Polonium-210: ideaal vergif, maar moeilijk te verkrijgen

Karel Knip

Rotterdam, 27 nov. - Het polonium-210 waarmee de Russische ex-spion Alexander Litvinenko blijkt vermoord kan wel het ideale vergif genoemd worden. Het is alleen gevaarlijk bij inslikken of inademen, kan makkelijk heimelijk worden meegevoerd en werkt niet zo snel dat de moordenaar door de acute dood van het slachtoffer wordt verraden. Bovendien wordt het niet snel in het lichaam van het slachtoffer ontdekt en bestaat er geen effectief tegengif.

Daarom is het een geluk dat het niet makkelijk is te krijgen. Polonium-210 is een metaalachtige stof die in de natuur in de omgeving van uraniummijnen wordt gevonden. Omdat uraan en fosfaat soms in combinatie voorkomen bestaat er fosfor-kunstmest die rijk is aan polonium. Langs die weg is het wel in tabak beland.

Polonium-210 is radioactief: onder uitzending van straling gaat het over in een ander element. De straling die polonium-210 uitzendt is alfa-straling, het bestaat uit een stroom zware deeltjes die verwoestingen kunnen aanrichten in levende cellen en extreem gevaarlijk zijn. De vuistregel is dat hun biologische schade 20 keer zo groot is als die van gamma- of beta-straling van gelijke energie-inhoud. Maar alfadeeltjes dringen niet makkelijk door materie heen, ze worden al door het buitenste huidlaagje tegengehouden. Daardoor kan polonium zonder gevaar voor ontdekking in bijvoorbeeld een vulpen worden meegenomen.

De biologische schade van polonium ontstaat inwendig en houdt aan zolang de stof in het lichaam is. Het wordt van nature langzaam afgevoerd: na een maand is nog meer dan de helft aanwezig.

Tegelijk is een monster polonium-210 na een jaar al bijna 90 procent van zijn oorspronkelijke activiteit kwijt. Voor een aanslag is dus een tamelijk vers preparaat nodig. Tegenwoordig wordt polonium-210 zonder uitzondering geproduceerd door bismut in een kernreactor met neutronen te bestralen. In Engeland was het Radiochemical Centre Amersham (nu GE Healthcare) een bekende producent. Mogelijk valt uit de begeleidende stoffen in het Londense poloniumpreparaat de herkomst van het materiaal af te leiden.