Rijke ‘Oresteia’ in een mensenkooi vol klei

Toneel: Oresteia van Aischylos, door NTGent/ Toneelgroep Amsterdam. T/m 20 jan in Amsterdam, Utrecht, Gent. Inl. www.toneelgroepamsterdam.nl

Zoals een spin gif spuit over zijn prooi om hem voor te verteren, zo buigt koningin Klytaimestra zich over het lijk van haar man, om daarna in een katachtig spasme over hem heen te braken.

Gesteund door de vele vergelijkingen met dieren in Aischylos’ tragedie Oresteia (458 v.Chr.), zet regisseur Johan Simons zijn toneelspelers in een terrarium. In het midden van de schouwburg staat een met licht beschenen bak van plexiglas met op de vloer gele klei. Af en toe maken de spelers een dierlijke beweging. Hans Kesting loopt als een gorilla in Artis even naar het glas om naar buiten te kijken. Marieke Heebink en Elsie de Brauw kruipen als slangen door de natte klei. Aan gene zijde van het glas worden zij geobserveerd door de goden.

De Oresteia van Johan Simons gold vooraf al als een van de grote beloftes van dit theaterseizoen, door de faam van de regisseur, en door de samenwerking tussen Toneelgroep Amsterdam en NTGent, die het mogelijk maakt dat hier de allergrootste acteurs van Nederland en Vlaanderen samen op het podium staan. Oresteia is een populair repertoirestuk, wat eigenlijk vreemd is, want het is een weerbarstige tekst vol beschouwende, soms raadselachtige poëzie, die maar deels gecompenseerd wordt door het aantrekkelijke wraakverhaal: Bij thuiskomst uit de Trojaanse oorlog wordt koning Agamemnon vermoord door zijn vrouw. Jaren later komt zoon Orestes thuis om zijn vader te wreken, door zijn moeder te vermoorden.

Grootste struikelblok vormen de uitgebreide koorpartijen. Simons en zijn bewerker Paul Slangen nemen deze hindernis door ze domweg te schrappen en een deel van de koorteksten aan de losse personages te geven. Dat werkt buitengewoon goed. Zo bespiegelen de personages over zichzelf en elkaar. Een belangrijke ingreep is dat de koorpartijen van de wraakgodinnen, die Orestes na zijn moedermoord achtervolgen, hier aan de schimmen van Klytaimestra en Ifigeneia zijn gegeven. De slachtoffers regelen zelf hun wraak, Wat de zaak der wraakgodinnen een stuk sterker maakt.

De nieuwe vertaling van Herman Altena klinkt natuurlijk en elegant, de bewerking van Slangen balt het stuk krachtig samen. Nergens doet hij Aischylos werkelijk geweld aan, en dat terwijl hij flink met passages heeft gehusseld en er zelfs een personage heeft bij verzonnen: de schim van Ifigeneia, de dochter die tien jaar eerder is geofferd door haar vader.

Het tweede deel, het verhaal van de kinderen, is hier het sterkste. In dit deel gebruikt Simons de klei, die de vormgeving beheerst, als een speels element. Besmeurd met klei speelt Pierre Bokma het sprekende grafbeeld van Agamemnon, die bij gelegenheid ook twee borsten en een buik van klei kan kneden om de voedster van Orestes te spelen.

Als geen ander weet Simons met krachtige, eenvoudige beelden helderheid, eenheid en leven in de voorstelling te brengen. Hij schudt het stuk los en brengt het dichterbij, met klein spel, geestige terzijdes, en een aangenaam langzaam tempo.

Mede doordat hij zulke sterke actrices tot zijn beschikking heeft, wordt het vooral een vrouwenstuk. De vrouwen zijn de krachtige spelbepalers die zich volledig rekenschap geven van hun eigen daden. De mannen zijn draaiende wouterbossen die zich verschuilen achter de wil der goden. Orestes (Greidanus) is hier een schlemielige snotneus met openhangende mond. Vader Agamemnon (Bokma) komt uit de oorlog als een trillend, stotterend wrak. Hij is zelfs even vergeten waar de oorlog ook al weer om begonnen was. In een keten van wraak en wederwraak kan de aanleiding wel eens uit het zicht verdwijnen.