Doe-het-zelven als trend in noodhulp

Geld storten in Heerlen, het weer opnemen in het door een aardbeving getroffen Yogyakarta en er bamboehuisjes van bouwen. Waarom aan giroacties meedoen als noodhulp rechtstreeks kan, zonder dat er geld verloren gaat aan marketing en procedures?

Van de honderd huizen in het gehucht Surodinangan stonden er op zaterdagochtend 27 mei na een aardbeving niet veel meer overeind. Nu nog steeds niet trouwens.

Maar een begin wordt gemaakt. De 24-jarige Erita Santosa laat trots de provisorische huisjes zien die van bamboe zijn opgetrokken – tien zijn het er al. Gebouwd met het modernste ontwikkelingsgeld dat er is: pinnen uit de muur. Enkele bouwvakkers hangen tegen een berg stenen te nietsnutten. „Het geld is op, ze hebben geen materiaal meer.” Santosa kan even niet meer pinnen.

Surodinangan is ontwikkelingshulp-nieuwe stijl, mogelijk dankzij internet, goedkoop vliegen, jeugdig elan en afkeer van bobo-organisaties. Dat ging zo: Santosa had een vriend in Maastricht en die zond dekens in juni, oude dekens. Maar verzendkosten zijn duur en daarom besloten enkele jongeren uit Heerlen en omstreken het anders te doen: ze openden een website (www.freewebs.com/bantul), een van hen ging een tijdje naar Yogyakarta en het pinnen kon beginnen. Concreet doel: honderd bamboehuizen bouwen voor het gehucht van Santosa. Het zijn tijdelijke huisjes, die kosten per stuk zo’n 300 euro, een overzichtelijk bedrag dus. Maar het geld is nu op.

Zes kilometer verderop is de wereld anders. In het hoofdkwartier van het Rode Kruis heeft Cici Riesmasari een powerpointpresentatie voor de donateurs gereed met de balans van de eerste zes maanden. Zo hebben 139.170 slaapmatjes hun bestemming bereikt, voedselhulp is niet meer nodig. De Verenigde Naties melden dat van de 1.100 verwoeste scholen praktisch alle in tenten en andere improvisatieruimtes weer zijn begonnen. Kortom, de fase van de chaos is voorbij – de fase van de wederopbouw is begonnen.

Een paar honderd meter verderop zetelt de regering van de speciale provincie Yogyakarta. Hier is de wereld écht anders. Hier was de dag na de aardbeving beloofd dat ieder gezinshoofd ter compensatie van verloren huis en huisraad een kleine 3.000 euro zou krijgen. Het toegezegde geld zit vooralsnog verstopt in een kast die volgens alle ambtenaren die je hier spreekt hetzelfde opschrift draagt: ‘Procedures’.

In de dagen na de aardbeving waren hulporganisaties van heinde en verre in een ware wedloop Yogya binnengevallen, tegelijk met hele reeksen doe-het-zelvers: burgers uit binnen- en buitenland die door de schokkende beelden geprikkeld waren om namens zichzelf, hun rotaryclub of de buurt kwamen helpen.

Het is een fenomeen dat volgens de experts in snel tempo toeneemt en volgens de grote organisaties chaos en willekeur in de hand kan werken. Maar, anderzijds, waarom aan giroacties meedoen als je gewoon zelf aan de slag kunt: geen strijkstok, geen marketingkosten en geen dure hotels.

Terug naar Surodinangan. Erita Santosa verloor haar vader, en alles wat hij had opgebouwd. Ook het huis voor de twee kinderen en haar moeder is half af – geen geld meer.

De meeste mensen in haar gehucht zitten nog onder tentendaken, overal ligt het puin.

De gevoeligheid bij dit type ontwikkelingshulp begint al meteen bij de vraag: hoe bepaalt Santosa wie het eerst aan de beurt komt? Bij gevestigde organisaties is daarover voortdurend beraad vereist met de autoriteiten. In dit gehucht is daar de burgemeester voor. Santosa overlegt nauw met hem, want anders heb je zomaar gedoe. Gezinnen met jonge kinderen komen als eerste aan de beurt, en mensen die straatarm zijn natuurlijk ook. De burgemeester die een kijkje komt nemen, houdt het simpel: „Als je leeft zoals wij hier, weet je alles van elkaar. Ik weet hoe de mensen ervoor staan. We kennen elkaars portemonnee.”

De bamboehuizen komen midden op het bestaande perceel te staan. „Als dan het overheidsgeld komt, dan kan van daaruit successievelijk een nieuw stenen huis worden gebouwd. Het bamboe gaat zeker een jaar of vijf mee, dus dat zou genoeg moeten zijn.”

Het wederopbouwritme van Surodinangan oogt zonderling. Wie een baantje heeft met geregeld inkomen, koopt af en toe wat stenen, wat hout, wat cement en metselt een eerste muurtje. Wie leeft van de rijstvelden, zoals verreweg de meesten, kan niet vooruit, want er is nog geen oogst en dus geen kasstroom.

En als dat overheidsgeld nou helemaal niet komt of ergens halverwege verdampt in de procedure?

Tja, daar wil niemand nog even aan denken, ook Erita Santosa niet. Voorlopig hebben haar vriend Maarten, met Marcel, Frank en Belinda toch al voor dik 3.000 euro gezorgd en dat zijn hier tien huisjes van een type dat vroeger heel gewoon was, lang voordat de mensen iets hadden opgebouwd. Als er daar in Heerlen maar weer wat op de rekening staat, kan Santosa hier weer pinnen – ingewikkelder is ontwikkelingshulp in het tijdperk van de netwerkeconomie even niet meer.