Ook in Bahrein boeken de shi’ieten winst

Shi’ieten staan op winst in de Bahreinse verkiezingen. In het Golfstaatje maakt het niet veel uit, maar wel voor sunnitische landen die bezorgd zijn over de shi’itische opmars.

De fundamentalistisch-shi’itische oppositie, Al-Wefaq, heeft zaterdag in de Bahreinse parlementsverkiezingen zeker 16 van de 40 parlementszetels gewonnen terwijl sunnitische partijen hebben verloren. Zaterdag heeft een tweede verkiezingsronde plaats in tien districten die zal bepalen of het nieuwe parlement toch weer gedomineerd zal worden door sunnitische partijen die de regering steunen of in handen komt een oppositie-alliantie van shi’ieten en liberale kandidaten.

De liberalen deden het slecht in de eerste ronde maar worden in de tweede ronde gesteund door Al-Wefaq tegen fundamentalistische sunnitische kandidaten. In het Golfstaatje Bahrein, zoals in de meeste andere Arabische landen, hebben shi’ieten en sunnieten, fundamentalistisch of niet, meer problemen dan overeenkomsten met elkaar.

Binnenlands is de winst van de shi’itische oppositie, die de eerste parlementsverkiezingen in 2002 boycotte, niet van doorslaggevend belang. De sunnitische koning Hamad al-Khalifa en zijn sunnitische elite bepalen wat er gebeurt. Het door de koning benoemde Hogerhuis kan elke door het Lagerhuis aanvaarde wet blokkeren.

Maar de (voorlopige) uitslag in Bahrein is zonder twijfel een bron van nieuwe zorg voor sunnitische regimes in de Arabische wereld – zoals Saoedi-Arabië, Jordanië, Egypte – die zich zorgen maken over de opmars van shi’ieten om hen heen en verstoring van het regionale machtsevenwicht dat tot de val van de sunniet Saddam Hussein in sunnitisch voordeel was. Sinds Saddam door Amerikaans ingrijpen moest plaatsmaken voor een door de shi’itische meerderheid in Irak gedomineerde regering heeft bijvoorbeeld de Jordaanse koning Abdullah II gesproken van een nieuw machtsblok, een „shi’itische halve maan”.

Abdullah had daarbij met name de versterking van de positie van het shi’itische Iran op het oog als gevolg van Saddams val. In zijn optiek beïnvloedt het versterkte Iran weer de shi’itische minder- en meerderheden elders in de Arabische wereld. De Egyptische president Hosni Mubarak waarschuwde eerder dit jaar tot woede van miljoenen shi’ieten dat de meeste shi’itische leiders trouw zijn aan Iran en niet aan hun eigen land.

De shi’ieten van Bahrein hebben voorlopig genoeg aan hun eigen zorgen. Van de 750.000 Bahreini’s is ruwweg tweederden shi’itisch. De economische en politieke macht is echter vast in handen van de sunnieten, wat in de afgelopen jaren tot stakingen en andere protesten aanleiding is geweest.

Afgelopen september ontstonden nieuwe spanningen door onthullingen in een rapport van een regeringsadviseur dat een minister en lid van de koninklijke familie een plan had uitgewerkt om de shi’ieten te verzwakken. Volgens dat 10 punten tellende plan zouden onder andere arme shi’ieten moeten worden betaald om zich tot de sunnitische islam te bekeren en buitenlandse sunnieten worden genaturaliseerd. De regering wees de beschuldigingen van de hand en deporteerde de adviseur, een Brit van Soedanese afkomst.