Welzijnselite zoekt het positieve van Rotterdam

De Dag van de Dialoog, een Rotterdams initiatief om burgers met elkaar in contact te brengen, wint aan populariteit. Niet iedereen is overtuigd dat de dialoog de oplossing is.

Onbekenden ontmoeten elkaar aan ‘dialoogtafels’ in het Rotterdamse stadhuis. Burgemeester Opstelten en drie wethouders deden ook mee met de gesprekken. Foto Bas Czerwinski 24-11-2006, ROTTERDAM. DAB VAN DE DIALOOG IN HET STADHUIS VAN ROTTERDAM. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Geef met één steekwoord aan hoe jouw ideale Rotterdam er uit ziet, is het verzoek van de voorzitter aan haar zeven tafelgenoten in de Burgerzaal van het stadhuis. Samen. Eerlijk. Open. Internationaal. Multicultureel. Eerder hadden we verteld over ons ‘Rotterdam-moment’, momenten waarop we iets voor de stad hadden gedaan.

De Dag van de Dialoog, vandaag en gisteren in Rotterdam, is positief van aard. Nu eens geen geklaag over onveiligheid, zwerfvuil of buitenlanders. Geen debat, maar uitwisseling. De deelnemer die meer wil weten over het toegenomen cameratoezicht wordt door de voorzitter snel op andere gedachten gebracht. De dialoog, zo had ze vooraf al gezegd, is „een gemeenschappelijke zoektocht naar het goede leven”.

De behoefte aan zo’n zoektocht blijkt groeiende. Vijf jaar nadat het georganiseerd ontmoeten van vreemden in Rotterdam begon, is het initiatief in een tiental andere Nederlandse steden overgenomen. In Brussel komt ook een Dag van de Dialoog, Berlijn, Duisburg en Essen hebben belangstelling. Het aantal Rotterdamse deelnemers neemt jaarlijks toe, dit jaar zijn het er 1.400. Ze zijn verspreid over 180 tafels door de stad, van huiskamers en moskeeën tot in de Euromast. Gedurende twee uur leidt een vooraf getrainde voorzitter het gesprek langs gestandaardiseerde vragen. Doel is het bevorderen van binding tussen bevolkingsgroepen, sociale cohesie.

Of dat doel met de ronde tafel-sessies wordt bereikt, is zeer de vraag, zegt Ruben Gowricharn, hoogleraar sociale cohesie in de multiculturele samenleving aan de Universiteit van Tilburg. Gowricharn woont in Rotterdam en nam vorig jaar deel aan een dialoogtafel in Capelle a/d IJssel. „De mensen die je moet hebben, bereik je niet. Wat daar komt is de welzijnselite, dat is niet representatief. Bovendien zijn die gesprekken aan normen gebonden. Lastige onderwerpen als islam en terrorisme worden weggepraat met een beroep op democratische spelregels. Die politieke correctheid smoort de werkelijke dialoog.”

Inderdaad zijn veel deelnemers geworven via welzijnsorganisaties, opbouwwerk of gemeentelijke diensten. De lokale Rabobank is een schaarse deelnemer uit het bedrijfsleven. De organiserende stichting In Dialoog, die jaarlijks 80.000 euro gemeentelijke subsidie krijgt, zou graag meer bedrijven erbij hebben. Tot hun teleurstelling sloeg de Kamer van Koophandel een verzoek om deelname af. Directeur Ton Geerts noemt de Dag „absoluut zinvol”, maar wil als de Kamer van Koophandel niet het voortouw nemen. „Dat moet uit de bedrijven zelf komen.”

En de 25.316 Rotterdammers – 8,5 procent – die op de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders hebben gestemd, zitten die aan tafel? Ja, zegt projectorganisator Christien van der Most. „Het zijn heus niet allemaal mensen die op voorhand geloven in de multiculturele samenleving. Er zijn ook ontevreden mensen die juist gehoord willen horen.” Maar klagen is toch taboe? „Vragen naar iemands positieve ervaringen levert iets heel anders op dan vragen naar iemands mening.”

„Een overbodig flauwekul-initiatief”, vindt Ronald Sørensen, fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam, de Dag van de Dialoog. „Soft dat met soft praat, en het kost alleen maar geld.” Is het niet zijn partij die de sociale cohesie in Rotterdam de afgelopen vier jaar onder druk heeft gezet, door harde uitspraken over moslims? „Wij hebben juist bijgedragen aan de sociale cohesie door onze nek uit te steken voor de groep die voorheen genegeerd werd, autochtonen in oude wijken. Die groep hebben wij hun zelfvertrouwen teruggegeven. Marokkaanse en Antilliaanse jongens moeten zich aanpassen, dan neemt de sociale cohesie pas echt toe.”

Niet iedereen van Leefbaar Rotterdam denkt er zo over. Raadslid Daphne van Houte blijkt zelfs een dialoogtafel voor te zitten in de Burgerzaal. Is dat niet vreemd, gezien het commentaar van voorman Sørensen? Van Houte; „Ronald is een ouwe mopperkont, zijn mening is niet altijd de mijne.”