Strijd om stadjes in oosten van Tsjaad

Naar eigen zeggen hebben Tsjadische regeringstroepen gisteren twee plaatsen nabij de Soedanese grens heroverd, een dag nadat rebellen de stadjes hadden ingenomen. Abeche en het nabijgelegen Biltine werden zaterdag bezet door twee verschillende groepen – met als overeenkomst dat ze tegenstander zijn van het regime van president Idriss Déby. De regering ontkent dat rebellen onderweg zijn naar de hoofdstad N’Djamena, in reactie op een uitlating van de Franse ambassade, die waarschuwde dat gevechten om de hoofdstad „binnen 24 uur” niet uitgesloten konden worden. Door de gevechten in het oosten dreigen volgens de Verenigde Naties ruim 200.000 Tsjadische en Soedanese vluchtelingen te worden afgesneden van hulp.

Een van de rebellenleiders zei zich te hebben teruggetrokken uit Abeche na het regeringsleger „zware schade” te hebben toegebracht en dat ze klaar waren om opnieuw toe te slaan. De leider van een tweede opstandige beweging beweerde dat zijn Vereniging van Democratische Krachten (RAFD) nog de macht had in Biltine, dit in tegenspraak met de claims van het Tsjadische leger.

Het gevecht om de macht in Tsjaad is verhevigd sinds het in 2004 begon met export van olie.

Het conflict in Tsjaad is onlosmakelijk verbonden aan de strijd in de West-Soedanese provincie Darfur, die ook is overgeslagen naar de Centraal Afrikaanse Republiek. President Déby beschuldigt de regering van Soedan de rebellen in zijn land te steunen en oorlog te voeren vanuit Darfur. Khartoum ontkent steevast.

De vluchtelingenorganisatie van de VN, UNHCR, maakte vrijdag bekend dat ze de distributie van hulp als gevolg van de onlusten heeft moeten staken. De UNHCR beheert twaalf vluchtelingenkampen in het grensgebied tussen Tsjaad en Soedan met 218.000 ontheemden die gevlucht zijn voor het geweld in Darfur. Ook verblijven er ongeveer 90.000 Tsjadiërs die een veiliger heenkomen zochten als gevolg van het geweld in Oost-Tsjaad. (AP, AFP, BBC)