Brussel wil met Turkije blijven praten

De Europese Unie zal de onderhandelingen over toetreding van Turkije niet volledig stopzetten nu er geen oplossing is gevonden voor de kwestie-Cyprus.

Dit heeft Europees commissaris Olli Rehn, verantwoordelijk voor de uitbreiding van de Europese Unie, gisteren laten weten. Rehn reageerde op uitlatingen van de Finse minister van Buitenlandse Zaken, Erkki Tuomioja. Die liet eerder op de dag weten tot de conclusie te zijn gekomen dat verder praten over een vorm van erkenning van de EU-lidstaat Cyprus door Turkije geen zin meer had.

Erkenning van Cyrpus is een belangrijke voorwaarde van de EU voor Turkije om lid te kunnen worden van de EU. Turkije weigert Cyprus, sinds 2004 lid van de EU, te erkennen.

Het eiland Cyprus werd in 1974 na gedeeltelijke bezetting door Turkije in twee delen gesplitst. Het noordelijke, Turkse deel wordt door geen land behalve Turkije erkend. Turkije weigert op zijn beurt het andere deel van Cyprus te erkennen.

Dit betekent dat schepen en vliegtuigen uit Cyprus niet welkom zijn in Turkije. De EU heeft in 2004, toen het licht voor de Turken om lid te worden van de Unie op groen werd gezet, van Turkije geëist dat zijn havens en vliegvelden voor Cypriotische schepen en vliegtuigen zouden worden geopend. Dit zou door de Unie dan kunnen worden opgevat als vorm van erkenning, zonder dat Turkije dit met zoveel woorden hoefde uit te spreken.

Toen de onderhandelingen met Turkije in oktober 2005 officieel van start gingen, werd hier nog aan toegevoegd dat de openstelling voor het eind van dit jaar (2006) een feit moest zijn. Turkije weigert hier aan te voldoen en wijst erop dat eerst het isolement van Noord-Cyprus moet worden opgeheven.

Finland, huidig voorzitter van de Unie, heeft de afgelopen maanden diverse pogingen ondernomen om tot een vergelijk te komen. De Unie heeft steeds gezegd dat de onderhandelingen met Turkije over de „relevante hoofdstukken” van het toetredingsverdrag zouden worden stopgezet. Relevant betekent in dit geval dat ze betrekking hebben op de handelsrelaties met Cyprus.

Het is nu aan de ministers van Buitenlandse Zaken van de 25 lidstaten van de Unie te bepalen wat ‘relevant’ is. Daarbij wordt van de kant van Cyprus gezegd dat nagenoeg alle 35 ‘hoofdstukken’ waarin de onderhandelingen zijn opgedeeld tot die categorie behoren. Daarentegen stelt bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, dat uitgesproken voorstander is van Turkije’s toetreding tot de EU, dat maar een enkel hoofdstuk ‘relevant’ genoeg is voor de sanctie.