Te koop: BV Nederland

Een overnamegolf overspoelt Nederland. Bedrijven komen meer en meer in buitenlandse handen. Maar is dat erg? Economen vinden de zorgen overdreven, maar de vakbond vreest voor de werknemers.

Paniek! De BV Nederland valt in buitenlandse handen. Wat moet er worden van onze bedrijven, en onze economie?

Een kleine greep. Uitgever VNU is eerder dit jaar gekocht door een groep investeerders, voornamelijk Amerikanen. Containerbedrijf P&O Nedlloyd kwam vorig jaar in Deense handen. Vlak daarvoor ging vliegtuigmaatschappij KLM over naar een Franse concurrent. En in 1999 werd staalbedrijf Hoogovens ingelijfd door British Steel. De combinatie werd omgedoopt tot Corus. Het bedrijf is nu mikpunt van een overnamestrijd door een Indiaas en een Braziliaans bedrijf.

„We zitten in een overnamegolf”, zegt Luc Renneboog, hoogleraar bedrijfsfinanciering aan de Tilburg Universiteit. „Mensen maken zich daar zorgen over.”

Maar zijn die zorgen terecht? Heeft de toenemende buitenlandse invloed gevolgen voor de positie van de Nederlandse werknemer, voor de prestaties van de overgenomen bedrijven, of voor de welvaart van het land?

Vakbond FNV Bondgenoten maakt zich zorgen over werknemers. „De druk op bijvoorbeeld de arbeidsvoorwaarden groeit. We moeten ons hier echt beter tegen wapenen.” Ook oud-topman Aad Jacobs van bank en verzekeraar ING sprak eerder tegen deze krant zijn zorgen uit over de toenemende buitenlandse invloed. „Niemand komt op voor het landsbelang.”

Bedrijfseconoom Renneboog vindt de angst overdreven. „Ik beschouw dit niet als een bedreiging”, zegt hij. Bovendien, als Shell, Philips, Unilever en al die andere concerns wel concurrenten in het buitenland mogen overnemen, waarom zou het dan andersom niet mogen?

Dat er sprake is van een overnamegolf staat vast. Maar die treft niet alleen Nederland. De hele wereld merkt het, als gevolg van de globalisering. Het marktkapitalisme is ook door landen als China, India en Rusland omarmd. Westerse bedrijven willen daar van profiteren.

Daarnaast spelen er andere trends, zoals deregulering en privatisering, die maken dat nationale markten toegankelijker worden voor buitenstaanders. Ook het economisch herstel draagt bij tot de hausse aan overnames. Verder is de rente op het moment laag, wat het lenen van geld voor een overname aantrekkelijk maakt. En managers krijgen hoge beloningen voor het uitvoeren van een fusie of overname. „Ik vind dat een perverse prikkel”, zegt Tweede Kamerlid Ferd Crone (PvdA). „Overnames worden niet meer gedaan uit oogpunt van efficiëntie voor het concern, maar uit egoïsme.”

In de eerste negen maanden van dit jaar bereikte de mondiale markt van fusies en overnames een historisch record van 2.700 miljard dollar (2.100 miljard euro) aan biedingen, stelt het Britse bureau Dealogic. Vorig jaar was eenvijfde van alle deals grensoverschrijdend, inmiddels is dat eenderde.

Een andere trend is de opkomst van private equity. Dat zijn investeringsmaatschappijen die een bedrijf opkopen waarna ze het vaak reorganiseren en na enkele jaren weer met hoge winst proberen te verkopen. Gemeten naar de waarde van de overnames, lag het aandeel van private equity in Nederland drie jaar geleden op zes procent. Inmiddels is dat bijna de helft.

Een bedrijfsovername door een buitenlandse partij heeft vaak een negatief effect op de loonstijging, blijkt uit onderzoek. Onder meer omdat buitenlandse bedrijven zich niet altijd wat aantrekken van de arbeidsovereenkomsten in een land. In een eerder dit jaar gepubliceerd artikel schreven de Oostenrijkse economen Robert Stehrer en Julia Woerz daarover: „Buitenlandse investeringen worden vaak gezien als medicijn tegen de vakbondsinvloed, die zich kenmerkt door hoge en starre lonen.”

Jongbloed van FNV Bondgenoten koppelt de loondruk niet alleen aan de toename van het aantal overnames, maar aan de globalisering in brede zin. „Het draait bij topmanagers steeds meer om winstmaximalisatie. De aandacht voor werknemers neemt af.” Bedrijfseconoom Renneboog zegt zich vooral te ergeren aan de enorme bonussen en gouden handdrukken die topmanagers bedingen, zelfs als hun prestaties tegenvallen. „Dat is onethisch.”

Het Britse weekblad The Economist stelde onlangs vast, in een bijlage over globalisering, dat de topinkomens snel rijker worden, terwijl het aandeel van werknemers in het bruto nationaal product kleiner wordt. De druk op lage en middeninkomens is gegroeid door de concurrentie uit China, India en Oost-Europa. Nu ook die landen deel uitmaken van de wereldmarkt, vindt een enorme herverdeling plaats van arbeid, kapitaal, grondstoffen, goederen en inkomens. In het westen maakt men zich zorgen over de uittocht van banen. „Maar de echte bedreiging is voor inkomens, niet voor banen”, stelt het weekblad.

Voor de overgenomen bedrijven zelf lijken de vooruitzichten gunstiger. De buitenlandse partij brengt kapitaal mee. Vaak ook management met internationale ervaring. En, als het goed is, nieuwe technologie en kennis. Daarmee kan een bedrijf zijn productiviteit verhogen, en zijn concurrentiepositie versterken. Ook zijn afzetmarkt groeit. De opgedane kennis kan overigens naar andere, nabijgelegen bedrijven in dezelfde sector doorsijpelen. Zij profiteren mee. Dat Nederland bijvoorbeeld zo’n sterke chemische industrie heeft, komt mede door buitenlandse bedrijven als General Electric Plastics in Bergen op Zoom, Dow Chemicals in Terneuzen en Fuji in Tilburg.

Maar volgens John Hagendoorn, hoogleraar strategie en internationale zaken aan de Universiteit van Maastricht, is er lang niet bij elke overname sprake van een kruisbestuiving. Als de bedrijven elkaar volledig overlappen, is er geen nieuwe kennis om over te dragen. En als de bedrijven elkaar juist niet overlappen, neemt de schaalgrootte van de activiteiten niet toe en valt dat voordeel weg. „Het beste is een gedeeltelijke overlap”, zegt Hagendoorn. Hoeveel van de recente overnames in Nederland daaraan voldoen, weet hij niet. Feit is dat zestig procent van de overnames mislukt.

En de rol van private equity? Investeerders brengen in ieder geval geen nieuwe technologie in. Het snel afstoten van onderdelen en het integreren van nieuwe activiteiten kan ook nadelig zijn voor de groei van de productiviteit, aldus Hagendoorn. Omdat managers hun tijd vooral aan de reorganisatie kwijt zijn, en zich amper bezig kunnen houden met zoiets als innovatie. „Het blijkt altijd weer erg tegen te vallen hoe lang het duurt om nieuwe activiteiten te integreren.”

Toch werkt private equity welvaartsverhogend voor Nederland als geheel. Dat zei President Nout Wellink van De Nederlandsche Bank onlangs. „Ik begrijp wel dat men soms geraakt is in zijn nationale trots, maar bedrijven worden geforceerd om efficiënter te werken.”

Wel is de verdeling van de welvaart schever gegroeid de afgelopen jaren, ook in het westen. The Economist waarschuwde daar twee maanden geleden voor. Als overheden niks aan deze tendens doen, groeit het gevaar van een protectionistische terugslag.