De zaak van Zalm

Hij wilde een onzichtbare minister van Financiën worden. Dat was het voornemen van Zalm toen hij in 1994 aantrad in het eerste kabinet-Kok. Dat is hem niet gelukt, maar zijn oorspronkelijke plan zegt veel over de manier waarop Zalm zijn veertienjarige bewindsperiode – met een onderbreking van een jaar – heeft willen invullen. Het begrotingsbeleid zou volgens dit principe los moeten staan van conjuncturele invloeden en de bijbehorende politieke oprispingen. Het zou structureel moeten zijn in plaats van incidenteel.

Een zeer zichtbare Zalm kondigde gisteren zijn afscheid aan. De lof voor deze minister van Financiën, die aantrad met een staatsschuld van tegen de 80 procent van het bruto binnenlands product, en afscheid neemt met een schuld van minder dan 48 procent én een begrotingsoverschot, lijkt weinig toelichting te behoeven. Maar Zalms verdienste gaat verder. Belangrijk is dat hij er niet alleen in slaagde het ‘trendmatige’ structurele begrotingsbeleid in de praktijk te brengen. Zijn grootste verdienste is dat hij dit beleid onderdeel maakte van de huidige politieke cultuur. Er zijn nog maar weinig partijen die terug zouden willen naar het oude discretionaire beleid, waarbij de minister van Financiën van incident tot incident wikte en beschikte, of daartoe door andere politieke krachten werd gedwongen. Natuurlijk zijn er incidenten, en kan het begrotingsbeleid niet geheel op de automatische piloot worden gevoerd. Maar Zalm heeft het ambt van minister van Financiën wel zijn gezag teruggegeven.

Niettemin maakte Zalm ook fouten; kritiek moet er zijn. Het begrotingsbeleid is omstreeks het eeuwwisseling te ruim geweest, waardoor later extra hard moest worden bezuinigd. De gulden had tegen een hogere koers in de euro moeten opgaan, als dat politiek mogelijk was geweest. De privatisering van staatsdeelnemingen kreeg, bijvoorbeeld bij Schiphol, af en toe de trekken van een dogma. En Zalms kortdurende optreden als fractievoorzitter in 2002-2003 paste hem niet goed, hetgeen hij zelf overigens als eerste toegaf. Zuiver politiek gezien schoot hij ook tekort door zijn getouwtrek met Van Aartsen, zijn opvolger als fractievoorzitter, over het leiderschap van de VVD.

Daar staat veel tegenover: het begrotingsbeleid, het ondernemingsbestuur, de vrijmaking en beteugeling van de financiële sector en de fiscaliteit. En, hoewel in Nederland zelf niet altijd merkbaar: Zalms grote internationale statuur. Die heeft te maken met de duur van zijn ministerschap, maar evenzogoed met zijn kennis en persoonlijkheid. Het grootste verlies dat het afscheid van Zalm met zich meebrengt, geldt misschien wel de financiële invloed van Nederland in het buitenland.

Nederland gaat nu op zoek naar een andere schatkistbewaarder. Voor elke organisatie, ook voor het ministerie van Financiën, kan leiderschapswisseling heilzaam werken. Dat is een grote uitdaging voor de nieuwe functionaris. Deze heeft één voordeel: hij heeft de erfenis van Zalm in zijn ransel.