Hoekstra’s hordeloop

De eerste voorzichtige stappen op weg naar een volgend kabinet zijn gezet. Staatsraad Hoekstra (CDA), die als informateur aan de wieg stond van het kabinet Balkenende II, is er door koningin Beatrix op uitgestuurd als verkenner. Nog los van de puzzel die de verkiezingsuitslag heeft geproduceerd, lopen ook de adviezen die alle fractievoorzitters vrijdag en zaterdag aan het staatshoofd gaven nogal uiteen.

De eerste horde die Hoekstra moet nemen is het elimineren van ‘onmogelijke’ coalities. SGP-voorman Van der Vlies was daar zaterdag na zijn bezoek aan het paleis vrij kort over. De SP is dan wel de grootste winnaar, maar nog steeds niet de grootste partij. Dat is en blijft het CDA en aangezien de programmatische verschillen tussen Christendemocraten en socialisten onoverbrugbaar zijn, is de fase van de ‘pre-informatie’, die nu is ingegaan, wat Van der Vlies betreft ‘tijdverlies’.

Dat is een opmerkelijk standpunt voor een fractievoorzitter die zich laat voorstaan op zijn lange staat van dienst in de Tweede Kamer. Het zonder meer terzijde schuiven van de grootste winnaar klinkt behalve efficiënt ook wel een beetje anti-democratisch.

In het Nederlandse bestel van evenredige vertegenwoordiging en coalitievorming komen kabinetten tot stand met vallen en opstaan en niet dan na lange onderhandelingen. De functie daarvan is onder meer om de coalitie die het uiteindelijke resultaat is van dat proces te kunnen presenteren als de enig mogelijke. Ook moet het samenwerken van partijen die elkaar tijdens de campagne nog naar het leven stonden, in het oog van de kiezers plausibel worden. Potentiële regeringspartners worden daarbij niet actief door een informateur geëlimineerd.

Partijen rangeren zichzelf uit, althans in de presentatie, door bijvoorbeeld te hoge eisen te stellen aan hun eventuele medewerking aan het nieuwe kabinet. Daarom zal de coalitie van CDA, PvdA en SP voordat die eventueel wordt afgestreept, eerst grondig moeten worden onderzocht.

De betrekkelijkheid van het succes dat het CDA heeft geboekt bij de Kamerverkiezingen wordt hiermee duidelijk: de partij kan alleen door medewerking van oppositiepartijen een kabinet formeren. CDA-leider Balkenende kan koning Pyrrhus van Epirus (319-272 v. Chr.) met instemming citeren. Deze zou gezegd hebben na twee vruchteloze victories op de Romeinen: „Nog een zo’n overwinning en het is afgelopen met mij.”

Uitgaande van de wens van het staatshoofd dat hij „een werkbare meerderheidscoalitie” moet smeden, zal Hoekstra ook moeten kijken naar de combinaties van CDA, PvdA en ChristenUnie en van CDA, PvdA en GroenLinks. Voor alle partijen komt het er nu op aan wie de formatie gaat winnen. Met begrip voor alle partijpolitieke belangen die daarbij in het geding zijn, is het noodzakelijk dat de hoofdrolspelers oog blijven houden voor het algemeen belang. Dat er is mee gediend dat, rekeninghoudend met de eigenaardigheden van het Nederlandse politieke bestel, geen tijd nodeloos verloren gaat bij het formeren van een stabiele regering.