Broer Karzai: haast maken met opleiden lokale agenten

Wat is er de afgelopen week gebeurd rondom de Nederlandse missie in Afghanistan? Er waren hevige gevechten, maar zonder Nederlanders.

Na weken van relatieve rust waren er dit weekeinde hevige gevechten in Uruzgan. Zaterdag werden militairen van de NAVO-stabilisatiemacht ISAF aangevallen nabij de provinciehoofdstad Tarin Kowt. Zij schoten terug, riepen luchtsteun in en wonnen zoals gebruikelijk het gevecht. „Naar schatting vijftig” opstandelingen werden gedood, aldus een NAVO-verklaring. Ook één ISAF-militair kwam om. Er waren geen Nederlanders bij de strijd betrokken. ISAF heeft de nationaliteit van de gesneuvelde soldaat nog niet bekendgemaakt.

Nog twee ISAF-soldaten kwamen vanmorgen om bij een zelfmoordaanslag op een konvooi in Kandahar-Stad. Ook in de Panjwayi-vallei zijn gevechten geweest tussen ISAF, bijgestaan door de Afghaanse politie, en vermoedelijke Talibaan-strijders. Daarbij zijn „ongeveer vijf” vijandige strijders gedood en drie ISAF-militairen gewond geraakt. Een Nederlandse F16 is bij die strijd ingezet, meldt Defensie.

Bij een zelfmoordaanslag op een restaurant in de oostelijke provincie Paktika vielen gisteren 15 doden en 25 gewonden. Volgens de politie waren waarschijnlijk een ambtenaar en een militieleider die samenwerken met de Amerikanen, het doelwit. Beiden raakten gewond.

Deze week werd ook bekend dat gouverneur Munib van Uruzgan vorige week zondag een shura (raad) heeft gehouden met ruim honderd stamleiders uit de provincie. De ook aanwezige oudere broer van president Hamid Karzai, Qayum Karzai, riep daarbij de bevolking op met ISAF samen te werken. Qayum, parlementariër uit Kandahar, vond de situatie in Uruzgan volgens Defensie positief verbeterd ten opzichte van een jaar geleden. Na dertig jaar oorlog is het tijd dat we het zelf gaan doen, zei hij tegen de vergadering.

Versterking van de Afghaanse politie is daar een voorbeeld van. De autoriteiten van Uruzgan en ISAF krijgen volgens een plan van president Karzai de steun van duizend man ‘hulppolitie’. Karzai besloot deze zomer, toen de tegenstand van de Talibaan groter bleek dan verwacht, tot de opleiding van ad hoc inzetbare lokale agenten in het zuiden en oosten. Ongeveer 11.000 door stamleiders gerekruteerde mannen moeten zo inzetbaar worden in hun thuisdistricten. In Kandahar hebben inmiddels duizend hulpagenten hun tiendaagse opleiding ondergaan.

De internationale gemeenschap heeft het plan altijd met gemengde gevoelens bekeken. Gevreesd wordt dat het feit dat de hulpagenten politie-uniformen dragen en een kalasjnikov mee naar huis krijgen (als ze die nog niet hadden) de veiligheidssituatie geen goed zal doen. „We weten dat we waarschijnlijk ook slechteriken [Talibaan of andere vijandige strijders, red.] opleiden”, zei een Canadese politiefunctionaris gisteren tegen persbureau AP.

De 11.000 agenten die de regering wil inzetten, zijn niet zomaar gevonden. Van de 200 mannen die zich aanmeldden voor de eerste lichting in Kandahar waren er na tien dagen 77 over. Sommigen werden weggestuurd omdat ze drugs bij zich droegen, anderen omdat ze weigerden de toiletten schoon te maken of hun bed op te maken. Weer anderen gingen voor een feestdag naar huis en kwamen niet meer terug. Degenen die bleven, krijgen een contract voor een jaar en maandelijks 70 dollar salaris en kunnen na een jaar in dienst treden bij de politie.

Behalve drugsgebruikers zijn er ook criminelen onder hen, geeft een hoge politiefunctionaris uit Kandahar toe. Generaal Nasrullah Zarifi, die het opleidingscentrum leidt, heeft als enige remedie dat hij de nieuwe hulpagenten op de koran laat zweren dat ze zich zullen gedragen als ze teruggaan naar hun districten.