dan niet goed meer lezen.

De moeilijkheden deden de ecoloog naar alternatieven zoeken. De meest veelbelovende: de waarnemingssensor op houten paaltjes in het water plaatsen. Permanente waarneming! In vergelijking met satellieten: eenvoudig, goedkoop, doeltreffend. Simis deed een experiment bij het Proostmeer in Groningen, maar daar werd de hele zomer geen cyanobacterie waargenomen. „Het had de klapper van mijn onderzoek kunnen worden. Nu staat het er niet eens in.”

Dat zijn idee werkt, bewijst het bedrijf Water Insight. Die komen met een mobiele spectrometer op afspraak de waterkwaliteit meten, met de Simis-methode.