Leuke verkiezingen

1371

‘In de krantenwijken wordt gevochten.’ Het is een regel uit een toneelstuk van Bertold Brecht, Trommelen in de nacht, dat een revolutionair gegeven heeft, zoals alles bij Brecht.

Maar, krantenwijken, zult u misschien vragen. Raakten de bezorgers van concurrerende dagbladen in bepaalde wijken met elkaar slaags? Nee. Dagbladbedrijven waren in een bepaalde stadsbuurt gevestigd, liefst in het centrum. Daar waren ook boekhandels, antiquariaten, kroegen en vaak had je in de buurt de universiteit. Denk aan Fleetstreet in Londen en de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam.

Wat Brecht de krantenwijk heeft genoemd, was een chaotisch rijk van politiek, artistiek, intellectueel leven. Liepen de meningsverschillen hoog op, dan was de kans groot dat er werd gevochten. De Amsterdamse krantenwijk heeft veel historische vechtpartijen beleefd.

Toen verhuisden de dagbladen. De Telegraaf ging naar het verre westen, de Basisweg; Het Parool en de Volkskrant de andere kant op, naar de Wibautstraat, en deze krant vestigde zich in de Alexanderpolder, Rotterdam. Die grote verhuizing heeft jaren geduurd. Daarna is op de Nieuwezijds Voorburgwal en omstreken niet meer noemenswaardig gevochten. Trouwens, nergens meer in de buurt van een dagblad. Politiek knokken in de Alexanderpolder? Eerder gaat een kemel door het oog van een naald, om het eens bijbels uit te drukken.

De kans op kleinere schermutselingen was het grootst op de dag van de verkiezingsuitslag. Alle kranten waren verwant aan een politieke partij of daarvan regelrecht de spreekbuis. Op de dag van de verkiezingen werden aan de gevels grote borden opgehangen waarop in de loop van de avond de uitslagen werden bijgehouden. Televisie was er nog niet. De mensen gingen de straat op, verzamelden zich voor het hun verwante dagblad en volgden de ontwikkelingen terwijl ze over de verdiensten van hun kandidaten discussieerden.

Zo groeide in de loop van de avond op de Voorburgwal een dichte menigte, verdeeld over de politieke voorkeuren. Een zichtbare verzuiling. In de subcentra ging gejuich op als ergens een partijgenoot had gewonnen; aan de grenzen werd ruzie gemaakt.

Nu komt er een verhaaltje uit de zeer oude doos. Van vóór 1953, want Stalin leefde nog. De landelijke verkiezingen werden in mei gehouden. Aan het einde van de verkiezingsdag stond schrijver dezes op de hoek van de Voorburgwal en de Paleisstraat bij een clubje waarin de verdiensten van de Sovjetleider werden besproken. Het was een prachtige avond, zonsondergang. De CPN was toen nog een betrekkelijk grote partij. Stalin werd door een liberaal in het gezelschap heftig aangevallen.

Toen nam een wat oudere dame genadeloos het woord. „Zonder vadertje Stalin zouden hier de moffen nog de baas zijn!”, riep ze. Terwijl ze sprak, verliet een wolkje minuscule speekseldruppeltjes haar mond. Niet langer dan een ogenblik maakten de stralen van de ondergaande zon daar een regenboogje in. Ik heb het gezien. Een natuurkundig wondertje dat we per slot van rekening aan onze vrijheid van meningsuiting te danken hadden.

Door de technische ontwikkelingen in de dagbladindustrie zijn de krantenwijken verdwenen. De televisie heeft de politiek gemotiveerde massa’s gefragmentariseerd en in de huiskamers verspreid. Nu lees en hoor en zie ik hoe commentatoren klagen dat de spindoctors het heft in handen hebben genomen.

Een paar jaar geleden ging er al een kleine schok door het land toen bleek dat Wouter Bos zijn stropdas had afgezworen. Nu is ontdekt dat een leidende politicus – ik weet niet wie – ook het eerste knoopje onder het ‘boordeknoopje’ niet meer dicht doet. Weer een nieuwe trend. Nationale leiders verschijnen proestend, zowat stikkend van de lach in leuke programma’s, trappen tegen een voetbal, vallen van een skateboard, worden ervan verdacht hun haar te verven of laten die verkleurde troep in een overweldigende hoeveelheid zien.

In Amerika zag ik de laatste fase van de campagne voor de tussentijdse verkiezingen, en daarin hoe de ‘attack ads’ op de televisie weer vileiner, nog insinuerender zijn geworden. Daar zijn de deskundigen tot de conclusie gekomen, opnieuw, dat het publiek ruimschoots genoeg heeft van dergelijke stiekeme smeerlapperij. Maar dat heeft geen invloed op de spindoctors. De attack ads zijn een vorm van verslaving.

In het Nederlandse politieke leven zijn we voor dit genre nog te bang en te beleefd. Onze verslaving gaat meer in de richting van het leuk uit de hoek komen. Dat geldt trouwens niet alleen voor de politiek. Waar je ook kijkt, alles wordt steeds leuker. Leuk! Als er één woord is waarin de nationale ambitie op het ogenblik wordt samengevat dan is het: leuk! Als een Nederlander, politicus of niet, een camera op zich gericht weet is de kans negen op tien dat hij leuk gaat doen. Mijn stelling blijft: wij zijn het minst televisiebestendige volk ter wereld.