Na jungletocht wil marinier kunnen zuipen

Negen militairen werden vorige week ontslagen wegens drugsbezit. Na een reeks incidenten is de marine nu drooggelegd. Hoe denken de mariniers daar zelf over, en waarom drinken ze zoveel?

Het is tegen de veertig graden, en de luchtvochtigheid is die van een stoombad. Mannen met brede schouders staan voor de spiegel en smeren zich in met een soort schoensmeer. Het laat groene, bruine en grijze vegen achter op hun gezicht. Negen dagen lang zullen ze door de Surinaamse jungle moeten ploeteren. Het bos is zo dichtbegroeid dat ze per dag hoogstens een paar kilometer kunnen afleggen. Ze steken rivieren over waar verderop kaaimannen liggen te slapen.

Twee weken geleden begonnen de mariniers aan hun jungletraining. Enkele dagen eerder beleefde het korps voor het eerst in zijn bestaan een officieel alcoholvrij weekend in Paramaribo. Hoe het beviel, vraagt commandant van de mariniers, generaal Rob Zuiderwijk aan een van de mannen. De marinier mompelt wat en lijkt enkele zinnen in te slikken. Zuiderwijk: „Ik kan je weerstand begrijpen, maar het aantal incidenten werd me net even te veel.”

Tijdens oefeningen van de marine blijft de biertap voortaan gesloten, besloot vice-admiraal Jan-Willem Kelder, als reactie op een aantal incidenten met wangedrag door mariniers. „De maatschappij heeft haar buik vol van dit ongewenste gedrag”, zegt Zuiderwijk. Hij begrijpt de boosheid van sommige mariniers, legt hij later uit. „Aan een marinier van veertig jaar, die thuis zijn kinderen opvoedt, ontzeggen wij hier in het weekend zijn biertje. Dat is denigrerend. Maar we moéten iets doen.”

Het Korps Mariniers – 3.200 man, in 1665 opgericht op initiatief van raadspensionaris Johan de Witt en zeeheld Michiel de Ruyter – maakt deel uit van de marine. De mariniers zijn als het ware de landingstroepen die bij de schepen horen, en die dus op het vasteland kunnen opereren. Net als de commando’s, die onderdeel zijn van de landmacht, zijn het elitetroepen met een zware opleiding, en een sterk gevoel voor traditie en esprit de corps. Juist omdat het Korps Mariniers een elitekorps is, staat het in de schijnwerpers. In Suriname vertellen ze wat ze vinden van het wangedrag, en van de maatregelen om het te voorkomen.

In het kamp blijven zes mariniers achter. Ze zijn uitgevallen nog voordat de zware eindoefening begint. Eén ligt rillend van de koorts op een veldbed. „Als je in de jungle een klein wondje krijgt, is de kans groot dat het gaat ontsteken”, zegt de legerarts op het kamp. „En dan krijg je koorts.”

Na negen dagen kruipen over de rode bosaarde en een verblijf tussen slangen, mieren en muggen, wil je wel een biertje, zegt sergeant-majoor Henk van Beekhoven (48). „Hard werken betekent ook hard ontspannen”, zegt hij, rijdend in een jeep. „En daar hoort nu eenmaal alcohol bij.”

Van Beekhoven keurt het wangedrag af, maar vindt het „niet eerlijk” dat het héle korps wordt gestraft. „Bij studentenverenigingen loopt het wangedrag toch óók de spuigaten uit? Maar omdat wij militairen zijn en een uniform dragen, wordt er extra op ons gelet.”

Gerko Slots (35), korporaal, vindt dat het wangedrag is opgeklopt. „Zonder alle aandacht van de media zou er geen alcoholverbod zijn ingesteld.” Hij ziet weinig heil in de maatregelen. „Als we geen alcohol meer mogen drinken, zal dat de sfeer verpesten.” En, verwacht hij: „Het zal stiekem toch doorgaan.” Slots, al zeventien jaar bij de krijgsmacht, ziet wél verschil met tien jaar geleden. „Vroeger deden we meer samen. Er was sociale controle. Nu zitten jonge mariniers ’s avonds achter hun Playstation te spelen.”

De verklaring van het wangedrag zoeken betrokkenen in het ‘groepsgevoel’ en ‘de knop niet kunnen omzetten’. „We hebben een cultuur van hard werken en kameraadschap”, zegt Peter van Maurik, voorzitter van de ‘vereniging van marine-officieren’. „Anderzijds bestaat er óók een cultuur van ‘we zuipen ons te pletter’. Die cultuur bestaat bij een minderheid, maar is wel moeilijk uit te bannen.”

Zowel op oefening in de jungle als in gevechtssituaties werken mariniers in kleine, hechte groepjes. Daardoor, zegt Van Maurik, ontstaat een speciale manier van met elkaar omgaan: „Je gaat elkaar anders behandelen: directer en harder. Eenmaal thuis of in je vrije tijd moet je je weer aanpassen.” Sergeant-majoor Van Beekhoven: „Sommige jongens kunnen de knop niet omzetten. Als je onder spanning werkt, is dat lastig. De jongens die hier door de jungle trekken, moeten straks weer boodschappen doen in de supermarkt.”

Een legerarts die anoniem wil blijven vraagt zich af: „Zijn deze mannen slecht opgevoed of zijn ze zo gemaakt?” Het laatste, denkt hij, gewend als de mariniers zijn aan agressiviteit, hard ingrijpen en aanvallen.

De arts „keek niet op” van de misdragingen in de discotheek in het Noorse Karasjok. „Die mariniers waren pas een paar maanden terug, uit Afghanistan. Voor sommigen is het verschil dan moeilijk. Dat valt ook niet mee, als je maandenlang onder stress hebt gewerkt. Je kunt niet overdag bij een slagerij werken en ’s avonds de vegetariër uithangen.”

Zijn trauma’s een verklaring voor het wangedrag? Nee, meent Zuiderwijk: „Het gedrag van militairen wordt beïnvloed door traumatische ervaringen. Maar die hebben zich voor zover we weten nog niet gemanifesteerd bij de mariniers uit Afghanistan.”

Vakbondsvrouw Marlies Verhoef van de militaire vakbond AFMP/FNV wijst op de groepscultuur. Daardoor verdwijnt wangedrag makkelijk in de doofpot. „Je verlinkt je maten niet. Het zal nog heel wat moeite kosten die cultuur te veranderen. ”

De marine is toe aan een nieuw ethisch reveil, daarover zijn de meeste betrokkenen het wel eens. De burgemeester van het Noorse Karasjok suggereerde de mariniers kennis te laten maken met de plaatselijke bevolking. Een goed idee, vond Zuiderwijk. Twee weken geleden bezochten zijn mariniers het straatarme Surinaamse jungledorpje Kwakoegron. Ze brachten er nieuwe tafels en stoelen en legden waterreservoirs aan. Zuiderwijk: „Als je niet uitkijkt, leer je militairen alleen schieten.”

Het gebaar werd door de dorpelingen op prijs gesteld. „Normaal hadden we alleen last van de mariniers. Ze maken herrie”, zegt Peggy, één van de inwoners van Kwakoegron. Generaal Zuiderwijk hoopt zo het wangedrag een halt toe te roepen. „Maar helemaal uitsluiten kan ik het niet.”