Zwitsers betalen fors aan nieuwe leden EU

Opnieuw stemden de Zwitsers in een referendum over een Europees thema.

En weer blijkt hoezeer het land hierover verdeeld is.

De Zwitsers hebben gisteren in een referendum ingestemd met de betaling van één miljard Zwitserse frank (ongeveer 630 miljoen euro) aan financiële hulp voor de Midden- en Oost-Europese landen die eerder zijn toegetreden tot de Europese Unie. De regering kan opgelucht ademhalen, want als de bevolking ‘nee’ had gezegd, zou de toch al moeizame relatie met de EU verder onder druk zijn gekomen.

De betaling maakt deel uit van afspraken die de Zwitserse regering eerder met Brussel maakte om bij te dragen aan de zogeheten cohesiefondsen van de Europese Unie, bedoeld om de nieuwe lidstaten te helpen. Zwitserland is weliswaar geen lid van de EU, maar heeft dankzij bilaterale akkoorden wel gemakkelijk toegang tot de Europese markt. Dan moet het land, is de Brusselse redenering, net als de rijke EU-landen dus ook meebetalen aan de ontwikkeling van de achtergebleven gebieden.

Uiteindelijk stemde iets meer dan 53 procent van de kiezers voor het fonds. Dat bespaart de Zwitserse regering veel uitleg in Brussel, waar in de afgelopen maanden een aantal belangrijke onderwerpen (zoals op het gebied van de landbouw en de handel in stroom) waarover de Zwitsers al lange tijd met de EU spreken in de koelkast waren gezet, in afwachting van de uitslag. Een ‘nee’ zou ook samenwerking op andere terreinen – zoals de door de Zwitsers gewenste deelname aan het satellietproject Galileo, het voedselagentschap en het centrum voor de bestrijding van besmettelijke ziektes – wel eens in gevaar kunnen brengen. Al was het alleen maar omdat de tien landen die straks van het Zwitserse geld zullen profiteren inmiddels stemgerechtigde leden zijn van de Unie.

Europa is in Zwitserland een heet hangijzer. In 1992 stemden de Zwitsers tegen toetreding tot de Europese Economische Ruimte (EER), een voorportaal van wat toen nog de Europese Gemeenschap heette. Die uitslag was traumatisch. De Franstaligen (20 procent van de bevolking) waren massaal voor, de Duitstaligen (ruim 60 procent) wilden het isolement handhaven. Er tekende zich een Röstigraben af, een kloof tussen beide bevolkingsgroepen, genoemd naar het vermaarde Duits-Zwitserse aardappelgerecht. Sindsdien hebben de Zwitsers zich herhaaldelijk in referenda uitgesproken over Europese thema’s – bilaterale akkoorden tussen Zwitserland en de EU, toetreding tot het Schengen-akkoord en wetenschappelijke samenwerking. En telkens wordt de diepte van de Röstigraben nauwgezet gemeten.

Ook gisteren waren het vooral de Franstalige Zwitsers die pro-Europees stemden. Hoe verder in de richting van de Franse grens, hoe groter de steun voor het cohesiefonds. Maar deze keer was er toch ook relatief veel Duitstalige steun. De harde kern van anti-Europeanen woont in de hooggelegen delen in het midden van het land, in kantons als Uri, Schwyz en Appenzell. De aan Duitsland grenzende kantons als Zürich, Luzern en Aargau stemden deze keer pro-Europees. Zij profiteren volop van de openstelling van de markten in de nieuwe lidstaten en willen daar best iets voor terugdoen.

Tegenstanders, aangevoerd door de rechts-populistische Zwitserse Volkspartij (SVP) van Christoph Blocher, wantrouwen ieder besluit dat Zwitserland verder opschuift in Europese richting. Vandaar dat SVP-parlementariër Oskar Freysinger het fonds vorige week „een dictaat van Brussel noemde”. Hij vreest dat de regering zijn land via de achterdeur alsnog de EU wil inloodsen. De voorzitter van de sociaal-democratische SP zei gisteren dat „degenen die Zwitserland van Europa willen afschermen” nu al voor de zesde achtereenvolgende keer hebben verloren.

Meer over het referendum via: www.swisspolitics.org of 94396 naar 7585