Spelers durven veld niet meer op

De Argentijnse voetbalcompetitie wordt bedreigd door zich misdragende fans en bestuurders. „Als jullie betalen, blijven we rustig.”

Marcel Haenen

Drie weken voor het einde dreigt de voetbalcompetitie in Argentinië tot stilstand te komen. Als gevolg van aanhoudende vechtpartijen binnen en buiten het stadion heeft gouverneur Felipe Solá van de provincie Buenos Aires – waar vrijwel alle professionele clubs spelen – gedreigd niet langer politie-agenten te leveren.

Spelers durven het veld niet meer op en hebben deze week bij monde van hun vakbond laten weten te gaan staken als de Argentijnse voetbalbond (AFA) niet met strikte maatregelen hun veiligheid weet te garanderen. „We hebben angst”, zegt hun woordvoerder Sergio Marchi.

In het land is de afgelopen maanden vrijwel elk weekeinde een voetbalwedstrijd wegens ernstige wanordelijkheden voortijdig beëindigd. Afgelopen zondag kon het duel Racing tegen San Lorenzo niet eens beginnen. Supporters gijzelden spelers in een hotel zodat ze niet naar het stadion konden gaan. Het was een protest tegen een net ingesteld verbod voor fans om uitwedstrijden te bezoeken.

Een paar dagen eerder lieten de spelers van Gimnasia in La Plata zich in een wedstrijd dociel vernederen door koploper Boca Juniors. De eigen supporters hadden met grof geweld gedreigd als Gimnasia niet zou verliezen. Bij winst van hun club zou immers aartsrivaal Estudiantes uit La Plata meer kans maken op de titel en alles was beter dan dat.

Niet alleen hooligans misdragen zich. In september kon in La Plata de tweekamp tussen Gimnasia en Boca niet worden voltooid. De president van Gimnasia, ondernemer Juan José Munoz, was in de pauze de kleedkamer van de arbiter binnengestormd. Als scheidsrechter Daniel Giménez niet verstandiger zou fluiten, zou hij na de wedstrijd „zijn aars breken”, zei de clubbaas hem. De scheidsrechter staakte daarop de wedstrijd.

Er zijn maar weinig landen waar de onderwereld het voetbalbedrijf zo nadrukkelijk gegijzeld houdt als in Argentinië. Supporters persen de clubs af en vice versa gebruiken bestuurders de voetbalvechtersbazen als het van pas komt om keet te schoppen op een manifestatie van de tegenstander. De voornaamste politici en vakbondsleiders hebben allemaal hun eigen legertje voetbalvandalen.

Dat de plechtige bijzetting in een praalgraf van de drievoudige president van Argentinië Juan Domingo Perón vorige maand uitliep op een wilde schiet- en knokpartij kwam door de voetbalsupporters. De meeste begrafenisgasten droegen shirtjes van rivaliserende voetbalclubs. De kiem van het conflict is een al langlopende ruzie die de organiserende vakbondsleiders (supporters van Independiente) en oud-president Eduardo Duhalde (supporter van Banfield) hebben met de huidige president Néstor Kirchner (supporter van Racing).

Het presidentschap van een voetbalclub aan de Rio de la Plata helpt bij het realiseren van politieke ambities. De voorzitter van de meest succesvolle club van Argentinië, Boca Juniors, is Mauricio Macri. Hij zwaait al elf jaar de scepter bij de club waar Maradona groot werd en geldt als de voornaamste tegenkandidaat van Kirchner bij de presidentsverkiezingen van volgend jaar.

Voetbalbestuurders blijven het liefst voor het leven op hun stoel zitten. De voorzitter van de Argentijnse voetbalbond – en vice-president van de wereldvoetbalbond FIFA – Julio Grondona (75) is er al 27 jaar de baas. Hij is zo almachtig dat bij verkiezingen niemand anders zich kandidaat durft te stellen. Een onaantastbare maffiabaas, noemde Diego Maradona hem deze week.

Voetbalbestuurders in het land dat grootleverancier is voor Europese topclubs verdienen ook aardig bij aan de verkoop van hun sporters. Karl-Heinz Rummenigge van Bayern München liet in mei weten dat de Duitse club afzag van het kopen van het jongste Argentijnse talent, aanvaller Sergio Agüero, omdat de president van zijn club Independiente, Julio Comparada, te veel steekpenningen vroeg. De Argentijnse voetbalpresident kondigde aan wegens laster Rummenigge aan te klagen maar daar is nog steeds het wachten op.

Ook het zijn van supporter is in Argentinië vaak een lonende dagtaak. Rafael di Zeo – chef van Las Doce (nummer 12), de harde kern van Boca – wordt betaald door de club. De man heeft een strafblad wegens afpersing, bezit van wapens, vals geld en valse documenten maar leidt met straffe hand de fans van Boca. De fans krijgen van de club ook entreebewijzen die ze lucratief doorverkopen. Vandaar dat supporters zich luidruchtig keerden tegen het vorige week ingesteld verbod uitwedstrijden te bezoeken. Dat kost geld.

Na spoedberaad tussen de Argentijnse regering en de voetbalbond is afgelopen maandagavond afgesproken het bezoekverbod weer in te trekken. Bondsvoorzitter Grondona heeft, na eerder hardnekkig verzet, besloten dat als nieuwe strafmaatregel aan clubs punten in mindering zullen worden gebracht als supporters rellen trappen. Dit weekeinde zal er voor het eerst met ‘strafpunten’ worden gewerkt.

De vrees bestaat dat supporters deze disciplinaire methode gaan gebruiken als middel om af te persen. „Als jullie willen dat we rustig blijven, moet er worden betaald”, zou het dreigement kunnen zijn. Want volgens voetbalcommentator Claudio Mauri handelen de zogeheten barra bravas (harde kern) supporters „niet uit clubliefde, maar verdedigen ze slechts hun afpersingspraktijken”.