Voor allochtone jongeren : onderwijs zonder fratsen eerherstel voor meester Stokman en juffrouw Grundeman

De losse aanpak van het competentiegerichte leren werkt niet voor kinderen met een islamitische achtergrond. Spreek leraren gewoon met ‘u’ aan, geef hun de leiding terug, en ondermijn het kuddegedrag door discussie in de klas.

Naima El Bezaz

Schrijfster van de romans ‘De verstotene’ en ‘De weg naar het noorden’.

Onderwijzers hebben een bijzondere plek in deze samenleving. Zij zijn het die een inspirerend en belangrijk stempel drukken op jonge mensenlevens. Een stempel die hun wereldbeeld voor altijd verbreedt of zelfs verandert. Zelf ben ik van Marokkaanse afkomst en heb ik het geluk uit een bevoorrechte familie te komen. Bevoorrecht, omdat in Marokko mijn familieleden spraken over politiek, religie en literatuur. Daar, in die intieme kring, bestond een brede vrijheid van meningsuiting. Ik leerde van die mannen en vrouwen, die samen fel ingingen op onderwerpen waarbij op straat gedwongen stiltes vielen. Want stel je voor dat je zou opvallen. De westerse vrijheid in de Marokkaanse steden was weliswaar verfrissend en hartverwarmend, toch waren er zaken waar je je niet mee inliet. Vooral als het de monarchie aanging.

Dit vormde een groot contrast met de plattelandsgebieden waar Berbers wonen, die een natuurlijke afkeer hadden en hebben jegens Arabieren, en omgekeerd keken de Arabieren neer op die onontwikkelde Berbers. Laat ik nu ook maar aanstippen dat er geen homogene groep Berbers bestaat, want ook daar zijn verschillen. Namelijk Berbers uit het Rif- en Atlasgebergte, de Soussberbers en ga zo door. Het zijn groepen die elkaar wantrouwden. Dat wantrouwen hebben ze meegenomen naar Nederland.

Mijn komst naar dit land betekende in ontwikkelingsopzicht een paar stappen terug. Ik kwam in een geheel andere wereld terecht. Hier creëerden de Marokkanen een gemeenschap met de moskee als centrum. Veel lotgenoten die mijn ouders en ik in die eerste jaren ontmoetten, kwamen uit geheel andere streken dan wij. Niet uit de stad, maar van het platteland en ineens veranderde er veel in mijn leven. Het huishouden werd belangrijk, hoewel dat nooit een issue was voor mijn oudere nichtjes in Marokko, waar juist kennis het hoogste goed was. Als mensen in mijn nieuwe woonplaats samenkwamen, werd er niet gediscussieerd over politiek of literatuur, maar ging het slechts over minimale wissewasjes die mij mateloos ergerden.

Intussen was ik ouder en ontdekte ik dat mannen en vrouwen – wanneer ze bij elkaar op bezoek kwamen – in gescheiden ruimten zaten. Bij feesten gebeurde hetzelfde. Duidelijk was dat traditie en eerbaarheid prevaleerden boven intellectualiteit; een gegeven waar ik me nog altijd hevig tegen verzet.

Ik had er vroeger veel moeite mee dat ik op de lagere school naar Arabische les moest, terwijl mijn klasgenoten Engels kregen. Ik heb gejammerd, geroepen en andere zaken die kinderen wel doen om hun zin te krijgen. Maar het was tegen dovemansoren gericht. Andere Marokkaanse kinderen gingen naar Arabische les, dus ik ook.

Met het voortschrijden der jaren ontstond er islamitisch onderwijs en ik gruwde ervan. De leefruimten van de jongens en meisjes waren gescheiden en ik zag zeer jonge meisjes met hoofddoeken rondlopen. Ik begreep en begrijp het niet en vroeg me af hoe autochtonen en allochtonen zich zouden mengen. Niet! Gelukkig heb ik zelf altijd les gehad op openbare scholen.

Waar dit verhaal over gaat? Over de tweedeling in de Nederlandse samenleving, over Nederlanders met buitenlandse wortels, die het liefst in eigen kring blijven. Zonder enige twijfel is dat ontstaan door de zwakke sociaal-economische positie waarin ze verkeerden en verkeren. Armoede gaat samen met goedkope huizen in achterbuurten waar veelal andere allochtonen wonen en natuurlijk autochtonen die ook in dezelfde situatie zitten. Ik zat op een basisschool die de eerste jaren wit was, bijna geheel wit. Vanaf groep zes (toen nog de vierde klas) begon er echter iets te veranderen. Meer Nederlanders van Marokkaanse en Turkse afkomst kwamen op dezelfde school. Groep zeven: de eerste witte ouders haalden hun kinderen van die school waar naar hun mening te veel zwarte kindjes zaten en in groep acht was de zwarte school een feit. Het drong toen nog niet geheel tot me door. Pas later, door alle discussies over zwarte scholen, besefte ik hoe schadelijk het voor de samenleving is als mensen gescheiden van elkaar les krijgen. Wit versus zwart, arm versus rijk.

En de leraren? De eerste jaren sidderde ik voor hen. Zij waren meester Henzen, meester Stokman, jufrouw Grundeman. Klassikaal les, het opdreunen van tafels. Je maakte je huiswerk en je wist wat je moest doen. Er heerste orde en discipline en vooral groot respect voor de ouderen. Ik heb veel kennis opgedaan, en ook veel kennis is weer weggezakt, maar ik leerde ook dingen opzoeken en zelfstandig nadenken, net als op de middelbare school.

Nu vraag ik me af wat er in Nederland toch is misgegaan.

Overal lees ik dat kinderen niet hoeven te leren – ofwel het nieuwe leren –, dat docenten overwerkt zijn en dat ze de leerlingen niet aankunnen die mondiger en vooral respectlozer zijn geworden. Niemand die daar iets tegen durft te zeggen. Vanaf 1995, toen mijn eerste roman verscheen en ik geboekt werd voor lezingen, kom ik in het hele land op honderden scholen. Mbo’s, vmbo’s, havo’s en vwo’s. In de loop der jaren zag ik een verandering. Leerlingen waren altijd al druk, dat is kinderen eigen, maar er leek aanvankelijk nog respect te zijn voor docenten. Daarna, vanaf 2000, hoorde ik op scholen leerlingen hun docenten Petra, Jan en Anton noemen. Ik vind dat daarmee het respect is afgekalfd; een zorgelijke kwestie.

Wat heeft dit met het onderwijs te maken? Veel, vooral als het gaat om leerlingen wier ouders bijvoorbeeld in Marokko, Turkije en Algerije zijn geboren. Die zijn gewend hun ogen neer te slaan voor hun ouders, respect te hebben voor ouderen, maar op school hoeft dat ineens niet. Daar is sprake van de softe aanpak. En ook dit: docenten gaan veelal de discussie uit de weg. Over homoseksualiteit bijvoorbeeld. Verontrustend vind ik het dat moslimjongeren hun homoseksuele leraar aanvallen. Schandelijk! Waarom wordt er niet al vroeg gepraat over gevoelige zaken zoals seksualiteit, de veranderende samenleving, de positie van de vrouw en religie?

Als voorbeeld neem ik de jongeren met een islamitische achtergrond. Zij zijn over het algemeen van huis uit niet gewend te discussiëren. Vragen worden er thuis niet of nauwelijks gesteld, vooral niet over seksualiteit en god verhoede dat je een vraag stelt over de islam, want waarom stel je die vraag? Geloof jij niet meer? Vergelijk het met streng gereformeerden, de zwartekousenkerk, dat is exact hetzelfde: ook daar is de vrijheid van denken ver te zoeken. Wie zich een beetje ontworstelt aan zijn of haar omgeving, loopt het risico te worden verstoten door de familie, de gemeenschap.

Wij, Nederlandse burgers met een islamitische achtergrond, zijn voorzichtig. Jouw woord, jouw gedachte kan schade toebrengen aan de reputatie van jouw familie. Homoseksualiteit wordt veroordeeld door de imam en dus door de koran. Een jonge moslim zal dat daarom ook veroordelen. Daarnaast is er het kuddegedrag. Dat moet slijten door middel van discussies.

Het debat moet al vanaf de basisschool en de eerste jaren van het middelbare onderwijs de norm worden. Het woord, de gedachte, is essentieel voor de vorming van het kind. Het onderwijs en de docenten zijn zo ontzettend belangrijk, zij zijn de parels van deze samenleving. Het lijkt zwaar, maar dat is het niet, omdat kinderen de eerste jaren met ontzag tegen hun leraren opkijken. Het tutoyeren moet worden afgeschaft, verwacht niet dat kinderen uit andere milieus dan de westers georiënteerde autochtonen respect zullen krijgen voor volwassenen die zij met hun voornaam mogen aanspreken.

De losse aanpak werkt niet bij hen. Dat durf ik stellig te zeggen. Ik wil natuurlijk niet iedereen over een kam scheren, maar feit is het wel. Kijk naar het Belgische onderwijs, waar orde, discipline, kennis en tucht centraal staan, in samenspraak met respect. Het is niet voor niets dat veel Nederlanders die in de grensstreek wonen hun kinderen massaal in België naar school laten gaan, hoe ver ze daarvoor ook moeten reizen. Ook is het niveau van onze zuiderburen wat betreft het praktijkonderwijs hoger dan onze ROC-opleidingen. Dat komt omdat hier de theorie het praktijkonderwijs lijkt te verdringen. Bepaalde leerlingen kunnen daar niet mee overweg blijven daarin steken. Niet voor niets zijn er zoveel jongeren die zonder diploma uitstromen.

Inhoudelijk kan ik niet veel dieper ingaan op het onderwijs, dat zou onrechtvaardig zijn: dat moeten mensen doen die daar meer van weten. Ik kan alleen maar zeggen dat ik weet hoe de samenleving in elkaar zit. Ik ken de allochtone groepen, de moslimjongeren goed. Ik weet hoe ze denken en wat hen drijft. Ze willen duidelijkheid, ontdaan van alle fratsen. Wat zij nodig hebben, is een strakke lijn en gewoon de ouderwetse kennisoverdracht. Moet dat nou met dat nieuwe leren? Hebben pubers eigenlijk wel behoefte aan de overweldigende vrijheid om zelf te bepalen wat ze willen leren en doen? Dat is niet voor alle jongeren geschikt. En als gevolg van de grote lesuitval zal hun sociaal-economische positie niet worden versterkt. En dan heb ik nog niet eens over de megafusies. Scholen moeten overzichtelijk, klein en duidelijk zijn. Het opvoedkundig karakter is zeer belangrijk.

Dat geldt vooral voor jongeren uit achterstandsgebieden die weinig of geen culturele bagage meekrijgen en die ouders hebben met onvoldoende opleiding om hen met schoolwerk bij te staan, iets wat jongeren uit de bevoorrechte milieus mee hebben.

Ik durf te stellen dat de verschillende groepen in deze samenleving een verschillende aanpak nodig hebben, omdat juist de zwakkere groepen hiervan zullen profiteren. Ik pleit ervoor terug te keren naar de leermethode van dertig of veertig jaar geleden, toen de leraar nog groot aanzien genoot en een sterke leidersfiguur was.

Jongeren hoeven het niet leuk te hebben op school. Laten ze daarbuiten maar plezier hebben, of in het weekend. Een docent dient met harde, doch menselijke hand de orde te handhaven en zijn leerlingen te laten delen in zijn verworven kennis.

Ik respecteer docenten en ik koester ze ook. Ik vind dat Den Haag veel geld moet steken in hun kennis en hun vakkundigheid. Maar wat ik ook zou willen, is een welwillender instelling van die leerkrachten jegens debat, respect en discipline. Juist omdat de allochtone groep binnen de multiculturele samenleving dat nodig heeft, omdat de vrije gedachte het begin is van individueel denken en goud biedt voor hun toekomst.

Dit artikel is gebaseerd op de toespraak die El Bezaz op 17 november uitsprak op het symposium ‘Opvoeden moet?!’, georganiseerd door het ROC Alfacollege in Groningen.