Überpuber: Dubbelganger

Hadjar Benmiloud (16) ontmoet haar evenbeeld in een kledingwinkel

Hadjar Benmiloud

In het bestaan van een dubbelganger geloven ongeveer evenveel mensen als in het bestaan van een ware. Alle logica te boven, zijn dat er behoorlijk veel. En, gezien het feit dat er naar schatting per persoon maar één ware en één dubbelganger beschikbaar zijn, zijn er verrassend veel opgespoord. Sommige mensen hebben exact hetzelfde gezicht als een beroemde zanger of filmster, en alsof dat nog niet genoeg is, winnen ze met deze eigenschap ook nog vrachtwagens vol prijzen. Anderen zien onverwachts hun spiegelbeeld in een volslagen vreemdeling op straat of in de media. In (ware) liefde geloof ik niet, maar dat mijn dubbelgangster bestaat is een feit. Ze kijkt me namelijk recht aan.

Je zou verwachten dat ik mijn evenbeeld zou tegenkomen in de verre toekomst, op een hoge berg in Nepal of in een Texaanse caviafokkerij. Maar de werkelijkheid heeft weer eens bewezen vreemder en saaier te zijn dan mijn fantasiewereld, mijn dubbelgangster loopt namelijk gewoon rond in provincie Gelderland. Ja, die provincie met boerse rockbandjes en dikke knollen, de provincie waar ik woon. Elke avond tuur ik de hemel af naar vallende sterren, want ik zou mijn evenbeeld dolgraag naar een andere dimensie wensen.

Ik deel mijn zeer oncomfortabele bankje met een jongen die net zo onder deze omgeving lijkt te lijden als ik. We zijn in een kledingwinkel. In principe heb ik niets tegen winkels, en ook niet tegen kleren. Waar ik wel acute puspuisten van krijg: rekken die bomvol zitten met lapjes stof waar uit gekozen moet worden, hysterische gilwijven die doen alsof diezelfde lapjes stof tot de wereldgeschiedenis gerekend mogen worden, en naar zweetvoeten ruikende pashokjes waarin je erachter komt dat je cellulitis hebt op je voetzool. Enfin, schrijft Bril dan.

Dan zie ik haar weer, dat walgelijke schepsel met haar persiflage op mij. Naast het feit dat ze kijkt alsof er een ruftende kabouter in haar neusgat zit, doet ze ontzettend bitcherig tegen haar vriendin, niet Phileine-bitcherig, maar Verdonk-bitcherig. Ik schaam me voor haar, want ik weet dat mensen ons met elkaar zullen verwarren. Mijn gezicht is niet superstandaard, en het stadje waar ik woon klein. Ik vraag me af hoelang het zal duren voor ik word aangesproken op het gedrag van mijn dubbelganger. Met iets wat op lichte wanhoop begint te lijken vraag ik me af hoe ik dit obstakel uit de weg kan ruimen, maar mijn gedachtegang – die toch al nergens heen ging – wordt afgebroken door een plotseling besef van mijn bijna knappende blaas.

Als ik het wc-hokje uitkom, schrik ik er niet eens van dat ze recht tegenover me staat. Wel van mezelf, van het besluit om haar niet te negeren. Met een bonzend hart loop ik op haar af, totdat ik minder dan een meter van haar afsta. Schaamteloos neem ik haar eens goed op. Haar haar is vettig, haar kleren sjofel en haar poriën gigantisch. Onder haar ogen hebben zich karakteristieke blowerswallen gevormd, en nu ik toch bij dat deel van haar gezicht ben aangekomen, kan ik haar best eens aankijken. Geen van beiden wenden we onze blik af. Opeens voel ik een soort genegenheid voor haar, omdat ze precies is wat ik had kunnen worden als ik ooit controle over mezelf zou verliezen. Ik kom wat dichterbij en geef haar een glimlach, zo’n glimlach die je aan een zwerver schenkt, alsof je wil zeggen: het komt allemaal goed, ik zal je helpen. Ik krijg een zwakke mondhoekverplaatsing terug. Als ze eens wat minder zou drinken en blowen, wat meer geld aan cosmeticamiddeltjes – die soms toch echt wel helpen – zou uitgeven en zichzelf eens zou vertellen dat ze best de moeite waard is, zou ze kunnen worden wat ik ben. In gedachten stel ik me voor hoe deze metamorfose eruit zou zien, en blijkbaar delen we ook een telepathische band, want ik hoef het niet eens te zeggen. Haar doffe dode vissenogen beginnen eindelijk weer een beetje te glimmen. Ik veeg het condens van de spiegel en deze keer glimlachen we allebei oprecht. De eerste stap is gezet. Hooggehakt zal ik vanaf nu de straten weer alleen bewandelen.