Ruzie over Stork moet snel worden bijgelegd

Bij het industriële concern Stork wordt ondernemingsgeschiedenis geschreven. Een machtsstrijd zonder precedent tussen aandeelhouders en bestuur is uitgegroeid tot een thriller waarin zakelijke principes onder juridisch vuur komen te liggen en niemand zijn leven zeker is. Het voortbestaan van het huidige Stork, dat actief is in de vliegtuig- en voedselindustrie en technische dienstverlening, is in het geding. Dat is tot daaraan toe. Soms is een onderneming beter af met een nieuwe jas. Maar het va-banque dat wordt gespeeld, zet de bedrijfsvoering onder druk. De affaire kan tot zo’n grote schade leiden, dat een vernieuwd Stork mogelijk rijp wordt voor de sloop.

Twee grootaandeelhouders van Stork, de hedgefondsen Cantaurus Capital en Paulson & Co., vinden dat het concern zich uit rendementsoverwegingen volledig op de luchtvaartpoot moet richten. De Britse en Amerikaanse investeerders zijn van mening dat Stork in delen meer waard is dan als geheel. Andere bedrijfsdivisies dan de luchtvaart moeten worden verkocht. Centaurus en Paulson kregen onlangs de steun van ruim 85 procent van Storks aandeelhouders. Zelf bezitten de fondsen een derde van de aandelen.

Het Stork-bestuur vindt de voorgestelde strategie onverantwoord en verzet zich tegen opsplitsing. De directie wordt gesteund door de raad van commissarissen, de toezichthouders. Bestuur en commissarissen keurden vorige week het plan van Centaurus en Paulson af. De hedgefondsen namen hier geen genoegen mee en eisten eergisteren dat opnieuw een aandeelhoudersvergadering wordt uitgeschreven. Daarin moeten de aandeelhouders het vertrouwen in de commissarissen opzeggen.

Hedgefondsen en investeringsmaatschappijen roeren zich in het Nederlandse bedrijfsleven. Tussen de twee bestaat een subtiel verschil, maar hun werkwijze is doorgaans dat ze bedrijven als investering opkopen – of zich erin kopen – deze vervolgens reorganiseren om ze daarna snel met winst weer van de hand te doen. Voor ingedutte ondernemingen kunnen zulke bedrijfshorzels een functie hebben. Ze schudden de boel op en dwingen bestuurders verliesgevende activiteiten af te stoten. Het kwalijke kan zijn dat ze ondernemingen tot op het bot uitponden, en snoeihard gesaneerd, verweesd en opgezadeld met schulden achterlaten.

Los van de vraag wie in deze kwestie gelijk heeft, brengt de on-Nederlandse confrontatiekoers de continuïteit van Stork in gevaar. Niet zozeer de op kortstondig rendement gerichte strategie kan blijvende schade in de bedrijfsvoering aanrichten, als wel de Angelsaksisch aandoende juristerij waarmee dit alles gepaard gaat. Het zou niet voor het eerst zijn dat een onderneming kapot gaat aan juridische strijd. Die brengt hoge kosten met zich mee en onzekerheid voor iedereen: investeerders, directie, personeel, klanten. Centaurus en Paulson zijn over een tijdje weer weg, maar de achterblijvers moeten verder. En liefst niet gedemoraliseerd.

Aandeelhouders hebben in Nederland meer macht gekregen. De tijd dat directie en commissarissen onderling hun zaken regelden, is gelukkig voorbij. Maar het bestuur bepaalt de strategie, niet de aandeelhouders. De wet biedt de gelegenheid daartoe en geeft directies de mogelijkheid om de mening van aandeelhouders naast zich neer te leggen. Dat is een steun in de rug voor Stork, dat voorlopig voet bij stuk moet houden. Centaurus en Paulson hebben nog niet overtuigend aangetoond dat hun plan het juiste is. Over hun bedoelingen op langere termijn – aandeelhouder of niet – zwijgen ze. Dat wringt met het ingrijpende karakter van hun voorstel en wekt wantrouwen.

Het beste is dat deze titanenstrijd snel wordt bijgelegd. Splijtende conflicten leiden tot waardevermindering. Daarmee is niemand gediend; het minst van al de aandeelhouders.