Joep Franssens blijft zichzelf in langzame, symfonische muziek

Concert: Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Steven Sloane, met Colin Currie, marimba. Gehoord: 25/11 De Doelen, Rotterdam.

Niemand schrijft zulke muziek als de Nederlandse componist Joep Franssens (1955). Met bewonderenswaardige standvastigheid componeert hij in een idioom dat hem in het Nederlandse muziekleven in een redelijk isolement bracht, maar tegelijk – de ovatie van zaterdag in Rotterdam bewees het opnieuw – een heel eigen schare bewonderaars opleverde.

Je zou kunnen zeggen dat Franssens zich heeft gespecialiseerd in de ‘langzame delen’ uit de symfonische traditie. Bridge of Dawn, geschreven in opdracht van De Doelen die veertig jaar bestaat, klonk net als veel van Franssens’ eerdere composities als een nakomeling van het Adagietto uit Mahlers Vijfde symfonie en Nimrod uit Elgars Enigma Variations. De bredere context waarin die delen stonden is bij Franssens afwezig – het emotioneel hoog oplopende tussenspel is hoofdzaak geworden en wordt tot grote lengte uitgerekt.

Dat eendimensionale zorgt er mede voor dat er bij deze muziek geen middenweg lijkt te bestaan: óf je omarmt haar volledig, óf je krijgt er ontzettend de kriebels van. Het Nederlands Philharmonisch Orkest toonde zich een zeer toegewijd en kundig verdediger van de muziek, hoewel er gaandeweg wat slordigheden ontstonden, met name in het koper.

Een vergelijkbare eendimensionaliteit kenmerkt Michael Nymans gdm, een Nederlandse première. Van de woede over het afschaffen van de Londense dubbeldekkers waaruit deze compositie voor marimba en orkest ontstond, is weinig te horen, al zijn ze nog te herkennen in de nadrukkelijke ‘drive’ in het basritme.

Verder schreef Nyman (voor altijd de componist van de filmmuziek bij The Piano) vooral een onophoudelijk opgewekte compositie vol speelse ritmische complexiteiten. Dirigent Steven Sloane kreeg het orkest hierin niet altijd even scherp, waardoor het geheel meer dan eens verwarde: klonken er allerlei bedoelde, soms wel érg irrationele polyritmes, of was het gewoon een rommeltje? Solist Colin Currie bleef er stoïcijns onder.

Uit een totaal andere wereld komt Prokofjevs Vijfde symfonie (1944). Het loodzware eerste deel was als een onweersfront: de hevige spanningen en ontladingen ruimen tegelijk fijn op, zodat daarna nog even lekker en vooral gevarieerd gemusiceerd kon worden. Sloane’s uitvoering was fris en helder, met scherp onderscheid tussen hoofdzaak en effect. Alleen in het laatste deel Allegro giocoso ontbrak het venijn een beetje, waardoor de muziek soms wel erg opgeruimd en ‘understated’ werd.