Alliantie in problemen door Afghanistan

De NAVO kan het zich niet veroorloven te falen in Afghanistan. Maar de grote militaire operatie verloopt moeizaam. Met dat probleem begint vandaag de NAVO-top in Riga.

Met de moeizaam verlopende operatie in Afghanistan staat de geloofwaardigheid van de NAVO op het spel. Met die wetenschap beginnen de presidenten en regeringsleiders van de 26 lidstaten van het bondgenootschap vandaag aan hun tweedaagse top in het Letse hoofdstad Riga.

„De NAVO is springlevend en in staat zich aan te passen aan een steeds veranderende wereld.” Dat moet volgens de Letse president Vaira Vike-Freiberga de centrale boodschap zijn van de top. Maar hoe moeilijk die taak is, zal direct vanavond al blijken tijdens het werkdiner. Het onderwerp Afghanistan zal daarbij volgens NAVO-officials tachtig tot negentig procent van de tijd in beslag nemen. Want binnen de alliantie heerst toenemend ongemak over het Afghaanse avontuur.

Met haar eerste grote militaire actie buiten Europa wordt de 57-jarige NAVO op dit moment vereenzelvigd met de strijd in Afghanistan tegen de Talibaan. En daarmee is door deze missie van de NAVO eveneens het bestaansrecht van de militaire verdragsorganisatie aan de orde. De operatie is „een lakmoesproef voor de geloofwaardigheid van de organisatie”, hebben regeringsleiders al lang geleden gezegd. En secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer houdt op zijn beurt niet op met te verklaren dat de NAVO het zich „niet kan veroorloven te falen in Afghanistan”.

Van een mislukte operatie kan nog lang niet worden gesproken. Maar het gaat wel moeizaam, sinds de NAVO afgelopen zomer in het zuiden van Afghanistan het commando van de Amerikanen overnam. Een missie waar ook Nederland met een contingent van zo’n 1.500 militairen bij betrokken is.

Regelmatig worden zware gevechten geleverd met opstandelingen. Bovendien is er sprake van een toenemend aantal zelfmoordaanslagen, zoals gisteren nog een waarbij twee Canadese militairen om het leven kwamen. Een opbouwmissie moest het worden. Militairen zouden het pad effenen voor het vestigen van een infrastructuur die de garantie moest vormen voor een normale samenleving. Maar als gevolg van zwaar verzet in met name de zuidelijke provincies is daar nog weinig van terecht gekomen. De militairen houden zich vooral met vechten bezig.

En daarmee verplaatst het probleem zich naar het NAVO-hoofdkwartier in Brussel. Van daaruit worden de troepenleveranties aan de International Security Assistance Force (ISAF), zoals de missie in Afghanistan voluit heet, gecoördineerd. Met moeite vond de NAVO eerder dit jaar voldoende landen bereid om een troepenmacht van uiteindelijk 32.000 militairen uit 37 landen voor heel Afghanistan te leveren. Maar nog altijd komen de lidstaten van de NAVO maar zeer mondjesmaat over de brug. Twee maanden geleden signaleerde NAVO-opperbevelhebber generaal Jones een tekort van 2500 mensen. Als eerder gedane toezeggingen nu al niet worden nagekomen, hoe moet het dan over een kleine twee jaar als andere landen aan de beurt zijn om de huidige deelnemers af te lossen, vraagt men zich bij de NAVO bevreesd af? Over een jaar moeten daar de eerste afspraken over worden gemaakt.

Daar komt nog bij dat de buitenlandse troepen die nu al in Afghanistan gelegerd zijn als gevolg van nationale voorbehouden, de zogeheten caveats, weinig flexibel inzetbaar zijn. De Duitsers, die in het noorden en in de hoofdstad Kabul zitten, kunnen bijvoorbeeld bij calamiteiten niet naar het roerige zuiden worden gestuurd. Het gaat allemaal ten koste van de slagkracht wat ook weer van invloed is op het aanzien van de NAVO, de organisatie die zichzelf zo graag getransformeerd ziet van transatlantische verdedigingsorganisatie in een mondiale vredesorganisatie. „Voorbehouden maken bij de operaties komt neer op het maken van een voorbehoud bij de toekomst van de NAVO”, waarschuwde De Hoop Scheffer vorige week dan ook aan de vooravond van de top.

Volgens de gisteren al in Letland aanwezige invloedrijke (Republikeinse) Amerikaanse senator Richard Lugar, scheidend voorzitter van de buitenlandcommissie, is de top van Riga een „testcase” geworden voor „de vraag of de NAVO de discrepantie kan overbruggen tussen groeiende missies en haar achterblijvende troepencapaciteiten”. En gastvrouw Vike-Freiberga meent dat de regeringsleiders er niet aan ontkomen duidelijkheid te scheppen. „Het is niet de bedoeling dat ze hier in Riga als decoratie of als toeristen zitten”, zei ze gisteren.

Maar wat kunnen de regeringsleiders en staatshoofden? De Duitse bondskanselier Angela Merkel zei eind vorige week nog in een vraaggesprek dat Duitsland in geen geval van plan was troepen over te hevelen naar het zuiden van Afghanistan en verwees daarbij naar de strenge restricties van de Bondsdag. Dus komt het neer op de bereidheid van andere landen.

Vanuit Parijs kwamen gisteren berichten dat president Chirac tijdens de top zijn bereidheid kenbaar zou maken de bijna duizend in en rond Kabul gelegerde Franse troepen op ad hoc basis elders in Afghanistan in te zetten. De prijs die de Franse president daarvoor vraagt staat vandaag in een artikel van zijn hand in een groot aantal Europese dagbladen te lezen.

Chirac wil af van de militaire nadruk die de hele operatie in Afghanistan nu nog heeft en wil een globale strategie die zich richt op het economische en politieke proces. In dat kader stelt hij de instelling van een internationale contactgroep voor, zoals deze ook bestaat voor Kosovo.

In deze groep zouden zowel de landen in de Afghaanse regio vertegenwoordigd moeten zijn als de landen die betrokken zijn bij de wederopbouw en ook internationale organisaties. Zo zou de NAVO dan de handen vrij hebben, volgens Chirac, om zich te concentreren op het leiden van militaire acties in Afghanistan. Iets waar de militaire samenwerkingsorganisatie nog de handen aan vol heeft.

Artikel Chirac: pagina 9