Een minderheidskabinet is stabieler en effectiever

De kiezer is verdeeld: een échte meerderheid is er niet.

Stop met pirouettes draaien en vorm een stabiel minderheidskabinet.

De verkiezingen hebben vele politici in wanhoop achtergelaten. Er kan immers geen meerderheidskabinet worden geformeerd uit slechts twee partijen. De vraag is echter of een meerderheidskabinet in deze situatie zó verkieslijk is, dat het koste wat kost moet worden nagestreefd. Zo nee, is het dan niet veel efficiënter om af te zien van het draaien van de zogenaamd verplichte pirouettes en maar meteen met open vizier af te stevenen op de formatie van een minderheidskabinet ?

Is een minderheidskabinet per definitie instabiel? Er zijn gezaghebbende studies, over Zweden en andere Scandinavische landen waar minderheidskabinetten regelmatig voorkomen, waaruit is gebleken dat zulke kabinetten niet per se minder stabiel zijn of minder daadkrachtig dan meerderheidskabinetten. Daar zijn verschillende redenen voor.

Wanneer een meerderheidskabinet slechts kan worden geformeerd door partijen met zeer verschillende politieke uitgangspunten op krampachtige wijze bij elkaar te drijven, dan is het vechtkabinet geboren. De politieke strijd speelt zich dan voor een groot deel binnen dit niet-homogene kabinet af. De interne stabiliteit is laag.

Om die reden bezie ik de combinatie CDA-PvdA-SP met grote scepsis. Zo’n kabinet heeft een zeer comfortabele meerderheid in het parlement, maar de partijstandpunten en -culturen liggen te ver uit elkaar. Bovendien hebben de partijen zich voor de verkiezingsdatum al zo vastgelegd op een aantal ‘niet-onderhandelbare punten’, zoals de hypotheekrente-aftrek, dat een werkbaar compromis onhaalbaar lijkt.

Een meerderheidskabinet van CDA, VVD, PvdV en ChristenUnie lijkt haalbaarder, maar ook dat zou een verlegenheidskabinet zijn. Bovendien is het afwachten wat de parlementaire kwaliteiten zijn van de de partij van Geert Wilders.

Een minderheidskabinet kan duurzaam zijn, zolang het homogeen is. Bovendien moet zo’n kabinet meer letten op de kwaliteit van het regeren. Een meerderheidskabinet krijgt vaak een gemakzuchtige houding. Er is geen parlementaire oppositie die een vuist kan maken en de coalitie-partners houden vast aan het pluche. Zij zijn bereid veel te slikken van de partners omwille van de goede sfeer. Zo sukkelt men voort met als enige doel: het voortbestaan van de coalitie.

Een minderheidskabinet daarentegen voelt continu de hete adem van de parlementaire controle in zijn nek. Dat komt het beleid ten goede. Het leidt tot betere voorbereidingen en argumentaties, meer rekeningschap met de wensen van de oppositie en minder ‘sorry-democratie’.

Van belang voor het beoordelen van de stabiliteit van een minderheidskabinet is de kans op ‘gedoogsteun’. Een partij gedoogt, omdat zij het inhoudelijk eens is met het zittende kabinet en door te dreigen met tegenstemmen veel gedaan kan krijgen. Een partij gedoogt ook, wanneer het een alternatief kabinet, dat bij intrekken van de steun aan de macht komt, minder ziet zitten.

Drie minderheidskabinetten lijken mogelijk. In de eerste plaats de combinatie CDA-PvdA (73). Een kabinet dat drie kamerstemmen te kort komt is parlementair zeker stabiel: ChristenUnie (6) of GroenLinks (7) zal altijd wel bijspringen. Het gevaar schuilt hier alleen in de interne tegenstellingen.

Het kabinet PvdA/SP (58) komt 18 stemmen tekort. Men zal meestal kunnen rekenen op GroenLinks (7), D66 (3) en de Partij voor de Dieren (2), waarvan het me overigens niet zou verbazen wanneer deze binnenkort zouden fuseren. Maar dan nog komt men 6 stemmen tekort, te weinig dus om stabiliteit te garanderen. Bovendien zullen ook hier grote interne tegenstellingen opspelen.

Tenslotte komen we bij de vreugdeloze coalitie CDA-VVD met 63 zetels. Zij kunnen rekenen op Wilders (9) en de SGP (2) en meestentijds de Christen-Unie (6). Een dergelijk kabinet lijkt dus niet uitzichtloos. De interne tegenstellingen zijn kleiner, zo is de ervaring van de afgelopen kabinetsperiode.

In Nederland duren kabinetsformaties meestal erg lang. Ze behoren niet tot de meest verheffende schouwspelen van onze vaderlandse geschiedenis. Daarom is de aanbeveling: stuur direct aan op een minderheid van CDA en PvdA of CDA en VVD. Dat zijn de meest haalbare alternatieven. Sterker nog, het zou mij niets verbazen wanneer de combinatie CDA-VVD na veel gezucht en geürm zal worden gecontinueerd.

Prof. dr. B.M.S. van Praag is econoom en hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.

Een minderheidskabinet doet recht aan de verkiezingsuitslag. Discussieer op nrc.nl/discussie