‘Jezus was Caesar, vergoddelijkt door het volk’

Op reis door Europa zoekt Hans Beerekamp naar de gemeenschappelijke, culturele waarden die ten grondslag liggen aan de westerse beschaving. Deze week: Jezus en Caesar.

„Natuurlijk krijg ik nooit gelijk. De belangen die gemoeid zijn met de huidige interpretatie van Jezus’ leven zijn te groot. Veel mensen hebben me geadviseerd te zwijgen, omdat iedereen zich tegen me zou keren, maar had ik mijn ontdekkingen dan voor me moeten houden?” Francesco Carotta (60) schrijft in zijn woonkamer in het Zuid-Duitse Kirchzarten de belangrijkste taalkundige overeenkomsten tussen Jezus Christus en Julius Caesar op een flip-over: „Je kunt het toeval noemen, maar het is moeilijker om namen en plaatsen te vinden in beider geschiedenis die niet tot elkaar te herleiden zijn.”

Volgens Carotta, auteur van het boek Was Jezus Caesar?, is de verering van Divus Iulius, de vergoddelijkte Julius Caesar, op zeker moment opgegaan in de christelijke traditie, vooral door toedoen van keizer Constantijn, bedenker van ‘het Heilige Land’. De Caesarverering verdween precies op het moment dat het christendom verscheen. Jezus heeft bestaan, maar driekwart eeuw eerder en op een andere plaats. Caesar/Christus is nooit in Jeruzalem geweest.

Het begon met computervertalingen. De Italiaanse linguïst Carotta, die al sinds 1970 in Duitsland woont, ontwikkelde en verkocht programma’s die automatisch teksten kunnen vertalen. Daar komen rare interpretatiefouten in voor, door misverstanden of verkeerd lezen. „Het vlees is zwak” wordt in een gastronomisch register al snel „de biefstuk is mals”. Zo moet het ook gegaan zijn bij het handmatig overschrijven van de evangeliën; Carotta trof allerlei verschillen aan, die hem deden denken aan een computervertaling in een verkeerd register. Hij is ervan overtuigd dat zo de verrader Brutus Iunius (Iounas in het Grieks) kon veranderen in Judas (Ioudas). Dat alle vrouwen rond Jezus – op een na – Maria heetten komt volgens Carotta doordat Caesar omringd was door louter Julia’s: de belangrijkste, zijn tante Julia, was getrouwd met Marius.

De volgende stap was het ontdekken van de overeenkomst tussen de Paasliturgie en de uitvaart van Caesar. Op de derde dag na zijn dood herrees Caesar uit het vuur – „het Latijnse cremo betekent verbranden, het Griekse kremo kruisigen of ophangen” – en hij zou ook ten hemel zijn gevaren.

Volgens Carotta was JC geen vredesapostel, maar een man van de wapenen. Het Latijnse ‘obsessus’ kan zowel ‘bezet’ als ‘bezeten’ betekenen, en het is logisch als de auteur van De Bello Gallico ook zou hebben gezegd: „Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard” (Matt. 10:34). In deze opvatting is religie dus ook bij uitstek een staatsaangelegenheid.

Bij de verschijning in 2002 van de Nederlandse vertaling van Carotta’s boek liepen de gemoederen hoog op. Sommigen verdedigden meer of minder zijn theorie; anderen verwierpen de theorie; classicus Anton van Hooff noemde Carotta een fantast en een charlatan.

Als hij gelijk heeft, is de zoon van God dan een menselijke uitvinding? Carotta: „Ja en nee. Caesar was een mens, vergoddelijkt door de mensen, door het volk. Die vergoddelijking heeft iets anders van Caesar gemaakt, zoals je ook niet kunt zeggen dat een vlinder hetzelfde is als een rups.”

Carotta denkt dat Dan Brown, auteur van The Da Vinci Code, zijn volgende bestseller wel eens op de identificatie van Jezus met Caesar zou kunnen baseren: „Brown had gelijk met Maria Magdalena, hij heeft alleen niet begrepen dat ze eigenlijk Cleopatra was.”

Zijn volgende project is gebaseerd op de betekenis van de Romeinen voor onze wereld: „Plinius stelde dat de Romeinen de kakofonie hebben beëindigd door van Latijn de wereldtaal te maken. Nu lijkt het Engels dat te zijn, maar voor sprekers van Romaanse talen, die maar zes klinkers kennen, is die taal met wel vierentwintig klinkers gewoon niet goed uit te spreken.” Carotta laat een voorbeeld horen op de internetsite You Tube, hoe een Italiaan worstelt met woorden als fork en sheet, die zo een heel andere betekenis krijgen.

Francesco Carotta wil een nieuwe universele Europese taal ontwikkelen, gebaseerd op het Vreemde Woordenboek, waarin veel talen nagenoeg dezelfde woorden vermelden. De meeste hebben een Latijnse of Griekse oorsprong, maar er zitten ook Arabische begrippen tussen, zoals ‘alcohol’. Het zal erom spannen welk van zijn twee ideeën het eerst algemeen erkend zal worden.