De lol is zoeken naar wat bevalt

Op het eerste weekend van documentairefestival Idfa was het koortsig pendelen tussen debatten en films.

Bas Blokker

„Jij moet NU naar Thin Ice!” Buiten de bioscoop trommelt een vrouw een vriendin op. „Morgen. Je moet!”

Het eerste weekend van het International Documentary Festival Amsterdam is altijd het opwindendst. Als honden die het spoor geroken hebben, rennen bezoekers koortsachtig van de ene naar de andere zaal in een van de bioscopen op en rond het Leidseplein in Amsterdam. Zaterdagochtend tien uur leren ze hoe in Amerika geknoeid wordt met stemcomputers. Om twee uur ’s middags zien ze sokbreiende vrouwen in Roemenië. ’s Avonds kunnen ze Thin Ice zien, over Indiase vrouwen die willen ijshockeyen. En tot na middernacht kijken ze, met een brok in de keel, naar Prisoner, met de Irakees die zomaar werd opgepakt door de bezetter en negen maanden later met een simpel ‘sorry’ weer naar huis werd gestuurd. „I am civilian people”, bleef hij maar zeggen. „Why you do that to me?”

En dat zijn dan alleen de documentaires zelf. Dit weekend waren er ook tal van talkshows, debatten, klasjes, nagesprekken. Carla del Ponte, voormalig aanklager van het Joegoslavië-tribunaal, werd ondervraagd naar aanleiding van alweer een nieuwe lading films over de burgeroorlog op de Balkan. Alan Berliner, gast van het jaar, mocht uitleggen waarom hij een top-tien van erkende klassiekers had samengesteld. „Dat zijn míjn favorieten”, zei hij gisteravond. „Toen ik hier bij de vertoning van Man With a Moviecamera vroeg wie deze film nog nooit had gezien, gingen een heleboel handen omhoog. Dat is toch geweldig? Ik laat een nieuw publiek kennismaken met Dziga Vertov.”

Zaterdag was er ook een iets te pretentieus debat over de Staat van de Documentaire, waarbij de zaal de agenda mocht bepalen. Dat kwam erop neer dat mensen een minuut lang buzzwords mochten roepen, wat slogans opleverde als: ‘Films die hoop in plaats van wanhoop veroorzaken’. Of: ‘Films die een gemeenschap creëren’. Of: ‘Te veel pratende hoofden’. Allemaal Grote Gedachten, die in het gesprek erna nauwelijks nog ter sprake kwamen.

Geeft ook niks. De hele lol van het IDFA is in- en uitlopen, op zoek naar wat je bevalt. Afgaan op de naam van een regisseur of de titel van een film. Dat die vaak allerminst een garantie biedt, bleek bij de film met de veelbelovende titel 37 Uses for a Dead Sheep.Het bleek een documentaire die meer met zichzelf bezig was dan met zijn onderwerp, de exodus van de Pamir uit Tadzjikistan naar oost-Turkije.

De namen Jeroen Berkvens en Jimmy Rosenberg trokken gisteravond een volle zaal. Berkvens heeft in 2000 A Skin Too Few gemaakt, over de popmuzikant Nick Drake. En Jimmy Rosenberg (1980) is de gitaarvirtuoos uit een zigeunerfamilie die op zijn dertiende al doorging voor de nieuwe Django Reinhardt, maar die als volwassene verzeild raakte in drugs, ongelukken en gevangenis.

Gisteravond nam de gitarist na afloop van de film het applaus in ontvangst, in een wit pak, met zwarte bloes en zwierige zwarte hoed. Het publiek had toen een documentaire gezien waarin de maker het raadsel van de kunstenaar en een gevallen wonderkind niet ontsluiert maar wel heel mooi toont.