Spannender dan thuis voor de buis

Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid is geen stoffig archief. Het vernieuwde gebouw heeft een museum en attractiehal van Disneyland-achtige proporties.

Daar staat ’ie dan: het monument van de televisie. Zeven verdiepingen hoog, opgetrokken in blauwgrijs natuursteen, torent het splinternieuwe Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid uit boven het Mediapark in Hilversum. Het pand flikkert rood, geel en groen in de zon door de 748 geabstraheerde archiefbeelden die in de gevel verwerkt zijn.

Het archief, dat 2 december zijn deuren opent, doet denken aan een statig mausoleum. De verzamelplek van al het radio- film- en tv-materiaal in Nederland (bouwkosten: 69 miljoen euro, betaald door het ministerie van OCW) staat pal tegenover de studio’s van de door bezuinigingen (van datzelfde ministerie) geteisterde publieke omroepen. „Dat levert wel eens wat scheve blikken op ja”, geeft Pieter van der Heijden, directeur van de Beeld en Geluid Experience toe. Maar hij benadrukt dat een centraal beeld- en geluidinstituut hard nodig was: tot nu toe werd het nationaal „audiovisueel erfgoed” verdeeld over vier plekken in Nederland.

Het nieuwe instituut moet niet alleen een thuishonk worden voor mediaredacteuren die in het archief komen zoeken, maar ook een familieattractie en museum met legendarische radio- en tv-programma’s. Zo zal de eerste wisselende expositie gaan over het oeuvre van Van Kooten en De Bie.

Een belangrijk deel van het instituut vormt de ‘Experience’: een attractiehal van Disneyland-achtige proporties waarin bezoekers hun jeugdherinneringen kunnen oproepen aan de hand van 100 uur geselecteerd archiefmateriaal. In de Experience kunnen we de oude programma’s opnieuw ‘beleven’. Om de „pareltjes” uit de collectie te kunnen presenteren aan het publiek wilde Van der Heijden per se een aansprekende attractie maken: „In een collectie met 1,5 miljoen titels kun je niet tegen mensen zeggen ‘pak maar een bandje’.” Uiteindelijk maakte het team van Van der Heijden een selectie op basis van onder meer kijkcijfers, literatuuronderzoek, jubileumcompilaties van omroepen en eigen herinneringen.

Wie dol is op programma’s als I love 1986 kan in de Experience zijn hart ophalen in een van de vijftien themapaviljoens met namen als ‘Macht en media’, ‘Zuilen en zenders’ of ‘De wereld een dorp’. Kriskras door de totaal blauw geverfde ruimte worden in verschillende decors beelden vertoond, én het bijbehorend geluid weergegeven. Een kleine kakofonie, zegt Van der Heijden: „Om de interesse van het publiek te wekken moet het net even iets spannender worden gepresenteerd dan thuis voor de buis.”

Dus kunnen we in het paviljoen ‘Sterrenshow’ een entree maken door een showdeur, in ‘Ben ik in beeld?’ ervaren hoe meedoen aan Big Brother aanvoelt en bij ‘Dit is het nieuws’ het Journaal presenteren in een nagebouwde nieuwsstudio. Bij de attractie ‘Kijkbuiskinderen’ kunnen bezoekers oude kinderprogramma’s bekijken als De Zevensprong, Achterwerk in de Kast en Pipo de Clown.

In het grote audiovisuele archief van het vernieuwde instituut ligt 700.000 uur beeldmateriaal opgeslagen. Het is ondergebracht in een opengewerkte kelder– door medewerkers aangeduid als ‘de kloof’ – in vier klimaatzones, op in totaal honderd verschillende soorten dragers. Vanuit deze tombe doemt mysterieus oranje licht op uit de verschillende kelders, waar tv-redacteuren in- en uitlopen met stapels videobanden en dvd-schijfjes. Op draad, plaat en cassettebandjes ligt hier het „audiovisueel erfgoed” opgeslagen, aldus directeur Van der Heijden: van bioscoopreclames, Sterspotjes en radio-uitzendingen tot oorlogsdocumentaires.

Beeld en Geluid beschikt voornamelijk over banden van de publieke omroep; voor historisch materiaal van de commerciële omroepen moet je bij de zenders zelf zijn. Maar de medewerkers van het instituut laten twee keer per jaar een week lang „een bandje meelopen” bij uitzendingen van de commerciëlen: om toch een idee te krijgen van het soort programma’s dat in dat jaar werd gemaakt: „Belangrijkste is dat de televisiegeschiedenis via het archief in kaart kan worden gebracht”, aldus Van der Heijden.

Hij vindt dat tv-programma’s een vorm van geschiedenis met zich meedragen die op geen enkele andere manier meer valt terug te halen. „Je ziet de ontwikkeling in de manier van presenteren, de stijl van de decors, het gedrag van kandidaten. Maar ook gewoontes en gedragingen die nu in de vergetelheid zijn geraakt. Zo hebben we een filmpje waarin je ziet dat mannen hun hoed voor elkaar afnemen op straat. Dat verschijnsel is helemaal verdwenen en valt niet na te kijken in geschiedenisboekjes. Wel op film.”

Voor bezoekers die misschien een videootje zoeken van hun eigen optreden in televisiespelletjes is er goed nieuws: bij de klantenservice kun je digitaal bladeren in meer dan 10.000 uur materiaal. Volgens Van der Heijden heeft zo’n fysieke klantenservice zeker bestaansrecht, ook in het internettijdperk: „Het online zetten van de beelden is een zaak van de rechthebbenden. We zijn geen zender, maar een archief.”

Op dit moment is zo’n 690.000 uur materiaal nog analoog. „We willen wel uiteindelijk alles omzetten in digitaal formaat. Dat moet ook: de Digibeta-banden waarmee de omroepen nog altijd werken, gaan bijvoorbeeld maximaal tien jaar mee.” De directeur hoopt wel dat het archief ooit helemaal online beschikbaar zal zijn, „maar dat maak ik zelf niet meer mee, vrees ik.”

Bekijk website van Beeld en Geluid op beeldengeluid.nl