ABP-pensioen blijft achter bij loon

Het grootste Nederlandse pensioenfonds, ABP, dat ruim een miljoen leraren en ambtenaren verzekert, zal in 2007 voor het derde achtereenvolgende jaar zijn pensioenen niet volledig verhogen (indexeren) met de loongroei in de bedrijfstak.

Dat heeft het bestuur van ABP, bestaande uit werkgevers en vakbonden, gistermiddag bekendgemaakt. De vergadering daarover was afgelopen vrijdag.

Het ABP pensioenfonds, dat zo’n 200 miljard euro aan beleggingen beheert, vindt zijn eigen financiële positie nog te slecht voor herstel van de volledige koppeling van pensioen aan lonen. ABP verhoogt de pensioenrechten met 2,8 procent, dat is 77 procent van de loonstijging van bijna 3,7 procent.

ABP beperkt als enige van verschillende grote pensioenfondsen die tot nu hun beslissingen voor 2007 hebben genomen zijn indexatie. PGGM, het fonds voor ruim een miljoen werkers in zorg en welzijn, geeft een volledige indexatie van bijna 1,9 procent.

De pensioenpremie die ABP werkgevers en werknemers rekent blijft vrijwel gelijk op 19,2 procent van het salaris verminderd met het bedrag dat is ingeruimd voor de toekomstige AOW-uitkering. Naast de indexatie geeft ABP een in de cao’s afgesproken eenmalige uitkering van 2,5 procent.

Per 1 november was de verhouding tussen beleggingen en pensioenverplichtingen (de zogeheten dekkingsgraad) bij ABP ruim 131 procent. Volgens het schema dat ABP hanteert, is volledige indexatie pas aan de orde als de dekkingsgraad ongeveer 140 procent is.