Absurde relatie NAVO-Rusland

Er is op dit moment niemand die de NAVO-landen bedreigt. De poging dictatoriale regimes en het ‘internationale terrorisme’ als vijand voor te stellen heeft geen perspectief. Zie de meningsverschillen over de oorlog tegen de terreur.

Daarom zijn de NAVO-leden, en vooral de Verenigde Staten, gedwongen nieuwe dreigingen te zoeken die hen op dezelfde manier samenbinden als de dreiging van de kant van het Warschaupact ooit deed. Rusland wordt als de ‘nieuwe oude tegenstander’ neergezet.

Vooral de Oost-Europese NAVO-leden zijn daar actief in – niet onbegrijpelijk gezien de gebeurtenissen van 1956 in Hongarije, van 1968 in Tsjechië en Slowakije en van 1981 in Polen. En alles wat tussen 1939 en 1990 in de Baltische staten is gebeurd, kan nooit uit het geheugen worden gewist.

De nieuwe NAVO-leden worden door de Verenigde Staten gesteund. Deels omdat Washington verontrust is over het in kracht toenemende Rusland, en deels omdat de Amerikanen geen sterkere Europese Unie willen. Anti-Russische tendensen in de NAVO-politiek kunnen het gevolg zijn. Maar deze zullen nauwelijks productief blijken te zijn.

Rusland bedreigt de NAVO-landen niet. Het is waar dat de Russische leiders zich op het post-sovjetgrondgebied op ondiplomatieke manier gedragen en dat ze de Europeanen met het ‘energiewapen’ chanteren.

Maar een realistische beoordeling van de strijdvaardigheid van de Russische strijdkrachten, de afhankelijkheid van Rusland van een stabiele olie- en gasexport en het duidelijke belang van de Russische ‘oligarchen’ in handhaving van hun naar het Westen verplaatste activa, sluiten Russische militaire agressie tegen de NAVO landen uit.

Niet alleen de NAVO overschat de dreiging van de kant van Rusland, ook Rusland toont een te alarmistische houding tegenover de daden van het bondgenootschap, vooral ten opzichte van de uitbreiding van het Atlantisch bondgenootschap naar het oosten in 1999 en 2004.

Nu de Russische leiding steeds vaker haar politieke tegenslagen aan het handelen van krachten van buiten wijt, is de NAVO een geliefd doelwit van de Kremlinpropaganda.

Hoewel Rusland en de NAVO geen bedreiging voor elkaar vormen, groeit er spanning. Een van de oorzaken daarvan is de politiek van de post-sovjetstaten. Een aantal van hen streeft naar het NAVO-lidmaatschap, omdat ze daarin een waarborg zien tegen Russische politieke druk.

Het gaat vooral over Oekraïne en Georgië. De achtereenvolgende toetreding van de Oost-Europese landen tot de NAVO en tot de Europese Unie in 1999-2004 heeft ervoor gezorgd dat toetreding tot de NAVO wordt gezien als toelatingsbewijs tot de Europese Unie. Zie Bulgarije en Roemenië, die betrekkelijk gemakkelijk het NAVO-lidmaatschap kregen en binnenkort lid worden van de Europese Unie, hoewel zij niet aan een aantal lidmaatschapscriteria beantwoorden.

In het algemeen doen de relaties tussen de NAVO, Rusland en de post-sovjetstaten denken aan een absurde voorstelling waarin de partijen hun interne problemen proberen op te lossen door het uitvinden van wederzijdse bedreigingen.

En dat gebeurt in een tijd dat de werkelijke uitdagingen voor de hele Euro-Atlantische gemeenschap, waartoe Rusland ook behoort, komen van China en de Arabisch-islamitische wereld, van de ‘globale’ problemen en van de politieke chaos in de armste landen. Juist deze bedreigingen worden steeds duidelijker en gevaarlijker.

Prof. Vladislav Inozemtsev, Russisch politicoloog en econoom, is directeur van het onafhankelijk Centrum voor Postindustrieel Onderzoek te Moskou.