Oudedagssparen bij de bank

Vanaf 2008 mogen we fiscaal aftrekbaar oudedagssparen bij banken. Dat is goedkoper en eenvoudiger dan bij verzekeraars. Maar net als bij verzekerde lijfrenten gelden strenge fiscale regels.

Sinds jaar en dag moeten we voor fiscaal aftrekbaar lijfrentesparen naar een verzekeraar. Per 2008 maakt een nieuwe wet een eind aan dit monopolie. We kunnen dan ook bij een bank fiscaal aftrekbaar oudedagssparen. U stort daar geen geld in een polis, maar op een geblokkeerde spaarrekening of een geblokkeerd beleggingsrecht. Dat is goedkoper en eenvoudiger dan een lijfrentepolis, want de levensverzekering ontbreekt en de bank hoeft geen rekening te houden met uw levens- en sterftekansen. Veel mensen lijkt dat ideaal, nu Nederland is geschokt door ‘de woekerpolisaffaire’.

Dit levensverzekeringsechec, dat breed is uitgemeten in consumentenprogramma’s, houdt in dat veel beleggingsverzekeringen, en dus ook beleggingslijfrentes, complex, ondoorzichtig en relatief duur zijn. De hoop bestaat dat banken minder kosten gaan rekenen, zodat er voor uitkeringen meer overblijft. Ook voorkomt geblokkeerd lijfrentesparen vanzelf het risico van kapitaalverlies bij overlijden. Neem Kees, die weduwnaar was met twee kinderen en een half miljoen lijfrentekapitaal. Op zijn 65ste zette Kees die lijfrenteberg om in levenslange uitkeringen, zo’n 44.000 euro per jaar. Als Kees lang was blijven leven, had hij volop van dat geld geprofiteerd. Maar helaas. Net na zijn 66ste verjaardag overlijdt Kees aan een hartinfarct. De niet uitgekeerde 456.000 euro vervalt aan zijn verzekeraar. Zijn kinderen krijgen niets als zij geen extra overlijdensrisicoverzekering – een contraverzekering – op het leven van vader hadden geregeld. Geblokkeerd banksparen voorkomt zo’n domper. Resteert na overlijden nog een spaartegoed, dan wordt dit periodiek aan nabestaanden uitgekeerd, bij Kees nog 19 jaar. Maar hoe oud een spaarder ook wordt, een bank keert uit tot 85 jaar, een verzekeraar doet dit tot je dood.

Wordt geblokkeerd banksparen of -beleggen de goedkoopste pensioenoplossing? „Dat moet nog blijken als de bankproducten op de markt komen”, reageert pensioenfiscalist Theo Willemssen van Fiscount in Zwolle afwachtend. „Realiseer je goed dat er een principieel verschil bestaat tussen sparen en verzekeren. Bij een levensverzekering wordt je eindkapitaal bepaald door drie factoren: je rente of beleggingswinst, de ingehouden kosten en de hoogte van de uitkering bij overlijden, die altijd minstens 10 procent hoger of lager is dan het opgebouwde kapitaal bij overlijden. Bij bancair sparen vervalt dit verzekeringselement. Wil je overlijdensrisico meeverzekeren, dan zul je dat apart moeten doen. Je koopt dus een eenvoudiger product. Dat zegt nog niets over de kosten die je bank gaat rekenen. Bij verzekeraars die niet rechtstreeks verkopen gaat nu van standaard koopsomproducten met minimaal 10 jaar looptijd in de opbouwfase 7 procent provisie naar tussenpersonen. Daar bovenop rekenen ze zelf zo’n 3 procent kosten. Geblokkeerd banksparen zal goedkoper zijn, maar banken zullen wel kosten maken voor administratieve verplichtingen die ze net als verzekeraars rond lijfrenten gaan krijgen. Het is een illusie te denken dat banksparen voor een lijfrente structureel evenveel gaat opleveren als een gewone spaarrekening.”

Vooral ondernemers kunnen het verzekeringselement in pensioenen missen als kiespijn, weet Willemssen uit zijn praktijk. „MKB-ondernemers en hun accountants hebben, meer dan vermogende particulieren, veel weerzin tegen verzekeraars. Staken ze hun bedrijf om de bv in te gaan, dan zetten ze de stakingswinst plus eventuele oudedagsreserve vaak om in een lijfrente. Maar dan wel bij de eigen bv als voortzettende onderneming in plaats van bij een verzekeraar. De eigen bv neemt de lijfrenteverplichting op zich om te zijner tijd uit te keren aan de ondernemer. De wetgever staat die stakingslijfrenteaftrek slechts toe als er een verzekeringselement in zit. Dat zorgt vaak voor onnodige ballast voor ondernemer en accountant. Helaas brengt het wetsvoorstel banksparen hierin geen verandering. Zelfstandig ondernemers kunnen straks slechts profiteren van een lijfrente zonder verzekering als ze deze onderbrengen bij een bank. Dat wil de meerderheid niet. Ze willen het zelf regelen en het geld bij zich houden.”

Op de pensioenrekensite www.spaarbox.nl van financieel adviseur Paul Schoo kan iedereen gratis uitrekenen wat voor soort pensioenoplossing voor zijn situatie het voordeligst is: fiscaal aftrekbaar of gewoon zelf op een spaar- of beleggingsrekening. Voor beide situaties geeft de site aan wat dat maandelijks netto kost. Gewoon zelf sparen of beleggen blijkt nu nog regelmatig het gunstigst wegens de hoge kosten van verzekeraars, legt Schoo uit. „Vanaf 2008 zal het bancaire lijfrentesparen wegens de fiscale aftrekbaarheid en de relatief lage kosten vaker uit de bus komen als het voordeligst.” Maar er zitten nadelen aan fiscale aftrekbaarheid, waarschuwt hij. „Wil je op je 58ste een huis kopen in Spanje, dan kun je niet je lijfrentekapitaal even laten uitkeren, terwijl je een spaar- of beleggingstegoed zomaar kan opnemen.”

Ook de fiscus vindt Schoo een risico. „Wij merken de laatste jaren dat de Belastingdienst heel streng is op lijfrentes. Verklaart men dat je het product ten onrechte fiscaal hebt afgetrokken, dan ben je de pisang.”