Vakman kan beter rekenen dan zijn collega’s

Na twaalf jaar vertrekt de langstzittende minister van Financiën. Gerrit Zalm heeft een paar politieke uitglijders op zijn naam, maar de schatkist heeft hij uitstekend beheerd.

Eigenlijk was Gerrit Zalm in de aanloop naar de Kamerverkiezingen al vertrokken. Hij was nauwelijks zichtbaar in de campagne van zijn partij, de VVD. Toen afgelopen woensdagavond de duikeling van de VVD zich aftekende, was duidelijk dat de uiterste houdbaarheidsdatum van de langstzittende minister van Financiën uit de Nederlandse parlementaire geschiedenis was bereikt.

Gisteren kondigde Zalm in het tv-programma Buitenhof aan dat hij niet beschikbaar is voor een nieuwe bewindsperiode. Zalm, naar eigen zeggen verknocht aan het ministerie van Financiën, had de optie voor een nieuwe ambtsperiode tot dan toe open gelaten. De kans dat de VVD aan een volgend kabinet zal deelnemen is vooralsnog overigens gering.

Gerrit Zalm (Enkhuizen, 1952) rolde als talentvolle ambtenaar – ministerie van Financiën, Economie Zaken en Centraal Planbureau – in de politiek. En dat is hij altijd gebleven: een vakman, begaafd econoom, voortreffelijk schatkistbewaarder, kenner van dossiers, routinier in het departementale doolhof. Een man met gezag. Iemand die anderen geen kunstjes flikt tenzij hij zich door hen belazerd voelt.

En ook: een fervent flipperaar en verslaafde aan computerspelletjes. Een kettingroker die gestopt is met roken, liefhebber van een stevig glas whisky, een nerveuze man met een hinnikende lach. Maar geen politicus voor de zeepkist en geen gelikte media-performer. Ook niet na twaalf jaar, met een onderbreking in 2002-2003, ministerschap.

Zijn sterkste kant, zoals hij zelf wel eens gekscherend zei, is dat hij gewoon beter kan rekenen dan alle andere bewindslieden in de Trèveszaal.

Een minister van Financiën dient beoordeeld te worden op het beheer van de schatkist. Onder Zalms bewind vertoont het begrotingsbeleid een conjunctureel verloop: van een tekort in 1994 naar een overschot in 2000 en via een tekort in 2003 weer naar een overschot in 2007. De staatsschuld daalde van 79,4 procent van het bruto binnenlandse product (1994) naar 47,9 procent (raming, 2007). Met uitzondering van de dramatische dip in de overheidsfinanciën in 2003, die Nederland een berisping van de Europese Commissie opleverde, is het een bewonderenswaardige prestatie.

Die plotselinge verslechtering van de publieke financiën had te maken met de overvloed in de nadagen van het tweede kabinet-Kok en de politieke turbulentie die volgde op de opkomst van Fortuyn. Zalm hield zich strikt genomen wel aan zijn eigen begrotingsregels – het zogenoemde uitgavenplafond en gebruik van meevallers – maar hij rekte het onder druk op tot de grens van het toelaatbare.

Tijdelijke meevallers werden voor blijvende uitgaven ingezet. Toen de economie begon te haperen, leidde dat tot snel oplopende tekorten. Zalm had zijn derde bewindsperiode nodig om met lastenverzwaringen en ombuigingen weer een overschot te bereiken.

In Brussel was Zalm de strengste van de klas als het om begrotingstekorten van andere landen ging. Verder sleepte hij twee keer een verlaging van de Nederlandse bijdrage aan de EU in de wacht.

Als VVD-politicus doorliep Gerrit Zalm ook een conjuncturele golf. Hij was de populairste minister van Paars-II, in 1998 goed voor een kwart van alle VVD-stemmen. Maar nadat hij in 2002 het partijleiderschap had overgenomen van Hans Dijkstal, die was afgeserveerd na de Fortuyn-revolte bij de verkiezingen van dat jaar, ging het mis. Zalm kwam als fractieleider terecht in de Kamer en werd – naar later bleek ten onrechte – door de LPF gebrandmerkt als de man die „de stekker uit het kabinet” had getrokken. De populistische hoon die hem ten deel viel werd alleen maar groter omdat Zalm werd aangewreven dat hij verantwoordelijk was voor de inflatie na introductie van de euro in 2002. Nostalgie naar de gulden, afkeer van Europa en ergernis over de prijsstijgingen – vooral in de horeca – brachten Zalms populariteit naar een dieptepunt. Dat hij in Balkenende-II optrad als de onverbiddelijke saneerder van de overheidsfinanciën en voorstander van marktwerking maakte hem opnieuw geliefd doelwit van de oppositie.

Dit jaar maakte Zalm enkele uitglijers. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart blunderde hij met een van zijn stokpaardjes, de afschaffing van de onroerende-zaakbelasting. Tegen zijn gewoonte in sloeg hij een advies van zijn ambtenaren in de wind. Zijn oproep aan burgers om betaling te weigeren in gemeenten die de OZB hadden verhoogd, kwam als een boemerang terug. De feiten klopten niet, erkende Zalm later.

Vijf maanden later speelde Zalm een rol in de affaire rond VVD-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali. Als vicepremier had Zalm VVD-minister Verdonk moeten behoeden voor daadkracht. In de opeenstapeling van missers die politici toen maakten, was dat er eentje die wellicht had kunnen voorkomen dat de affaire uit de hand liep en het kabinet viel.

Door de val van Balkenende-II heeft Zalm een van zijn belangrijke politieke dossiers niet kunnen afmaken: de deelverkoop van het staatsbelang in de luchthaven Schiphol. Het vertrek van Zalm na twaalf jaar markeert het einde van een periode waarin marktwerking de dominante politieke leidraad is geweest.