Over het maken van hobbitvoeten

Dana Linssen stilt haar hobbithonger met de hele Lord of the Rings op dvd

The Lord of the Rings-trilogie; versie 2006 Special Limited Edition(A-Film)Films: Extra’s:

De wenkbrauwen gingen wel even omhoog dit najaar, toen bij de door de Filmkrant, NRC Handelsblad en NPS georganiseerde verkiezing van de ‘beste film aller tijden’ The Lord of the Rings-trilogie van Peter Jackson plotseling als winnaar uit de bus kwam. Was dat nou echt zoveel beter dan alle Fellini’s en Tarkovski’s, Quentin Tarantino’s, Pedro Almodóvars en andere gedoodverfde winnaars van deze wereld bij elkaar? Waren dit niet gewoon superieure popcornfilms? Nu de hele mikmak voor een voorlopig laatste keer in al zijn glorie op dvd verschijnt, zou ik zeggen: oordeel zelf.

Het was nogal een gedoe met de dvd-versies van die films. Al bij het verschijnen van het eerste, met z’n 178 minuten toch niet bepaald korte deel The Fellowship of the Ring in 2001 liet regisseur Peter Jackson voorzichtig weten dat de dvd-versie van het jaar daarop nog wel wat extra scènes zou bevatten. Dat was het begin van de gekte. Niet alleen moesten de filmliefhebbers elk jaar wachten op het volgende deel in de reeks; ondertussen werd de hobbithonger aangewakkerd met ‘gewone’ dvd-versies (maar dan weer wel met een schat aan extra’s in de vorm van kijkjes achter de schermen bij deze drie-films-in-één opgenomen monsterproductie) en ‘extended’ versies en wat dies meer zij.

En nu is er dan een nieuwe ‘speciale uitgave’ (hoera! met de feestdagen in het vooruitzicht!) waarop zowel de bioscoopversies als de langere regisseursversies staan, en waarbij elke film vergezeld gaat van nog meer nieuwe documentaires, weetjes en feitjes.

Die making of-documentaires zijn zelf ook weer van speelfilmlengte en werden gemaakt door Costa Botes, de cameraman met wie Peter Jackson ook zijn fake-documentaire Forgotten Silver (1995) maakte. Zoals al in die film te zien is delen Jackson en Botes een grote voorliefde voor filmmakerknutselaars en entrepreneurs. Geen wonder dus dat Botes’ camera likkebaardend langs alle kostuumateliers, elfenoren-werkplaatsen, hobbitvoeten-schoenmakers en ork-monstermakers scheert. Het kan hem al lang niets meer schelen dat zijn oude makker ergens een paar honderd kilometer verderop bezig is met de verfilming van een onverfilmbaar geacht boek, als hij maar die bezige vingers in beeld mag brengen.

Mooi is het daarom dat de The Lord of the Rings-trilogie behalve een adembenemend filosofisch avonturenverhaal ook een eerbetoon is aan de simpelste technieken van verleiding en verbeelding. Natuurlijk liet Jackson in Nieuw-Zeeland een complete special effects studio bouwen voor al het oppoetsen van stunts en invoegen van geanimeerde figuurtjes die hij in zijn film nodig had. Maar echt te glimmen begint hij als hij vertelt hoe hij voor de perspectivische trucs (om het lengteverschil tussen kleine hobbits en rijzige tovenaars te laten zien) gebruik maakte van de oudste foefjes in het filmboek: extreem grote of extreem kleine decorstukken, stand-ins van afwijkende lengtes en ongewone cameraposities. Precies hoe hij ooit in het schuurtje van zijn ouders met filmen begon.