Taalboeken voor Sint

Sinterklaas staat weer voor de deur en het is een traditie geworden om dan in deze rubriek iets te schrijven over de leukste, interessantste of nuttigste taalboeken.

1. Medici en anderen die geïnteresseerd zijn in medisch vakjargon, kan ik de nieuwste editie van Pinkhof Geneeskundig woordenboek (€ 95,00) aanraden. De eerste editie van dit standaardwerk dateert van 1923 en onlangs verscheen de elfde, herziene en uitgebreide editie. Het boek bevat inmiddels 47.000 trefwoorden, vierduizend meer dan in de vorige druk. De bewerking is grondig geweest: ruim tienduizend termen zijn voorgelegd aan medisch specialisten. Het aardige is dat er ook een pc-versie verkrijgbaar is, plus een pda-editie (een pda is zo’n handcomputertje). Met die pda-editie voegt uitgeverij Bohn, Stafleu Van Loghum zich meteen in de lexicografische voorhoede.

2. Voor een mooi, sober en ontroerend verslag over wat een hersenbloeding met ons taalvermogen doet, moet je Hoe mijn vader zijn woorden terugvond (€ 12,95) hebben, geschreven door Liesbeth Koenen. Koenen is taalkundige en zij had al veel over afasie geschreven, toen haar eigen vader hiermee te maken kreeg, na een beroerte. Een citaatje: „‘Weet je hoe mamma heette?’ vraag ik. Ja hèhè, schokschoudert hij, maar zeggen kan hij het niet.” Met enorme inspanningen weet haar vader uiteindelijk toch orde te scheppen in de chaos in zijn hoofd.

3. Het beeld dat onze voorvaderen tot de komst van de Romeinen in takkenhutten woonden, is de laatste jaren grondig bijgesteld. Dit gebeurde deels op basis van naamkundig onderzoek, want ook toponymische patronen zeggen veel over onze nederzettingsgeschiedenis, aldus Gerald van Berkel en Kees Samplonius. Onlangs brachten zij de derde druk uit van Nederlandse plaatsnamen, herkomst en historie (€ 24,50). De eerste druk van dit boek verscheen in 1995, onder de titel Prisma Nederlandse plaatsnamen. Inmiddels is het uitgegroeid tot een standaardwerk van ruim vijfhonderd pagina’s, waarin u de herkomst van 7.000 Nederlandse plaatsnamen kunt opzoeken.

4. Tussen 1934 en 2001 kon ontoelaatbaar taalgebruik door de Kamervoorzitter buiten de Handelingen (de letterlijke verslagen) van de Tweede Kamer worden gehouden. Formeel was het dan niet gezegd. Maar om later te kunnen vaststellen wát er dan formeel niet was gezegd, werden de geschrapte passages bewaard in een apart archiefje, het zogenoemde lijkendossier. Over de inhoud van dit dossier schreven Peter Bootsma en Carla Hoetink een degelijk en onderhoudend boek, getiteld Over lijken. Ontoelaatbaar taalgebruik in de Tweede Kamer (€ 18,50). Een voorbeeld van wat niet mocht: Gerbrandy mocht Soekarno in 1958 geen ‘oorlogsmisdadiger’ noemen.

5. Kort na de canon voor de Nederlandse geschiedenis verscheen er een voor onze taal: Wat iedereen van het Nederlands moet weten en waarom (€ 15,00), onder redactie van Nicoline van der Sijs, Jan Stroop en Fred Weerman. In 26 bijdragen (van A tot Z) schrijven verschillende deskundigen over onder meer het oudste Nederlands, het Fries en het Afrikaans, over het ontstaan van familienamen, over dyslexie en gebarentaal, over grammatica, spelling en uitspraak van het Nederlands.

6. Wie wil weten welke woorden er allemaal zijn bijgekomen in 2006, kan hiervoor terecht in het Van Dale jaarboek taal 2007 (€ 29,50), samengesteld door Ton den Boon. Het boek bevat 3.650 nieuwe woorden, plus een cd die werkt als update voor de digitale Grote Van Dale. Overigens is het curieus om te zien wat hier allemaal als neologisme wordt gepresenteerd. Want zijn behangtafel, bomenlaan, galajurk, homoseks en winkelmandje inderdaad zo nieuw? Desondanks een nuttig sinterklaascadeau.