Oprichter ASMI blijft vechten voor droom

In bijna veertig jaar heeft Arthur del Prado langs pieken en dalen zijn ASMI opgebouwd. Plots staat de 75-jarige ondernemer tegenover opstandige aandeelhouders.

75 jaar oud is Arthur del Prado en maandag mag hij het zoveelste gevecht in zijn lange loopbaan voeren. Dan houdt ASMI een aandeelhoudersvergadering, waarop het ontevreden hedgefonds Mellon steun zoekt voor het voorstel om het bedrijf op te splitsen. Del Prado, die 22 procent van de aandelen van zijn bedrijf heeft, wil zijn bedrijf koste wat het kost bij elkaar houden. „Dit is pijnlijk, maar ik heb wel ergere dingen meegemaakt”, verzucht hij in zijn sobere hoofdkantoor in Bilthoven.

Del Prado geldt als de peetvader van de Nederlandse halfgeleiderindustrie. In een tijd dat de computer nog een zeldzame verschijning was, startte hij in 1968 in Nederland een bedrijf dat machines maakt die nodig zijn bij de productie van halfgeleiders. Nu richt ASMI de fabrieken in van klanten als Intel, IBM en grote Aziatische chipproducenten. De omzet ligt boven de 700 miljoen euro, er werken ruim 8000 mensen in vestigingen in Almere, de VS en Azië.

De machines van ASMI bouwen de siliciumwafels waaruit de chips worden gesneden, op in dunne laagjes, kunnen transistoren erin deponeren en leggen met draadjes de verbindingen tussen die transistoren. Dit heet de front-end-activiteiten. Daarnaast bouwt de Aziatische dochter ASM Pacific, waarin ASMI een meerderheidsbelang heeft van 52 procent, de machines waarmee de behuizingen worden gemaakt van de chips(de back-end-activiteiten). „Del Prado is een schepper, een man die de waan van de dag niet volgt, maar ontwikkelingen in zijn industrietak veel eerder heeft gezien dan anderen”, zegt Paul van den Hoek, sinds 1981 president-commissaris.

Geld krijgen voor zijn visie was in Nederland vaak moeilijk. Banken begrepen niet waar Del Prado mee bezig was. In 1981 bracht hij zijn bedrijf daarom naar de Nasdaq in New York. „Hij is wel eens teleurgesteld geweest dat hij niet meer steun in de Nederlandse financiële wereld heeft kunnen vinden”, zegt Van den Hoek. „In Amerika zeggen ze makkelijker ‘let’s do it’, als iemand een goed verhaal heeft.” De logische stap om zijn spullen op te pakken en naar Silicon Valley te gaan, heeft hij nooit genomen. Van den Hoek: „Hij heeft te veel warme gevoelens voor Nederland.” Sinds 1996 staat ASMI in Amsterdam genoteerd.

Halverwege de jaren tachtig stond Del Prado aan de wieg van ASML, dat in Veldhoven lithografiemachines voor de chipindus-trie maakt. Nu is het groter dan ASMI en staat het meer in de aandacht omdat het een AEX-fonds is.

Del Prado zag destijds de mogelijkheden van een project uit het Natlab van Philips en werd met een belang van 50 procent managing partner. Maar ASMI raakte in financiële problemen en kon niet meer helpen om de producten van ASML commercieel succesvol te maken. Philips kocht hem uit, ASML werd later miljarden waard. Een teleurstelling voor Del Prado. „We hadden samen een mooie combinatie gevormd.”

Eind jaren negentig kwam ASMI in de problemen, nadat de grotere Amerikaanse concurrent Applied Materials het Nederlandse bedrijf betichtte van octrooibreuk. ASMI delfde het onderspit in een gevecht voor de Amerikaanse rechter en besloot uiteindelijk voor 80 miljoen dollar te schikken. „Nooit meer zo’n oorlog, want die win je nooit”, was de les die Del Prado daaruit trok. „We zijn daarom nog veel meer onderzoek gaan doen.”

Twee weken geleden volgde de beloning. ASMI kreeg een plek in de top tien van bedrijven met de meest waardevolle patentenportefeuilles in de wereld en eindigde hoger dan Philips. Het Amerikaanse onderzoeksinstituut IEEE keek niet alleen naar het aantal patenten van een bedrijf, maar ook naar de toekomstige waarde ervan. „Die klassering was voor ons ook een verrassing”, zegt Del Prado.

Hij zag het gelijk van zijn strategie daarmee bevestigd. Die researchactiviteiten voor zijn front-end-activiteiten kon ASMI financieren door de winsten van ASM Pacific (de back-end-activiteiten) daarvoor te gebruiken.

Maar juist daarover heeft hij nu een conflict met het hedgefonds|Mellon. De redenering van de kritische aandeelhouder heeft een overtuigende logica. Er is een onderdeel dat veel winst maakt en een onderdeel dat veel verlies maakt. De synergie is op het eerste gezicht niet duidelijk, dus je haalt ze uit elkaar. „Ik begrijp best dat zij denken dat wij dat geld van ASM Pacific hier verbrassen. We hadden het beter moeten uitleggen”, zegt Del Prado.

Gisteren beloofde ASMI dat het de winsten van ASM Pacific niet meer in andere bedrijfsonderdelen zal stoppen, maar zal teruggeven aan aandeelhouders. Splitsing is voor Del Prado uit den boze, want dan valt zijn strategie in duigen. Hij voorziet de trend dat de twee activiteiten in de de komende tien jaar zullen integreren. „Wij zijn de enigen die dat kunnen.”

De vraag is hoe lang Del Prado zelf doorgaat. „Het is een wonder dat hij het volhoudt. In deze industrietak zie je bijna iedereen voor zijn 60ste afhaken omdat ze het tempo niet kunnen bijbenen”, zegt voormalig ASML-topman Willem Maris. Volgens Van den Hoek is het al jarenlang een gespreksonderwerp tussen hem en Del Prado. „We zijn er mee bezig. In 2007 zullen we er nog op terugkomen.”