Clowntje ontroert door domheid

Toneel: August, August, August, van Pavel Kohout, door De Paardenkathedraal. Regie: Dirk Tanghe. Tournee t/m 3 mei. Inl: 030-2711414 en www.paardenkathedraal.nl.

Clowns zijn zelden leuk. Hun rode neuzen doen aan de fantasieloosheid van feestwinkels denken en al even onorigineel zijn doorgaans hun grappen. Ook de clown in de voorstelling August, August, August is geen humoristisch genie. Een schaterlach weet hij niet aan het publiek te ontlokken, maar toch heeft hij iets, die kleine man in dat groene pak. August ontroert – dankzij zijn enorme domheid. Het is, in de regie van Dirk Tanghe, een domheid uit pure onschuld. Goedgelovig, onbedorven en groen als gras stapt August de wereld in. Hij is de poëzie zelve: naïef, lief, mooi en kwetsbaar.

Tanghe maakte August, August, August om zijn tienjarige jubileum bij het theatergezelschap De Paardenkathedraal te vieren en met de dichterlijke circusclown portretteert hij ongetwijfeld zichzelf. In zijn artistiek leiderschap zien we de zachte kinderblik van de clown, maar even onmisbaar is de volwassen hardheid. En die vinden we in Augusts tegenspeler.

De zwart gekostumeerde circusdirecteur heeft alles wat August mist. Hij is verrot, doortrapt, praktisch en succesvol. Hij is de man van de macht. Een heerser, een despoot, een griezel. Met galmende stem manipuleert hij zijn clown. August droomt ervan om ooit het paardennummer met de acht witte Lippizaners te presenteren. En de directeur, door ’t clowntje veelbetekenend ‘Dirk-teur’ genoemd, buit dat verlangen uit. Een reeks onmogelijk opdrachten moet August uitvoeren om bij zijn ideaal te komen – dat wordt vernietigd als hij het bijna heeft bereikt. Dromen en dictators verdragen elkaar niet.

De Tsjechische auteur Pavel Kohout schreef August, August, August nog vóór de Praagse Lente, uit protest tegen de onderdrukking van kunst en schoonheid in zijn land. Was die onderdrukking bij hem nog gerelateerd aan het communistische regime, bij Dirk Tanghe is ze universeler. Het gevecht tussen mooi en lelijk zit altijd in jezelf.

En in de vormgeving. De vulgariteit van het circusvermaak botst met de gevoeligheid van het clowntje en dat contrast voert Tanghe consequent door: aan de ene kant luidruchtige massa-scènes en schreeuwerige kleuren, aan de andere kant betoverende beelden, met een achterdoek dat wel van stukjes glas lijkt te zijn gemaakt, schitterend als de ramen van een kathedraal.

De groteske speelstijl herinnert aan De Bruiloft, De familie Tôt en andere uitbundige Tanghe- ensceneringen. Niet alleen Michaël Pas als de clown en Thomas de Bres als de circusdirecteur, maar ook Lieke-Rosa Altink (de clownette) en Louis van Beek (de kapelmeester) houden de overdrijving goed vol. Het resultaat is een krachtige allegorie over de beproevingen van de piste, die het leven is.