Kopen, kopen, niet kijken

Steeds meer Chinezen reizen naar Europa. Voor hun prestige, niet voor hun plezier. „Ik ben nog nooit een Chinees tegengekomen die meer heeft genoten van Europa dan van China.’’

De Chinezen komen. Al regent het pijpenstelen. De fotograaf bij de ingang van de Zaanse Schans kan het weten. „Loopt de regen in straaltjes langs hun gezichten, lachen ze nog.’’ Nederlands belangrijkste toeristische attractie voor mensen van buiten Nederland staat hoog op de Chinese reisagenda. „Prachtig volk”, zegt de fotograaf.

Een nieuwe groep uit China dient zich aan. „Ni hao ma? Manman lai’’, zegt de fotograaf. Klik, klik – „xiexie germen’’ – klik, klik. Afwerende handen, even lachen, dan de blik ernstig – want poseren kunnen ze. Weer dertig man op de foto. De pretparkfotograaf verstaat zijn vak – spreekt alle talen een beetje. Bij de uitgang mogen ze hun foto komen afhalen, voor vijf euro per plaatje.

Het presentatiebord hangt nog behoorlijk vol. De Chinese toerist kiekt zichzelf wel. Hij mag van de oude stempel zijn (bruine broek, poloshirt, hoog op de buik gedragen riem met gouden Playboy-logo, polstasje, borstelcoupe of naar voren gekamd haar), in zijn hand draagt hij altijd een gloednieuwe digitale camera. Hij laat zich vastleggen, voor een mosterdmolen, voor een houtzaagmolen, voor een verfmolen, voor een oliemolen, voor een slijpmolen, voor een weidemolen. Ze zullen het weten thuis – vader is ver weg geweest en heeft heel wat gezien. Er is altijd wel een gewillig groepslid in de buurt die het plaatje maken wil, in ruil voor een foto van hemzelf natuurlijk.

Veel langer dan een half uur blijft een groep Chinese toeristen niet. Heel soms draait een bus met Chinese toeristen alleen maar even het parkeerterrein op om een foto te nemen. Melina Noordijk (half jaar toeristenportretten schieten in de Zaanse Schans, half jaar Engelse les geven in Shanghai) maakte eens mee dat een groep Chinezen als een kudde vee over de Hollandse vlakte werd gejaagd. „’s Morgens uit Keulen vertrokken. Voor de lunch een city tour in Amsterdam, even langs de diamantair, eten in een Chinees restaurant, op naar de Zaanse Schans en door naar Brussel voor de nacht. Ik had wel met ze te doen.’’

Ervaren reisorganisaties spreken van een rat race. De concurrentie is moordend op de markt voor Chinese toeristen. „Er is geen geld voor goed eten”, zegt Yu Miao van de Nederlandse reisorganisatie Incentive Europe. Kenneth Tang van het Rotterdamse bureau AMT: „De mensen willen geen kwaliteit en ze betalen niet.” Karen Mantandon van Wens Travel: „We stoppen onze energie liever in een geldmarkt.” Reisleider Zhang: „Ze zeuren mijn kop scheel.” En een reiziger uit de Chinese stad Chongqing zegt: „Slechte hotels.”

Alleen de diamantenhandel vaart er wel bij, zo lijkt het. „Chinezen zijn gek op diamanten”, zegt Cheng Lieng Ng van Gassan Diamonds aan de Nieuwe Uilenburgerstraat in Amsterdam tevreden. Vroeger kochten ze 0,10, hooguit 0,20 karaat. Inmiddels is dat tussen de 0,30 en 0,50 karaat. Je merkt dat het de Chinezen goed gaat.” Geen bus met Chinezen mist het historische gebouw van de diamantmagnaten. De bewegwijzering is in het Chinees.

Dierentuin

Het gaat de Chinezen goed en Chinezen reizen gemakkelijker naar het buitenland. Sinds China Nederland in september 2004 de zogeheten approved destination status (ads) heeft verleend, hoeven Chinezen niet meer allerlei trucs uit te halen, nodig voor studenten of ondernemers, om in Nederland te komen. Dus komen ze nu met meer.

Vorig jaar reisden 31 miljoen Chinezen naar het buitenland. Dat waren er zes keer zoveel als in 1997 en maar liefst vijftig keer zoveel als in 1985. Maar tweederde van hen kwam niet verder dan Macau en Hongkong. Van de overige tien miljoen bestond de helft uit toeristen naar naburige landen als Rusland, Vietnam, Laos en Kazachstan. Slechts vijf à zes miljoen Chinezen waren internationale reizigers in de ware zin des woords. Nederland noteerde in 2005 de komst van 96.000 Chinezen, zeventien procent meer dan het jaar ervoor. Gemiddeld deden zij de Lage Landen niet langer aan dan anderhalve dag.

Hoewel velen uit de reiswereld teleurgesteld zijn in de wijze waarop de nieuwe Chinese toerist zich een rondje door Europa vecht, is het voor ervaren reisspecialisten geen verrassing. De mede-eigenares van Wens Travel, Karen Mantandon, zag het aankomen. „In 1998 stonden we met zeventien andere Nederlandse bedrijven als officiële reispartners op een lijst van de Chinese bond voor toerisme (CNTA). Nu zijn dat er driehonderd.” En doordat Wens Travel met al die duizenden anderen in Europa moet concurreren is „de kwaliteit uit de markt” verdwenen. AMT-manager Kenneth Tang: „Als je voor duizend euro zeven landen aanbiedt of voor hetzelfde bedrag drie landen, dan kiezen alle Chinezen voor het eerste. Dat ze vervolgens iedere dag zeshonderd kilometer in een bus moeten zitten, realiseren ze zich pas tijdens de reis.”

Tang gelooft dat de concurrentie sneller groeit dan de markt. „De handel is kapot gemaakt. Ze schakelen ons gewoon uit”, zegt hij. Mantandon spreekt van een hype. „Er wordt hysterisch gereageerd. De meeste operators zullen het niet overleven. Hoe kun je het ook volhouden? Als je onder de honderd dollar per persoon per dag gaat zitten, kun je geen kwaliteit meer bieden. Wij doen daar niet aan mee.”

De verantwoordelijken voor de verschraling van de markt zitten niet in Europa, maar in China. Sinds de toeristenbranche daar eind jaren negentig is gedecentraliseerd en niet langer alleen wordt bestierd door het voormalige staatsbureau China International Travel Service (CITS), is het hek van de dam. Chinese operators met of zonder ervaring concurreren de grond onder elkaars voeten vandaan. Ze onderhandelen rechtstreeks met de busbedrijven, hotels en restaurants in het buitenland en stellen tegenover de lage prijzen oneindig lange lijsten potentiële klanten.

De bodemprijzen brengen de Chinese toeristen in aftandse hotels en restaurants. „Sommige restaurants verdienen niet meer dan drie euro per reiziger”, zegt Tang. „Die pakken de handel toch aan, want business is business. Maar dan moet je niet vreemd opkijken als je niet veel meer dan een paar noedels en wat groenten in je kommetje krijgt.”

Bovendien zijn veel Chinese reisleiders corrupt, aldus Wolfgang Georg Arlt, hoogleraar aan de universiteit voor toegepaste wetenschappen in het Duitse Stralsund en leider van een onderzoek naar Chinees toerisme. „Ze tellen maar zo tientallen euro’s boven op de toegangsprijs voor de een of de andere attractie”, zegt hij. „Of ze vertellen hun klanten dat een Europese buschauffeur niet langer dan zes uur per dag achter het stuur mag zitten. Als de toeristen willen dat zij voor hun goede geld het volledige beloofde dagprogramma willen, moeten ze bijbetalen. De buschauffeur weet natuurlijk van niets.”

Volgens Kenneth Tang krijgen de reisleiders uit de Volksrepubliek geen cent betaald voor hun werk. Sterker nog, „voordat ze een groep toegewezen krijgen, moeten ze betalen”, zegt hij. „Hun inkomen halen ze uit commissies.” Reisleider Zhang bevestigt het verhaal. Hij is met een groep beambten uit Chongqing veertien dagen onderweg in Europa. Wenen, Salzburg, München, Stuttgart, Heidelberg, het Karl Marx-huis in Trier, Luxemburg, Parijs, Brussel en Amsterdam. Ze hebben Gassan Diamonds net achter de rug. Nu krijgen ze lunch bij Nam Tin om de hoek. Er zijn nog vier andere groepen uit China aanwezig. Zhang zit aan een tafeltje apart, met de Italiaanse chauffeur zwijgend tegenover zich. Ze verstaan elkaar niet. Het restaurant biedt noedels met saus.

Naar eigen zeggen heeft Zhang zijn Chinese werkgever 45 euro per deelnemer vooruit betaald om zijn groep te mogen begeleiden. „Als een groep uit het noorden van China komt, betaal je twee keer zo veel. Noorderlingen geven hun geld makkelijker uit dan zuiderlingen.” Dat moeten ze dan wel doen in één van de winkels waar Zhang commissie is beloofd. Maar een belofte is nog geen garantie. „Uiteindelijk ben je afhankelijk van de welwillendheid van het bedrijf in kwestie”, legt hij uit. „Soms krijg je niets.” Vandaag was een slechte dag. „Ze hebben niets gekocht.” Hij spoelt zijn kale noedels weg met lauwe cola.

Nog geen twintig minuten later is zijn groep klaar met eten. Ze zijn de deur al uit. „Niemand let op de reisleider”, zegt Zhang verbitterd, terwijl hij haastig zijn spullen pakt. „,Ze hebben alleen maar eisen. Aldoor die vragen. Ik word er gek van!”

Moderniteit

Eén land per dag, honderden kilometers met de bus, slecht eten, beroerde hotels, corrupte reisleiders: hebben Chinese toeristen in Europa het eigenlijk wel naar hun zin? „Voor de meeste Chinezen geldt: als ze willen genieten, dan blijven ze in Azië. Thailand, Singapore of Maleisië”, zegt toerisme-onderzoeker Arlt. „Ze hoeven er niet ver voor te vliegen. Het eten is er goed. Meestal zijn er wel overzeese Chinezen die hun taal spreken. Of ze blijven in eigen land en gaan naar de plekken in China waar zij zich superieur kunnen voelen: de gebieden waar minderheden wonen en waar ze hun Chinees-zijn bevestigd zien, of naar Pudong in Shanghai en Shenzhen nabij Hongkong, waar zij hun toekomst kunnen bewonderen. Dát vormt de Chinese toerist.”

Met deze achtergrond belandt hij vervolgens in Europa. „Maar hier treft hij niet de verwachte moderniteit. Want van de buitenkant is Europa minder modern dan China. Voor Chinezen die er geweest zijn, voldoet Europa meer aan het beeld dat zij hebben van hun eigen minderhedengebieden. Europa wordt daarom vooral gezien als een menselijke dierentuin.”

Chinezen komen niet voor de diepgang, zegt touroperator Kenneth Tang, Chinezen komen om te shoppen. „De Chinese toerist kijkt niet, maar koopt”, zegt Yu Miao van de China-afdeling van Incentive Europe. „Hij koopt niet alleen voor zichzelf, maar eerst en vooral voor vrienden en familie. Het is een investering in prestige.”

TFWA, de internationale organisatie voor een belastingvrije wereld, heeft samen met consultant AC Nielsen vastgesteld dat geen volk meer geld uitgeeft tijdens vakantie dan Chinezen. In 2005 gaven ze gemiddeld bijna duizend dollar per mens per buitenlandse reis uit. Chinezen toeristen in Europa zouden zelfs 1.800 dollar de man uitgeven aan kleding, cosmetica en luxe etenswaren.

„Een Chinese toerist bedient vijf of acht mensen thuis”, zegt Arlt. Sascha van den Akker, assistent-manager van kaasboerderij Catharina Hoeve in de Zaanse Schans bevestigt dit. „Ze geven gemakkelijk 150 euro uit aan onze producten. Niet één aanschaf, maar een tas vol. Om uit te delen thuis.” Voor het gemak prijst de boerderij zijn waar in het Chinees aan, en de werknemers spreken een woordje Chinees.

„China heeft alles al”, zegt Yu Miao. „Maar ze kopen het liever hier. Neem de diamantenbusiness. Die is in Shanghai tien keer zo groot als in Nederland. Maar in Europa zijn ze er zeker van dat wát ze kopen geen rommel is, maar echt.” De populairste Duitse stad na Berlijn is voor Chinese toeristen het onaanzienlijke Metzingen in het Zwarte Woud. Hier staat de grootste Hugo Boss-discountwinkel.

Reizen als investering in prestige leidt er ook toe dat bijna alle Chinezen naar dezelfde plaatsen gaan in Europa. „Ik geloof niet dat het Chinese reisschema sinds de jaren tachtig wezenlijk is veranderd”, zegt Kenneth Tang. „Chinezen willen naar plaatsen die ze kennen uit de ‘propaganda’.” Onderzoeker Arlt: „Europeanen zijn getraind in het ‘anders zijn’. Die willen na een reis aan het buitenland kunnen zeggen: ‘ik was er de enige’. Een Chinees die voor het eerst naar Europa komt, zal dat niet in zijn hoofd halen. Hoe kun je opscheppen over een plek waar niemand in China van heeft gehoord?” Daarom kiezen de meeste recreërende Chinezen ook altijd voor ‘de langste rij’, ‘het drukste restaurant’ of ‘de best bezochte plek’. „Waar de langste rij is, moet de beste attractie zijn, redeneren veel Chinezen”, aldus Arlt.

Toch zijn de optimisten binnen de reisbranche niet stuk te krijgen. „Geef het toerisme een paar jaar en mensen spenderen meer tijd”, zegt Eddie Yang van de Pekingse vestiging van het Nederlandse Bureau voor Toerisme en Congressen. „Het is een beetje als met de Japanse reisgroepen van een paar jaar geleden. Komen de mensen een tweede keer, dan ligt het reistempo lager”, zegt Yu Miao van Incentive Europe. „Dan kun je meer kwaliteit bieden.”

Maar de Duitser Arlt gelooft er niet in. „Chinese toeristen lijken niet op Japanse toeristen, maar meer op die uit Rusland”, zegt hij. „De komende dertig, vijftig jaar zal het voor de meeste Chinezen acht-landen-in-tien-dagen blijven. Er zijn nog zoveel Chinezen die nog nooit een stap buiten de deur hebben gezet!” En als ze een tweede keer komen? „Ik ben nog nooit een Chinees tegengekomen die meer heeft genoten van Europa dan van China”, zegt Arlt. „In dat opzicht veranderen Chinezen niet zo snel. De meesten van hen zijn van mening dat wij moeten veranderen, niet zij.”

●▶Op www.nrc.nl/wereldmachtchina zijn eerdere delen van deze serie te lezen.