Onverwoestbare en unieke jazz-zangeres

Anita O’Day was een van de meest gerespecteerde blanke sterren in het bigbandtijdperk, de jaren veertig en vijftig, swingend met haar wervelende scats.

Het leven van Anita O’Day, de eind vorige week in Los Angeles op 87-jarige leeftijd aan een hartstilstand overleden jazz-zangeres, werd gekenmerkt door hoge pieken en diepe dalen. Rond haar twintigste werd ze ontdekt, toen ze dertig werd kende niemand haar meer en op haar veertigste werd ze wereldberoemd door haar optreden in de bioscoopfilm Jazz on a Summer’s Day. Op haar vijftigste overleed ze bijna aan een overdosis heroïne en weer tien jaar later vatte ze het voorgaande samen in haar autobiografie HighTimes, Hard Times.

Haar eerste grote werk deed Anita O’Day in de big band van ex-Benny Goodman drummer Gene Krupa, waarvan in die dagen ook trompettist Roy Eldridge deel uitmaakte. Met de laatste zong ze het duet Let me off Uptown waarmee de Krupa-band goud verdiende. Vervolgens zong ze een jaar bij het orkest van Stan Kenton voor ze terugkeerde bij Gene Krupa.

Voor haar solo-carrière had Anita O’Day veel te danken aan impresario en platenbaas Norman Granz die haar net als Ella Fitzgerald in de studio samen liet werken met goede orkesten die iets mochten kosten. Zoals die van Ralph Burns, Marty Paich en Gary McFarland. Met de laatste maakte ze in ’62 All the Sad Young Men in het gezelschap van jazzcracks als trombonist Bob Brookmeyer, saxofonist Phil Woods, pianist Hank Jones en drummer Mel Lewis.

Wat opvalt als je naar deze en haar andere goede platen luistert is dat Anita O’Day probeert op niemand te lijken. Ze is volkomen haar relaxte zelf, met haar licht gesluierde alt en haar perfecte timing die het haar mogelijk maakte heel onnadrukkelijk te improviseren. Bij matige jazz-zangeressen klinkt ‘scat’, het zingen van betekenisloze woorden, vaak als een goedkope truc. Maar Anita O’Day blaast met een verbazende cool-heid zomaar een wolkje noten de lucht in.

Dat haar privé-leven wat minder luchtig verliep, blijkt uit de periode daarna waarin de discografie van Anita O’Day grote gaten vertoont. Toen ze haar ‘habits’ (drugs en alcohol) met succes had bevochten, keerde ze omstreeks 1975 terug op de scene en maakte ze een tournee door Japan. In 1993 maakte ze als oude dame Rules of the Road, een mooie plaat voor het label Pablo van haar oude baas Norman Granz. En vorig jaar verscheen na dertien jaar stilte de cd Indestructible Anita O’Day.

De als Anita Bell Colton in Chicago geboren Anita O’Day leefde op het scherp van de snede. Ze was niettemin blijkbaar sterk genoeg om te eindigen met een piek. Vorige week werd ze 87, een leeftijd waar geen enkele grote jazz-zangeres ook maar bij in de buurt kwam.

Volgend jaar verschijnt Anita O’Day – The Life of a Jazz Singer, een anderhalf uur lang filmdocument dat al enige tijd in de maak was.