Façade van Groene Zone

De Iraakse regering houdt zich in de Groene Zone veelal bezig met fantasieplannen.

Achter die façade steekt de realiteit zijn lelijke hoofd op.

Amerikaanse soldaten op een militaire basis in de zwaar bewaakte Groene Zone in Bagdad serveren eten tijdens Thanksgiving afgelopen donderdag. Foto Reuters U.S. soldiers serve food to fellow soldiers as they celebrate Thanksgiving Day at a U.S. military camp in the fortified Green Zone in Baghdad November 23, 2006. REUTERS/Mohammed Ameen (IRAQ) REUTERS

In de microkosmos van de omheinde en door het Amerikaanse leger beheerste Groene Zone in Bagdad gebruiken de leden van het Iraakse parlement hun lunch altijd om stipt twee uur. Dus ook als er 200 doden vallen in de shi’itische sloppenwijk Sadr City, zoals afgelopen donderdag.

Misschien is het een vorm van afleiding van de barbaarse sektarische moorden in de Iraakse hoofdstad dat ze zich buigen over wetsvoorstellen over de begrenzing van moerassen. De enige zekerheden die veel parlementsleden nog hebben in hun politieke bestaan zijn lunch, telefoon en stemmingen over fantasieplannen.

Maar achter die façade steekt de Iraakse realiteit zijn lelijke hoofd op. „De terroristen zitten nu ook hier te lunchen”, zegt het Koerdische parlementslid Mahmoud Othman zachtjes en knikt om zich heen in de volle kantine. „Veel mensen in dit parlement hebben banden met de milities en sturen ze zelfs aan.’’ Wat al de ‘oorlog der ministeries’ kan worden genoemd, laat zien dat de breuklijnen van de Iraakse samenleving tot diep in de politiek zijn doorgedrongen. Ministeries, politie, leger en andere overheidsinstellingen zijn militiebases geworden, met aan het hoofd vertegenwoordigers van de verschillende bevolkingsgroepen en religies. Het Amerikaanse plan om Irak te regeren via sektarische vertegenwoordiging heeft een vernietigende uitwerking op de politieke infrastructuur.

Vorige week ontvoerden shi’itische strijders 150 sunnitische ambtenaren van het ministerie van Hoger Onderwijs. Donderdag vielen sunnieten het ministerie van Gezondheid aan, dat wordt gecontroleerd door de shi’itische krijgsheer Muqtada Sadr. Kort daarop volgde de aanslag in Sadr City, met tweehonderd doden.

Terwijl de Amerikaanse regering blijft weigeren te spreken over een burgeroorlog, gingen dit weekeinde in Bagdad vier moskeeën in vlammen op en werd een nog onbekend aantal sunnieten door shi’ieten gedood. Het uitgaansverbod, dat was ingesteld na de aanslag in Sadr City, bleef ook gisteren nog de hele dag van kracht.

Vorige week werd er een niet-ontplofte bom gevonden binnen de Groene Zone in de auto van de sunnitische voorzitter van het Iraakse parlement, de havik Mahmoud al-Mashhadani. Niemand spreekt het hardop uit, maar leden van de lijfwachten van andere Iraakse politici binnen de Groene Zone worden verdacht.

Verscheidene vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap binnen de Groene Zone verwachten dat de Iraakse burgeroorlog snel over de betonnen veiligheidsmuren binnen zal komen. Evacuatieplannen worden constant aangepast. Men vreest wellicht al in januari de Zone te moeten te verlaten wegens het extreme geweld in de Iraakse hoofdstad.

De enige Irakezen met toestemming om de Groene Zone te betreden, zijn allemaal bezig hun vertrek uit Bagdad voor te bereiden. „Alstublieft, helpt u mij”, vraagt de Iraakse journalist Mudhir Ali. „Ik heb vier kinderen. Ik moet weg. Ze zijn al bij me aan de deur geweest om me te vermoorden.” Samen met enkele collega’s gaat Ali elke dag naar het mediacentrum in de Groene Zone. „Dat is veiliger dan buiten op straat.”

Sinds de Amerikanen het mediacentrum hebben overgedragen aan de Iraakse overheid is het in rap tempo vervallen. Lichten doen het niet meer en het trappenhuis ligt vol met kapotte gipsplaten. Gisteren werd weer een Iraakse journalist vermoord. „Alstublieft, ik heb een visum nodig. Alles stort in elkaar. Kunt u me helpen”, vraag Ali dringend.

Een secretaresse van een internationale organisatie woont in een sunnitische wijk naast Sadr City. Ze beleeft de ergste dagen van haar leven. „Het Leger van de Mahdi (de militie van Muqtada Sadr) is onze buurt binnengetrokken. Er liggen scherpschutters op de daken die gericht op ons schieten. Mijn kinderen zijn doodsbang”, zegt de werkneemster, die anoniem wil blijven. Er is een uitgaansverbod in Bagdad. Alle vluchten zijn geannuleerd. Zodra het verbod wordt opgeheven probeert ze naar Noord-Irak te vluchten. „Ik kan niet meer.”

Iedere Irakees die dagelijks weer de poorten van de Zone verlaat, heeft vreselijke verhalen over de gebeurtenissen in Bagdad. Een bewaker vertelt hoe shi’itische militieleden zijn huis binnenkwamen, zijn oude vader met een geweerkolf in coma sloegen en zijn broer met kogels doorzeefden. „We zijn direct verhuisd naar een sunnitische wijk. Maar hoe lang zijn we daar nog veilig?”

Parlementslid Othman vraagt zich af hoe de situatie ooit weer vrediger kan worden. „De politieke groepen praten niet echt meer met elkaar. De situatie in Irak is nu zo zwart. Er zijn zoveel vreselijke fouten gemaakt”, zegt hij. Om hem heen schudden de andere parlementariërs elkaar vriendelijk de hand. Zoals alle Iraakse politici weigert Othman het geweld in Irak een burgeroorlog te noemen. „Maar dat betekent alleen dat het nog erger kan worden dan het nu al is.”

Lees het boek Imperial Life In The Emerald City van de Amerikaanse journalist Rajiv Chandrasekaran, die voor de Washington Post werkt. Het boek vertelt over het leven in de Groene Zone in Bagdad. Voor meer informatie zie:www.rajivc.com of 66983 naar 7585