Ljoedmila telt alle gele lijken De mensen hebben niets om voor te leven

Over Rusland spoelt een golf van sterfgevallen door vergiftigde alcohol. De autoriteiten zeggen dat ze de crisis meester zijn.

Maar het sterven gaat door.

Niet alle ‘geleriken’ zijn dakloze alcoholisten. Vanwege een ziekelijk gele huid ging Sveta vier weken geleden naar de dokter. „Ik was zo moe, ik wilde steeds slapen.” Nu heeft zij een blijvend verwoeste lever en voelt ze zich een wandelende dode. Terwijl zij zit te huilen, maakt haar dochtertje stilletjes huiswerk aan de keukentafel.

Sveta (40) dronk een glaasje uit de fles nepwodka die haar man voor 25 roebel kocht. Natuurlijk wist zij dat het schoonmaakalcohol was, aangelengd met water. Dat drinken ze al jaren in het dorpje Osoega. Maar sinds september moesten veertien dorpelingen plots doodziek naar het ziekenhuis in de stad Rzjev. Daar was het crisis: uit de hele streek waren ruim vijfhonderd ‘zjoltenkie’ samengestroomd, ‘geleriken’.

Sveta ging in quarantaine. De artsen vreesden een herhaling van de hepatitisepidemie van vorig jaar. Pas na enige tijd ontdekten ze dat het ditmaal ‘toxische hepatitis’ betrof, door vervuilde alcohol. Zoiets is alleen drie tot zes uur na inname goed te bestrijden. Sveta’s bloed werd gezuiverd, ze kreeg pillen, maar haar prognose is somber. „Met een streng dieet, geheelonthouding en dure pillen kan ik het wat jaren uitzingen.” En die discipline brengt niet iedereen op. Een dorpeling kwam uit het ziekenhuis, voelde zich wat beter en dronk om dat te vieren enkele glazen legale wodka. Hij is nu dood.

In Rzjev, tweehonderd kilometer ten noordwesten van Moskou, begon in september een gifgolf die over half Rusland spoelde. Het laatste brandpunt is het Siberische Irkoetsk, waar nu 1.250 mensen zijn opgenomen en 98 stierven. De Doema greep de crisis aan voor een voorstel om het oude monopolie op productie en verkoop van wodka te herstellen. De bureaucratie watertandt bij de gedachte. Dus wekt de alcoholcrisis scepsis: bestaat zij wel? Is het geen campagne om de geesten rijp te maken voor ‘goede, goedkope staatswodka’? Op jaarbasis sterven sowieso 42.000 Russen aan alcohol.

Maar in Rzjev is duidelijk iets aan de hand. De bazen zeggen dat de crisis voorbij is, de burgemeester wil niet praten. En in het lijkenhuis gaat het sterven gewoon door. Ljoedmila ziet alle gele lijken voorbijtrekken. „Laat me tellen hoeveel.” Ze buigt zich over een schrift. „78 lijken in totaal.” Het officiële cijfer is 42. Het treft, vandaag hebben ze een gelerik. „Waar ligt Koedratsjov?” roept Ljoedmila naar de koelcel. „Onder Koroljov”, antwoordt iemand.

Rzjev reageerde voortvarend. Men vormde een crisisstaf, waarschuwde de inwoners, nam nepwodka in beslag, sloopte kiosken zonder papieren. Onderzoeksrechter Denis wijst op de hoofdverdachte: plastic vijfliterflessen met schoonmaakalcohol ‘Extrasept nummer één’.

Alcohol De mensen hebben niets om voor te leven

Het bevat 93 procent gedenatureerde ethylalcohol. Niet voor consumptie, maar normaliter ook niet zo gevaarlijk als blindheid veroorzakende methylalcohol.

De maker, een grote chemische fabriek in stadje Aleksandrovsk, weet best dat zijn product niet alleen wordt gebruikt om handen te wassen of apparatuur te steriliseren, zegt Denis. Toch werd Extrasept in augustus plots giftig. De fabriek is nu dicht. Denis: „Wij weten wat er gebeurd is, maar ik mag dat niet meedelen.” Dan maar speculeren. In juli werd in Rusland een wet van kracht die productie van alcohol aan een duur licentieregime onderwierp. Fabrikanten zochten misschien naar manieren om hun waar goedkoper te produceren. Met fatale gevolgen.

Schuldigen? In Rzjev weten ze het wel. „Kaukasiërs, dat tuig uit het zuiden”, bromt een gepensioneerde marinekapitein. „Het is genocide tegen Russen.” Maar juridisch ligt het iets complexer. De fabrikant zet met piepkleine lettertjes op het etiket dat zijn alcohol niet drinkbaar is. De kioskhouder verkoopt het als sterilisatiemiddel of antivries. Wat de koper ermee doet, is zijn zaak. En dan dient de aanklager ook nog te bewijzen dat juist deze alcohol de mensen fataal werd.

„Eerst worden ze geel, dan blauw als negers”, loeit een straatveger. „Het is vreselijk.” Waarom drinkt men geen legale wodka? In een dorpje als Osoega is zeventig roebel (twee euro) voor een fles gewoon te duur. In november ademt de aarde hier haar laatste warmte uit in de vorm van mist, een grauwsluier over een woestenij van modder, geel gras en streepjes sneeuw. Dorpelingen wonen in half ingezakte krotjes van wrakhout, leven van aardappelen en ingemaakte groenten uit eigen tuin. Sinds de kolchoze sloot, is er geen werk, geen geld, geen hoop. Enkele malen per dag raast de sneltrein van Moskou naar Riga langs. Dichterbij komt de vooruitgang niet.

„U komt zeker onze geleriken uitlachen”, roept een dorpeling. „U met uw dure auto.” We kloppen aan bij Boris Andrejevitsj (78), een gepensioneerde spoorwerker. Hij is niet ziek, beweert hij, al oogt zijn huid als vaal perkament. Terwijl we praten, vlucht zijn gele zoon via de achterdeur de mist in: hij schaamt zich. Waar kocht Boris zijn drank? Boris wijst vaag naar een laag flatje aan het spoor.

Daar beheerde Ljoedmila Brants de lokale slijterij. Haar leverancier bracht maandelijks zeventig liter nepwodka langs. „Zijn laatste partij rook naar citroen.” Toen de klanten ziek werden, staakte zij de handel. Want Ljoedmilla is een christen, geen handelaar in de dood. Ze leverde haar flessen in bij de politie en is bereid naar de gevangenis te gaan. „Ik voel me heel schuldig.”

Haar klanten nemen het Ljoedmila niet kwalijk dat ze gif verkocht, wel dat ze de verkoop staakte. Ze kunnen terecht bij haar oude concurrente Tamara. „Die heeft honderd liter ingeslagen, dat moet ze toch kwijt.”

Volgens de woordvoerder van de crisisstaf is rond Rzjev iedereen bang is om te drinken. „Dus drinkt men bang.” Wat wil je, zucht de Ljoedmila van het lijkenhuis. „Wij leven als slaven. Dat begint al met het ambtenarenloketje: je moet je diep voorover buigen om ze te kunnen zien. Je werkt je rot en ze geven je kopeken. Mensen hebben niets om voor te leven.”