Ruitertjes en krijgertjes

In de aanloop naar Sinterklaas speelt Hendrik Spiering nieuwe bordspelletjes. Vandaag rennen en vechten met Romeinen.

‘Ha leuk, Romeinen!’, dacht ik eerst. Want och, het paardenrenspel Avé Caesar ziet er echt prachtig uit. En wat kan er nu misgaan met een spel waarin je met paarden rondrent in een Circus Maximus? Het is een heruitgave van een oude klassieker, een Cult-spel wordt het zelfs genoemd op internet. En er zijn leuke elementen, Zoals voor iedere speler een eigen stapel kaartjes met daarop verschillende rensnelheden, waarvan je er telkens drie in handen neemt en waaruit je per beurt de gunstigste snelheid kan kiezen. Modern, interactief, en beter dan dobbelstenen – leek me.

We maakten ons op voor een heerlijk avondje Ben Hur.

Niet echt, zo bleek. Het gesprek aan tafel werd al snel interessanter dan het spel, en in de laatste ronde deden we eigenlijk maar wat. Niet spannend genoeg, te simpel misschien wel. „Niveau ganzenborden, maar dan zonder put”, oordeelde een deel van het bezoek bitter. Waarom het spel dan pas vanaf leeftijd 12 kan worden genoten, zoals de doos meldt, was ons een raadsel. Ook bij nadere studie konden we geen spelregels vinden die we overgeslagen hadden. Steeds meer begon het te irriteren dat de vakjes voor de paarden eigenlijk te klein zijn. „Hoe moeilijk is dat nou om zo’n bord een beetje ruim te maken?”, mopperde het bezoek. Bij een leuk spel kan dat soort kleinigheden niemand wat schelen. Een aanvankelijk enthousiaste zesjarige, met wie we het later nog speelden, werd ook al niet gegrepen.

Het zit dit jaar niet mee met de Romeinenspellen. De nieuwe versie van De Kolonisten van Catan, De Val van Rome, valt ook al tegen. Jammer. Drie jaar geleden verscheen al eens Kolonisten van de Prehistorie: geen ‘scenario’ of ‘uitbreiding’, maar een zelfstandig spel, een variant. Die Prehistorie-Catan vonden we best de moeite waard. Al blijft in deze categorie het helaas nooit in Nederland uitgebrachte krankzinnige Sternenfahrer von Catan bij ons favoriet.

Goed, nu is er ‘De Val van Rome’, waarbij de Kolonisten van Catan – uitgerust met plastic ruitertjes, krijgertjes en huifkarretjes – als volksverhuizende Germanen het Romeinse rijk moeten veroveren. Dat lukt natuurlijk wel, maar zó traag! Al snel trad bij ons een soort Late-Oudheid-verveling op: ‘welke stad zullen we nu weer eens plunderen?’ Veel gepieker, maar echt vaart kreeg het spel daarmee niet. Nooit maak je een mooie klapper. En waarom mogen de Germanen onderling niet vechten? Eigenlijk speel je langs elkaar heen. En waar is toch het Romeinse leger? Ook nu ging het artwork irriteren. Waarom is dat speelbord zo druk?

Aan het eind van de avond haalden we dus nog maar eens de Sternenfahrer tevoorschijn. Dát was pas leuk. Maar het plastic van de grote raket waarmee je moet rammelen om met gekleurde balletjes je snelheid te bepalen (echt!), was al bros geworden. De wapensysteempjes braken er zomaar af. Sic transit gloria mundi.

Avé Caesar, uitgave Ravensburger, 30-60 min, 3 tot 6 spelers, vanaf 12 jaar ca. 25 euro. De Kolonisten van Catan – De Val van Rome, uitgave 999Games, 75 min, 3-4 spelers, vanaf 10 jaar. ca. 32 euro.