Vergeet verplichte pirouettes, vorm een minderheidskabinet

De verkiezingsuitslag maakt de formatie van een meerderheidskabinet vrijwel onmogelijk. Een minderheidskabinet is niet altijd een slechte optie, meent

Bernard M.S. van Praag.

De verkiezingen hebben veel politici in wanhoop achtergelaten. Er kan immers geen meerderheidskabinet worden geformeerd uit slechts twee partijen. De vraag is echter of een meerderheidskabinet in deze situatie wel zo verkieslijk is, dat het koste wat kost moet worden nagestreefd.

En als het antwoord nee zou zijn, is het dan niet veel efficiënter voor het politieke proces om af te zien van het draaien van een aantal zogenaamd verplichte pirouettes en maar meteen met open vizier af te stevenen op de formatie van een minderheidskabinet?

Is een minderheidskabinet in principe instabiel? Er zijn gezaghebbende studies, met name over Zweden en de andere Scandinavische landen, waar minderheidskabinetten regelmatig voorkomen, dat er weinig aanwijzingen zijn dat zulke kabinetten minder stabiel zijn of minder daadkrachtig dan meerderheidskabinetten. Daarvoor zijn verschillende redenen aan te geven.

Wanneer een meerderheidskabinet slechts kan worden geformeerd door een aantal partijen op krampachtige wijze bij elkaar te drijven, die in feite heel verschillende politieke uitgangspunten hebben, dan is het vechtkabinet in feite geboren. De politieke strijd speelt zich voor een groot deel binnen het kabinet af, maar er is geen homogeen kabinet. De interne stabiliteit is gering. Om die reden bezie ik de combinatie CDA-PvdA-SP met grote scepsis.

Zo’n kabinet heeft een zeer comfortabele meerderheid in het parlement, maar de partijstandpunten en culturen liggen zover uit elkaar en partijen hebben zich voor de verkiezingsdatum al zo vastgelegd op een aantal ‘niet onderhandelbare punten’ zoals de hypotheekrenteaftrek, dat een werkbaar compromis nauwelijks haalbaar lijkt. Het zou al beginnen met onderhandelingen die doen denken aan de aanloop naar het ‘tweede kabinet-Den Uyl’ (1977).

Het meerderheidskabinet van CDA,VVD, PvdV en Christen-Unie lijkt iets minder onhaalbaar, maar ook daar zou sprake zijn van een verlegenheidskabinet. Bovendien moeten we eerst afwachten wat de parlementaire kwaliteiten zijn van de achterban van Geert Wilders. Ik geef hem de benefit of the doubt, maar toch.

Een minderheidskabinet kan duurzaam zijn, wanneer het homogeen is. Bovendien moet zo’n kabinet veel meer letten op de kwaliteit van het regeren dan een meerderheidskabinet. Bij een meerderheidskabinet ontstaat vaak een wat gemakkelijke houding. Er is geen parlementaire oppositie die een vuist kan maken en de coalitiepartners houden vaak tot elke prijs vast aan het pluche. Zij zijn bereid veel te slikken van de partners om de goede sfeer en en het voortbestaan van het kabinet niet in gevaar te brengen. Zo sukkelt men wat voort zonder enig ander essentieel programpunt dan het voortbestaan van de coalitie. Een minderheidskabinet daarentegen voelt continu de hete adem van de parlementaire controle in zijn nek. Dat komt de kwaliteit van het beleid ten goede. Betere voorbereiding en argumentatie, meer rekening houden met de wensen van de oppositie en minder ‘sorry-democratie’.

De belangrijkste vraag voor het beoordelen van de stabiliteit van een minderheidskabinet is echter de kans op ‘gedoogsteun’. Daarbij moeten wij in de huid van de ‘gedoger’ kruipen. Een partij gedoogt, omdat zij het inhoudelijk wel eens is met het zittende kabinet en de partij door dreiging van tegenstemmen heel wat klaar kan krijgen. Een partij gedoogt ook, wanneer een alternatief kabinet dat bij onttrekken van de steun aan de macht komt, de partij minder gewenst voorkomt.

Er lijken drie minderheidskabinetten mogelijk.

In de eerste plaats de combinatie CDA-PvdA. Het kabinet dat drie stemmen tekort komt is parlementair zeker stabiel, want er zal altijd wel een ChristenUnie en/of GroenLinks zijn dat de ontbrekende drie stemmen zal leveren. Het grote gevaar bij dit kabinet ligt in de interne tegenstellingen.

Het kabinet PvdA/SP (58) komt circa 18 stemmen tekort. Men zal meestal kunnen rekenen op GroenLinks (7), D66 (3) en de Partij voor de Dieren(2), waarvan het me overigens niet zou verbazen wanneer deze binnenkort zouden fuseren. In ieder geval komt men 6 stemmen tekort. Dit lijkt dus te weinig om stabiliteit te garanderen.

Tenslotte komen we bij de vreugdeloze coalitie CDA-VVD met 63 zetels. Zij kunnen rekenen op de lijst Wilders (9) en verder op SGP (2) en meestentijds de ChristenUnie (6) als gedoogsteun. Een dergelijk kabinet lijkt dus ook zeker niet uitzichtloos. De interne tegenstellingen lijken klein, althans dat is de ervaring van de afgelopen kabinetsperiode.

De periodes van kabinetsformatie duren in de Nederlandse parlementaire geschiedenis lang en behoren meestal niet tot de meest verheffende schouwspelen van de vaderlandse geschiedenis. Mijn analyse volgende, zou het aan te bevelen zijn maar meteen op een minderheidskabinet aan te sturen, waarbij een combinatie CDA-PvdA of CDA-VVD de enige haalbare alternatieven zijn.

Het zou mij niets verbazen wanneer de combinatie CDA-VVD na veel gezucht en geürm zal worden gecontinueerd.

Prof.dr. B.M.S.van Praag is econoom en Universiteitshoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.