Waterschappen

Waterschappen

‘Waterschappen moderniseren’ kopte het Zaterdags Bijvoegsel van 18 november boven een artikel van Arjen Schreuder. Maar: hoezo moderniseren, hoezo de oudste democratieën van Nederland? Waterschappen zijn nog steeds boerenrepublieken waarin de boeren niet meer alles betalen maar wel alles bepalen. En mocht er in oude tijden een dijk doorbreken waarbij Jan de arbeider met dijkwoning en al in een wiel terecht kwam, niemand die er om maalde. De traditie wil de waterschappen nog steeds zien als het ferme jongetje dat met het vingertje in de dijk het wassende water tegen houdt. Mooi niet, de Watersnoodramp van 1953 kon zulke ernstige gevolgen krijgen doordat de dijken door de waterschappen waren verwaarloosd. Boerenrepublieken zitten niet te wachten op dijkdoorbraken maar hadden en hebben vooral belang bij het ontwateren van de bodem,om steeds zwaardere machines in te kunnen zetten en meer vee per hectare te kunnen houden. Daartoe wordt met de modernste technieken het waterpeil zo laag mogelijk gehouden waardoor de bodem in grote delen van Nederland verdroogt en het gat van Nederland ten opzichte van de zeespiegel hoe langer hoe dieper wordt. Als u mij toestaat: waterschappen zijn belangrijke veroorzakers van het huidige waterprobleem waar Nederland in toenemende mate mee te maken krijgt.

Toen enige jaren geleden de burgers zonder bezit van grond of eigen huis werden ontdekt als melkkoe om de geldhonger van de waterschappen te stillen, waren met name landbouworganisaties bang voor invloed van burgers, verenigd in de nieuwe categorie ingezetenen, op het beleid van de waterschappen. Daar boeren stemrecht hebben in drie categorieën, zeg maar drie geldstromen, te weten ongebouwd, gebouwd en ingezetenen, organiseert een organisatie als de LTO de kandidaatstellingsprocedure onder de eigen leden en roept via de verenigingsbladen zijn leden op om op de LTO-kandidaten te stemmen. Die strategie is succesvol. Want waterschappen staan zo ver van gewone burgers af dat die gewoonlijk niet de moeite nemen te stemmen. Derhalve maakt het agrarisch bedrijfsleven in de waterschappen de dienst uit. Te lage opbrengsten van de categorie ongebouwd (boeren) toeschrijven naar de categorie gebouwd (de huizenbezitters) is geen vergissing maar doelbewust beleid van de Algemene Vergadering.

Voor de steden is dat laatste niet erg. Daar zijn grote ambtelijke en politieke organisaties die over de stedelijke belangen succesvol met de waterschappen kunnen onderhandelen, hetzelfde geldt voor grote natuurorganisaties met veel grondbezit. Voor het platteland is het beleid van de waterschappen desastreus, daar gaat de ontwatering door, zijn de weg- en kavelsloten diepe ravijnen met een bodempje water en worden de wegbermen twee keer per jaar met de klepelmaaier mishandeld. Ontwatering, moderne landbouwmethoden en liefdeloos onderhoud vernietigen de laatste natuurwaarden op het platteland, om van schade aan woningen door verzakking maar te zwijgen.

En de waterkwaliteit waar dijkgraaf Jan Geluk (‘boer, Tweede Kamerlid, ondernemer’) zo over opschept? Op het eiland Voorne-Putten, waar ik woon, ‘zeer matig’ , terwijl alle burgers inmiddels op de riolering zijn aangesloten. Kan dat ook met de Brabantse varkens? Want als gevolg van de vervuiling van bodem en grondwater in gebieden met intensieve veehouderij komen 8 miljoen kubieke meter varkensgier per tankauto over de weg naar West-Nederland. Daar zal de waterkwaliteit van opknappen.

Er moet een einde aan komen dat de agrarische twee procent van de Nederlandse bevolking de dienst uitmaakt voor het grootste deel van Nederland. Onderbrengen van waterschappen bij de provincies kan een verbetering zijn.